Doelgerichte therapie

Doelgerichte therapie is een verzameling van medicijnen die doelgericht uitgezaaide kankercellen aanpakken, waardoor de uitzaaiing wordt afgeremd of gestopt. Hoe werkt deze therapie en bij welke soorten kanker wordt ze toegepast?

Hoe werkt doelgerichte therapie?

Doelgerichte of targeted therapie is een behandeling met medicijnen die doelgericht uitgezaaide kankercellen aanpakken, waardoor uitzaaiingen worden afgeremd of gestopt. Foto KotK/Filip Claessens Doelgerichte therapie is een behandeling met medicijnen die doelgericht uitgezaaide kankercellen aanpakken, waardoor uitzaaiingen worden afgeremd of gestopt.

Doelgerichte kankertherapie wordt ook wel 'targeted therapy', 'gerichte therapie', 'moleculaire therapie', 'doelgerichte moleculaire therapie', of 'moleculaire doelgerichte behandeling' genoemd.

Doelgerichte therapie stimuleert de kankercellen om zichzelf te vernietigen. In tegenstelling tot chemotherapie die weinig doelgericht is en alle snel delende cellen aantast, richt doelgerichte therapie zich specifiek op de kwaadaardige kankercellen zodat normaal weefsel gespaard kan worden.

Doelgerichte therapie kan maar werken als het ‘doel’ aanwezig en actief is op de tumorcellen. Dat doel is meestal een receptor (ontvanger) aan de buitenkant van de kankercellen (het celmembraam) of een eiwit binnen in de kankercellen. 

Het doel kan ook weefsel rond de tumorcellen zijn: met bepaalde doelgerichte medicijnen kan men bijvoorbeeld de groei van bloedvaten die voedingsstoffen en zuurstof naar de tumorcellen brengen, blokkeren.

Bij verschillende kankers kunnen heel verschillende ‘doelen’ aanwezig zijn. Het is dus belangrijk dat een tumor getest wordt op de aanwezigheid van verschillende van deze ‘doelen’ zodat de juiste doelgerichte therapie kan gegeven worden aan de juiste patiënt.

Soorten doelgerichte therapie

​Er zijn twee grote groepen doelgerichte therapie:

  • Behandeling met monoklonale antilichamen / antistoffen (ook antilichamentherapie genoemd). Dit zijn grote eiwitten die lijken op de antistoffen van ons eigen immuunsysteem en die gericht specifieke receptoren (ontvangers) op tumorcellen kunnen blokkeren. De monoklonale antilichamen passen precies op een receptor aan de buitenkant van de cel. Hierdoor kunnen bepaalde signalen de cel niet in. Zo krijgt een cel bijvoorbeeld niet meer het signaal dat ze zich moet delen. Als de antilichamen het afweersysteem zelf beïnvloeden, wordt deze therapie ook wel immunotherapie genoemd.
  • Behandeling met signaalremmers. Dit is een groep van kleine moleculen die signalen (meestal eiwitten) in de kankercel onderdrukken die nodig zijn voor groei, deling en overleving. Hierdoor sterft de kankercel af of deelt zich niet meer. Deze medicijnen werken dus van binnenuit de cel.

Toepassing doelgerichte therapie

Echografie van de borst Bij borstkanker worden o.a. de doelgerichte medicijnen trastuzumab (merknaam Herceptine), pertuzumab (merknaam Perjeta) en bevacizumab (merknaam Avastin) gebruikt

Om in aanmerking te komen voor doelgerichte medicijnen moet de tumor bepaalde kenmerken hebben. Belangrijke voorwaarde is dat bij de tumor specifieke receptoren of signalen aanwezig en actief zijn. Dit moet bij elke tumor apart bepaald worden. Een heel aantal doelgerichte medicijnen maken deel uit van de standaardbehandeling voor bepaalde kankers, waaronder borstkanker (o.a. Herceptine), dikkedarmkanker, eierstokkanker, GIST-tumoren, leukemie, longkanker, Hodgkin- en non-Hodgkinlymfomen, maagkanker, melanoom, myeloom, NET-tumoren, nierkanker, slokdarmkanker. Er wordt ook voortdurend onderzoek verricht naar doelgerichte therapieën.

Doelgerichte therapie kan alléén toegediend worden als de belangrijkste behandeling voor bepaalde kankers, maar meestal wordt een doelgerichte therapie gecombineerd met andere behandelingen zoals chirurgie, chemotherapie of radiotherapie of andere doelgerichte behandelingen.

Toediening doelgerichte therapie

De groep van antilichamen wordt altijd intraveneus of onderhuids toegediend omdat deze medicijnen door de maag afgebroken worden en dus niet via de mond opgenomen kunnen worden.

De signaalremmers worden meestal in pilvorm toegediend, maar er zijn ook andere toedieningsvormen.

Bijwerkingen doelgerichte therapie

Over het algemeen hebben doelgerichte medicijnen minder (en andere) nevenwerkingen dan chemotherapie omdat ze zich specifieker richten op kwaadaardige cellen en normaal weefsel meer sparen.

Bij doelgerichte therapie verschillen de bijwerkingen per medicijn en zijn ze afhankelijk van uw conditie en lichaam.

Over het algemeen hebben doelgerichte medicijnen minder (en andere) nevenwerkingen dan chemotherapie (omdat ze gerichter zijn), maar ze kunnen soms ook vervelende nevenwerkingen hebben zoals hoge bloeddruk, invloed op de hartwerking, huidveranderingen (droogte, jeuk, acne), haarveranderingen (gedeeltelijke of volledige haaruitval), nagelproblemen (nagelbedpijn, infectie) en oogaantasting(veelvuldig tranen, infectie).

Uw arts kan u vertellen hoe u het best omgaat met mogelijke bijwerkingen.