Slokdarmkanker

Ons advies na slokdarmkanker: traag eten, goed kauwen en veel kleine maaltijden nemen
Stefanie Mortier, oncodiëtist
Lees het verhaal
'Hou moed', dat wil ik andere mensen met slokdarmkanker vertellen
Bernadette Delchambre
Lees het verhaal
Dat ik zo broos bleek te zijn, was de grootste schok
Tot zolang mijn lichaam het toelaat, wil ik gretig leven.
Caroline Pauwels, rector Vrije Universiteit Brussel (VUB)
Lees het verhaal
Slokdarmkanker ontstaat doordat cellen in de slokdarm zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is slokdarmkanker?

1133 diagnoses slokdarmkanker
op 71.651 kankerdiagnoses in 2019
(België)

De slokdarm (oesofagus) is het buisvormige, gespierde kanaal waarlangs het voedsel via de keel de maag bereikt. Het grootste deel van de slokdarm ligt in de borstholte. De slokdarm loopt ongeveer midden door de borstholte van de keelholte naar de maag.

De wand van de slokdarm bestaat uit een aantal lagen. Van binnen naar buiten zijn dat: een slijmvlieslaag, spierlaag en ondersteunende bindweefsellaag. In de wand lopen ook zenuwen, lymfe- en bloedvaten.

Slokdarmkanker (ook slokdarmcarcinoom of oesofaguscarcinoom genoemd) ontstaat in het slijmvlies dat de binnenkant van de slokdarm bekleedt.

Soorten slokdarmkanker

Illustratie: KotK/Griet Wittoek

Er bestaan grosso modo twee soorten slokdarmkanker, afhankelijk van hoe de tumorcellen er onder de microscoop uitzien. Dat zijn het plaveiselcelcarcinoom en adenocarcinoom.

Een plaveiselcelcarcinoom ontstaat in de cellen die de binnenkant van de slokdarm bekleden: de plaveiselcellen. Deze cellen vormen de bovenste laag van het slijmvlies in de slokdarm. Dat type slokdarmkanker ontstaat meestal in het bovenste / middelste derde van de slokdarm. Een plaveiselcelcarcinoom wordt ook spinocellulair carcinoom genoemd.

Een adenocarcinoom ontstaat meestal op basis van een verandering van het slijmvlies in het onderste deel van de slokdarm, waarbij de plaveiselcellen vervangen worden door een weefsel dat cellen bevat die lijken op de cellen van de maag (Barrett-slokdarm).

Een adenocarcinoom kan ook ontstaan op de overgang van slokdarm naar maag. Die plaats wordt in medische taal cardia genoemd en een kwaadaardige tumor op die plaats ook wel een cardiatumor. Afhankelijk van de precieze plaats van de tumor (dichter tegen de maag of dichter tegen de slokdarm), wordt een cardiatumor behandeld als maagkanker of als slokdarmkanker.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2019 in België 1141 nieuwe gevallen van slokdarmkanker, waarvan 513 gevallen (45,3 procent) geklasseerd werden als plaveiselcelcarcinoom en 583 gevallen (51,5 procent) als adenocarcinoom. De ziekte komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen en treft vooral mensen die ouder zijn dan 65 jaar. In 2019 was de gemiddelde leeftijd bij diagnose 68,3 jaar bij mannen en 72,4 jaar bij vrouwen.

Noot: tumoren op de overgang van slokdarm naar maag zijn niet in deze cijfers opgenomen.

Kunt u slokdarmkanker voorkomen?

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: niet roken, verstandig omgaan met de zon, uw consumptie van alcohol matigen en gezond eten en bewegen. Lees hier meer over kanker voorkomen. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ...

Onderzoeken en diagnose van slokdarmkanker

De volgende klachten of symptomen kunnen wijzen op slokdarmkanker: slikklachten, het gevoel dat het voedsel niet wil zakken en blijft steken achter het borstbeen (passageklachten genoemd), klachten tijdens en na het eten (zoals hoesten, het opgeven van voedsel of een hinderlijke hik), verminderde eetlust, onverklaarbaar gewichtsverlies, een pijnlijk of vol gevoel achter het borstbeen of hoog in de rug, heesheid of vermoeidheid en duizeligheid door bloedarmoede (ontstaan door langdurig bloedverlies).

Deze symptomen zijn echter niet specifiek voor kanker: er zijn veel andere ziekten waarbij deze symptomen ook kunnen voorkomen. Maar als ze niet na enige tijd spontaan verdwijnen, gaat u het best voor advies naar de huisarts. Hij zal na een gesprek een algemeen lichamelijk onderzoek doen en u indien nodig verwijzen naar een specialist, meestal een maag-darm-leverarts (ook maag-darm-leverspecialist of gastro-enteroloog genoemd).

Een endoscopie is het belangrijkste onderzoek om een slokdarmtumor vast te stellen: met een lange flexibele buis met aan het uiteinde een lichtbron (endoscoop) bekijkt een specialist de wand van de slokdarm. Tijdens een endoscopie kan meteen ook een biopsie genomen worden (verwijdering van een stukje weefsel om te onderzoeken in het laboratorium).

Als de diagnose slokdarmkanker gesteld is, zijn er aanvullende onderzoeken nodig om na te gaan hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en of er uitzaaiingen zijn. Dat is belangrijk voor het bepalen van uw verdere behandeling.

Om na te gaan hoe groot de tumor is en hoe ver deze is ingegroeid in de wand van de slokdarm, kan de arts een echo-endoscopie of endoscopische echografie laten maken. Dit is een combinatie van een endoscopie (zie hoger) en echografie (een onderzoek met geluidsgolven). Via een echoapparaatje aan het eind van de endoscoop wordt de slokdarm en de omgeving van de slokdarm van binnenuit zichtbaar gemaakt op een beeldscherm. Met een fijne naaldtechniek kunnen met dat onderzoek ook verdachte lymfeklieren gelegen langs de slokdarm worden aangeprikt (punctie) en worden klierweefselcellen aangezogen voor onderzoek onder de microscoop.

Met een CT-scan of computertomografie worden de hals, de buik en de borst met behulp van zeer gedetailleerde röntgenfoto's in beeld gebracht.

Bij een PET-scan (positron emission tomography) wordt een kleine hoeveelheid licht radioactieve vloeistof ingespoten om om cellen met verhoogde stofwisseling (kanker- of ontstekingscellen) overal in het lichaam zichtbaar te maken op foto.

Om na te gaan of de tumor gelegen in de bovenste helft van de slokdarm al dan niet is doorgegroeid tot in de luchtwegen, is een bronchoscopie nodig: dat is een endoscopie van de luchtwegen. Ook tijdens een bronchoscopie kunnen kleine stukjes weefsel weggehaald worden om te laten onderzoeken in het labo.

Soms kan een kijkoperatie in de buik aangewezen zijn om al dan niet uit te sluiten dat er uitzaaiingen op het buikvlies aanwezig zijn.

Bij een diagnose van een plaveiselcelcarcinoom zijn een bronchoscopie en een nazicht bij de neus-keel-oorarts ook nodig om te controleren of er geen tweede tumor aanwezig is: plaveiselcelcarcinomen worden vaak gezien bij mensen die ook een longtumor of keelkanker hebben of hadden.

Stadia van slokdarmkanker

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.

Voor slokdarmkanker onderscheiden we vijf stadia. Ze worden aangeduid met het cijfer 0 en de Romeinse cijfers I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium). In stadium 0 en I zijn er geen uitzaaiingen. In stadium II dringt de tumor de diepste laag van de slokdarmwand binnen of zijn er uitzaaiingen in hoogstens twee nabijgelegen lymfeklieren. In stadium III zijn er uitzaaiingen in meer dan twee lymfeklieren of in nabijgelegen weefsels. In stadium IV zijn er uitzaaiingen naar andere delen van het lichaam, zoals de lever.

Behandelingen

De behandeling van slokdarmkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn (multidisciplinair oncologisch consult of MOC). Dat team van artsen, elk vanuit zijn of haar eigen expertisedomein, houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de soort slokdarmkanker (plaveiselcelcarcinoom of adenocarcinoom), de plaats van de tumor in de slokdarm, de grootte van de tumor, de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

De meest toegepaste behandeling bij slokdarmkanker die niet is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam is een operatie (chirurgie), al dan niet in combinatie met bestraling (radiotherapie) en/of chemotherapie.

Als de slokdarmkanker is uitgezaaid naar andere delen van het lichaam, wordt meestal chemotherapie, een combinatie van chemo- en immunotherapie of een combinatie van radiotherapie en chemotherapie voorgesteld. Ook doelgerichte therapie wordt in dat geval soms gebruikt. De behandeling werkt in dat geval niet meer genezend maar kan wel de symptomen helpen verlichten en het voortschrijden van het ziekteproces gedurende al dan niet langere tijd vertragen.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Hoe kunnen wij u helpen?

Voor uw vraag of probleem over kanker, neem contact op met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: