Baarmoederhalskanker is niet erfelijk. Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door het erg besmettelijke, seksueel overdraagbare humaan papillomavirus of HPV. Het virus wordt bij 99 op de 100 baarmoederhalskankers teruggevonden. Baarmoederhalskanker zelf is dus niet besmettelijk, het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken wel.

Er bestaan meer dan 100 types HPV. Een 15-tal van die types kunnen baarmoederhalskanker veroorzaken. Ze worden dan ook hoog-risico HPV’s genoemd.

Bij 80 tot 90 op de 100 HPV-besmettingen ruimt het afweersysteem het virus spontaan op, net zoals het dat bijvoorbeeld ook doet bij de virussen die verkoudheid of griep veroorzaken. Bij 10 tot 20 van de 100 vrouwen die besmet raken, blijft HPV sluimeren. Als gevolg van zo’n langdurige besmetting kunnen in het overgangsgebied tussen baarmoederhals en baarmoedermond afwijkende cellen ontstaan. Op dat moment is er nog altijd geen sprake van kanker, maar van een voorstadium. Gewoonlijk ruimt het afweersysteem die afwijkende cellen toch nog op. Maar bij een klein aantal vrouwen gebeurt dat niet. Worden die afwijkingen niet behandeld, dan kunnen de afwijkende cellen zich tot echte kankercellen ontwikkelen. Doorgaans is dit een heel langzaam proces. Tussen het allereerste begin en het uiteindelijke ontstaan van baarmoederhalskanker kan wel 10 tot 15 jaar liggen. Uiteindelijk zal slechts 1 op de 100 vrouwen die met HPV zijn besmet, baarmoederhalskanker ontwikkelen als ze zich niet laat behandelen.

De voorstadia van baarmoederhalskanker kunnen dus eventueel evolueren naar kankercellen. Maar ze kunnen evengoed weer terugkeren naar hun normale vorm. Een belangrijk deel van deze afwijkingen verdwijnt dus nog spontaan, zónder behandeling. Hun aanwezigheid is dus geen noodzakelijke voorbode van kanker. Hoe meer de baarmoederhalscellen afwijken van normale baarmoederhalscellen, hoe groter de kans op een evolutie naar een invasieve kanker (‘invasief’ betekent dat de kanker is doorgedrongen naar de omliggende weefsels).