Baarmoederhalskanker

De angst en onzekerheid ebben stilaan weg
Ik besefte eerst niet hoe belangrijk goede zelfzorg is.
Meteen beslist om open kaart te spelen
Eén reflex is te wijten aan mijn ziekte. Zodra me iets scheelt, denk ik: het zal kanker zijn
Monica De Coninck, politica
Lees het verhaal
Baarmoederhalskanker ontstaat doordat cellen in de baarmoederhals zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is baarmoederhalskanker?

622 diagnoses baarmoederhalskanker
op 68.702 kankerdiagnoses in 2017
(België)

De baarmoeder behoort net als de vagina (schede), de eierstokken en de eileiders tot de inwendige geslachtsorganen van de vrouw. Die bevinden zich in het onderste deel van de buikholte (het kleine bekken). Met behulp van steunweefsel worden zij op hun plaats gehouden. De kleine en grote schaamlippen, de clitoris (kittelaar) en de ingang van de vagina behoren tot de uitwendige geslachtsorganen.

De baarmoeder heeft de vorm en de omvang van een omgekeerde peer. Het bovenste en grootste deel van de baarmoeder is het baarmoederlichaam. Het is verbonden met de vagina door middel van de baarmoederhals en de baarmoedermond.

Het slijmvlies in de baarmoederhals is uit andere cellen opgebouwd dan het slijmvlies in het baarmoederlichaam. Waar de baarmoederhals overgaat in de vagina, gaan deze twee soorten cellen in elkaar over. Baarmoederhalskanker ontstaat meestal in dat overgangsgebied, terwijl baarmoederlichaamkanker zich in de binnenste slijmvlieslaag van het baarmoederlichaam ontwikkelt. Baarmoederlichaamkanker wordt meestal gewoon verkort baarmoederkanker genoemd.

Hoewel baarmoederkanker en baarmoederhalskanker allebei in de baarmoeder ontstaan, hebben ze een heel verschillende oorzaak en ziekteverloop. Ook de behandeling van deze twee ziekten is verschillend. We hebben het hier alleen over baarmoederhalskanker, niet over baarmoederlichaamkanker. Lees meer over baarmoederlichaamkanker.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2017 in België 622 nieuwe gevallen van baarmoederhalskanker. De ziekte treft vooral vrouwen tussen 30 en 70 jaar.

Kunt u baarmoederhalskanker voorkomen?

Lees hier meer over

Oorzaken en onderzoeken van baarmoederhalskanker

De vrouwelijke geslachtsorganen

Baarmoederhalskanker wordt bijna altijd veroorzaakt door het zogenaamde HPV-virus. Er bestaan meer dan 100 types HPV, waarvan de meeste onschadelijk zijn. De meeste volwassenen hebben door seksueel contact ooit wel een HPV-infectie gehad, die meestal vanzelf geneest. Een HPV-infectie die niet weggaat, kan soms baarmoederhalskanker veroorzaken. Baarmoederhalskanker zelf is niet besmettelijk, het virus dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken, is dat wel.

Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich heel langzaam. De kanker heeft namelijk een aantal voorstadia of voorlopers. Dat betekent dat er zich in de overgangszone van de baarmoederhals naar de schede cellen ontwikkelen die, afhankelijk van om welk voorstadium het gaat, in mindere of meerdere mate afwijken van normale baarmoederhalscellen. Zo’n voorstadium is nog geen kanker, maar kan zich mogelijk verder ontwikkelen tot kanker. Het kan jaren duren vooraleer deze afwijkende cellen uiteindelijk ontaarden tot baarmoederhalskanker. Bovendien evolueert twee derde van deze afwijkingen nooit tot baarmoederhalskanker, maar bij een derde is dat wel het geval.

Met een eenvoudig onderzoek, het uitstrijkje of een test die het HPV-virus opspoort, kunnen deze voorstadia en ook beginnende baarmoederhalskanker worden opgespoord en, indien nodig, worden behandeld.

Veranderingen aan de cellen in de overgangszone van de baarmoederhals naar de schede leiden in eerste instantie niet tot welbepaalde symptomen, zoals pijn of iets anders. Meestal is het eerste dat een vrouw opmerkt een ongewone, bloederige afscheiding, vaak na seksueel contact. Het gaat niet altijd om een echt duidelijke bloeding. Is er maar een beetje bloedverlies, dan geeft dat een bruinige afscheiding. Soms laat zo’n klein beetje bloedverlies alleen wat bruine veegjes in het ondergoed achter.

Ongewoon bloedverlies is bloedverlies buiten de normale menstruatieperiode, zoals:

  • tussen of vlak na geslachtsgemeenschap,
  • tussen twee menstruaties,
  • een bloeding na de overgang. Vrouwen denken dan soms wel eens dat ze opnieuw ongesteld worden. Maar als een vrouw al geruime tijd, ongeveer een jaar, niet meer ongesteld is geworden, dan is zo’n bloeding geen gewone menstruatie.

Let wel: deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben (bijv. een poliep, infectie...). Ze wijzen dus niet altijd op baarmoederhalskanker. Toch raadpleegt u voor alle zekerheid altijd het best uw huisarts of gynaecoloog.

Bij een vermoeden van baarmoederhalskanker, bekijkt de gynaecoloog de baarmoederhals met een sterk vergrotende loep (colposcoop). We noemen dat onderzoek een colposcopie. De speciale microscoop geeft de arts de mogelijkheid de baarmoederhals heel nauwkeurig na te kijken op afwijkingen die vaak te klein zijn om met het blote oog zichtbaar te zijn. Als er afwijkingen zijn, neemt de gynaecoloog tijdens de colposcopie een stukje weefsel weg (biopsie) om het in het labo te laten onderzoeken.

Als er afwijkingen zijn, neemt de gynaecoloog tijdens de colposcopie een stukje weefsel weg (biopsie) om het in het lab te laten onderzoeken. Een lusexcisie (ook lisexcisie genoemd) is een iets uitgebreider onderzoek dan een biopsie. Het stuk weefsel dat onder plaatselijke verdoving wordt weggenomen voor labonderzoek, is groter dan bij een biopsie.

Als blijkt dat u een voorstadium van baarmoederhalskanker hebt en als het letsel niet volledig is weggenomen tijdens de lusexcisie, zal de gynaecoloog mogelijk een kegelvormig stukje van de baarmoedermond wegnemen. Deze ingreep wordt een conisatie genoemd. Ze lijkt op een lusexcisie, maar er wordt net iets meer weefsel van de baarmoedermond weggenomen. Een conisatie vindt meestal plaats onder plaatselijke verdoving of soms met een ruggenprik.

Als de diagnose baarmoederhalskanker valt, voert de gynaecoloog een bijkomend uitgebreid inwendig onderzoek uit (meestal onder algemene verdoving). Er volgen meestal nog andere onderzoeken om na te gaan hoe ver de tumor zich heeft uitgebreid en om te controleren of er uitzaaiingen zijn elders in het lichaam:

  • Meestal wordt er een röntgenfoto van de longen gemaakt om na te gaan of de baarmoederhalskanker is uitgezaaid naar de longen.
  • Met een CT-scan of computertomografie worden de lymfeklieren in de buik, het bekken en de organen in de buik met behulp van zeer gedetailleerde röntgenfoto’s in beeld gebracht.
  • Met een MR–scan of MRI (magnetic resonance imaging) wordt een magnetisch veld opgewekt waarmee beelden van het bekken en de onderbuik gemaakt worden.
  • Bij een PET-scan (positron emission tomography) wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten om eventuele uitzaaiingen overal in het lichaam zichtbaar te maken op foto. 
  • Vaak wordt ook een bloedanalyse verricht.

Stadia van baarmoederhalskanker

Baarmoederhalskanker ontwikkelt zich heel langzaam. Deze kanker heeft namelijk een aantal voorstadia. Aan de hand van de hoger beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.

Voor baarmoederhalskanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot IV (vergevorderd stadium). 

  • Bij stadium I is de tumor beperkt tot de baarmoederhals.
  • Bij stadium II is de tumor doorgegroeid vanuit de baarmoederhals tot in het steunweefsel rond de baarmoederhals of het bovenste deel van de vagina.
  • Bij stadium III is de tumor verder doorgegroeid tot aan de bekkenwand of in het onderste deel van de vagina. 
  • Bij stadium IV is de tumor buiten het bekken gegroeid of doorgegroeid in de blaas of de endeldarm (het laatste deel van de dikke darm). Ook bij uitzaaiingen van baarmoederhalskanker in andere organen, bijvoorbeeld in de longen, spreekt men van stadium IV.

Behandelingen

De behandeling van baarmoederhalskanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dat team van artsen houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met het type baarmoederhalskanker, de plaats en grootte van de tumor, de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

Als de baarmoederhalskanker niet is uitgezaaid, wordt meestal geopteerd voor een operatie (chirurgie), al dan niet gevolgd door bestraling (radiotherapie) met chemotherapie. Het kan ook zijn dat uw arts verkiest om eerst chemotherapie te geven en hierna te opereren.

Soms wordt radiotherapie in combinatie met chemotherapie verkozen, bijvoorbeeld wanneer de tumor buiten de baarmoederhals gegroeid is of uitgezaaid is naar de lymfeklieren in het bekken.

Als de baarmoederhalskanker is uitgezaaid buiten de onderbuik, wordt meestal chemotherapie of een combinatie van radiotherapie en chemotherapie voorgesteld. In dat geval werkt de behandeling nog maar zelden genezend maar kan ze wel de symptomen helpen verlichten.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Lotgenotengroepen

Hoe kunnen wij u helpen?

Voor uw vraag of probleem over kanker, neem contact op met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: