Baarmoederkanker

We willen onze verhalen vertellen
Baarmoederkanker ontstaat doordat cellen in het baarmoederlichaam zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is baarmoederkanker?

1394 diagnoses baarmoederkanker
op 68.702 kankerdiagnoses in 2017
(België)

De baarmoeder heeft de vorm van een omgekeerde peer en bestaat voornamelijk uit twee delen: het baarmoederlichaam en de baarmoederhals. Het brede deel, het baarmoederlichaam, vormt het grootste deel van de baarmoeder. De wand van het baarmoederlichaam is opgebouwd uit twee lagen: een binnenste slijmvlieslaag en een buitenste spierlaag. Aan weerszijden van het baarmoederlichaam liggen de eierstokken met de eileiders. De eileiders vormen de verbinding tussen de baarmoeder en de eierstokken. Het baarmoederlichaam gaat over in de baarmoederhals, het onderste, smalle deel van de baarmoeder. Deze mondt uit in de vagina.

De vrouwelijke geslachtsorganen

Baarmoederhalskanker ontstaat meestal in het overgangsgebied tussen de baarmoederhals en de baarmoedermond, terwijl baarmoederlichaamkanker zich in het slijmvlies (endometrium) binnenin het baarmoederlichaam ontwikkelt. Baarmoederhalskanker en baarmoederlichaamkanker hebben een heel verschillend ziekteverloop. Ook de behandeling van deze twee ziekten is verschillend. Deze tekst gaat alleen over baarmoederlichaamkanker, niet over baarmoederhalskanker

Baarmoederlichaamkanker wordt meestal gewoon verkort tot baarmoederkanker of endometriumcarcinoom genoemd. Bij ongeveer 5 % van de vrouwen met baarmoederkanker ontstaat de kanker niet in het slijmvlies binnenin de baarmoederholte, maar ontstaat die uit vanuit het spierweefsel of bindweefsel van de baarmoederwand. Dergelijke tumor heet een uterussarcoom. Zowel het ziekteverloop als de behandeling van beide vormen van baarmoederkanker zijn verschillend. Deze tekst gaat alleen over endometriumcarcinoom, niet over uterussarcoom. 

De Stichting Kankerregister registreerde in 2017 in België 1394 nieuwe gevallen van baarmoederlichaamkanker. Kanker van het baarmoederlichaam is daarmee bij vrouwen de op vier na meest voorkomende kanker, na borst-, dikkedarm-, long- en huidkanker (melanoom). De gemiddelde leeftijd voor patiënten met baarmoederlichaamkanker is 70 jaar, 95% komt voor na de leeftijd van 50 jaar.

Voorkomen

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: niet roken, verstandig omgaan met de zon, uw consumptie van alcohol matigen en gezond eten en bewegen. Lees hier meer over kanker voorkomen. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ...

Symptomen

Baarmoederkanker komt meestal voor na de menopauze of in de overgangsperiode. Toch ontwikkelt de ziekte zich in 10 % van de gevallen voor de menopauze.

Het eerste symptoom is meestal ongewoon vaginaal bloedverlies. In 85 % van de gevallen is bloedverlies na de menopauze de klacht waarmee mensen zich bij de dokter melden. Soms duiken ook problemen op bij het plassen of de stoelgang. Buikklachten komen bij baarmoederkanker zelden voor en zijn een symptoom van gevorderde ziekte. Ook vermagering en vermoeidheid kunnen een teken van baarmoederkanker zijn.

Onderzoeken

Wanneer er een vermoeden van baarmoederkanker bestaat, voert de arts eerst een gericht inwendig onderzoek uit. Als dat eerste onderzoek verdachte afwijkingen aan het licht brengt, volgt een transvaginale echografie (onderzoek met geluidsgolven). Als de dikte van het baarmoederslijmvlies afwijkt, kan de arts besluiten om met een klein instrument wat weefsel weg te halen voor onderzoek. Dat wordt een biopsie genoemd.

Bij een hysteroscopie wordt een buisvormig instrument waaraan een kijkertje (een scoop) is bevestigd, via de vagina in de baarmoeder gebracht. Daarmee is het mogelijk de wand van de baarmoeder te bekijken. De arts kan zo bepalen uit welke verdacht uitziende plek een stukje weefsel moet worden genomen aan de hand van een biopsie of een dilatatie en curettage (D&C). Bij een dilatatie en curettage wordt eerst met een instrument de baarmoedermond verwijd (dilatatie) en daarna met een zuigertje slijmvlies van de baarmoeder verwijderd (curettage). Na onderzoek van het weggenomen weefsel kan definitief vastgesteld worden of er sprake is van baarmoederkanker. 

Als de diagnose baarmoederkanker gesteld is, dienen nog andere onderzoeken te gebeuren om te zien of er mogelijk elders in het lichaam uitzaaiingen te zien zijn en om te weten in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dat helpt de artsen immers mee de behandeling te bepalen. Zo kunnen onder andere een bloedonderzoek, radiografie van de longen, een echografie van de buik (lever, nier, urinewegen en lymfeklieren) volgen of worden er scans genomen.

  • Bij een CT-scan of computertomografie worden er met röntgenstralen doorsneden van het lichaam genomen.
  • Met een MR-scan of MRI (magnetic resonance imaging) wordt een magnetisch veld opgewekt waarmee zeer gedetailleerde beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden.
  • Bij een PET-scan (positron emission tomography) wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten om cellen met verhoogde stofwisseling (kanker- of ontstekingscellen) overal in het lichaam zichtbaar te maken op foto.

Bij klachten van de blaas of darm kan de arts beslissen om met een camera lokaal in de endeldarm (rectoscopie) of in de blaas (cystoscopie) te gaan kijken.

Stadia

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen. Dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. Voor baarmoederkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium).

  • Stadium I: de tumor is beperkt tot de baarmoeder, waarbij wordt gekeken of de tumor zich alleen in het slijmvlies bevindt of is doorgegroeid in de spierlaag van de baarmoeder.
  • Stadium II: de tumor is doorgegroeid tot in de baarmoederhals, maar niet buiten de baarmoeder.
  • Stadium III: er is tumoruitbreiding buiten de baarmoeder, maar binnen het kleine bekken. Dat wil zeggen: in de directe omgeving van de baarmoeder, bijvoorbeeld naar de eierstokken, de vagina of de lymfeklieren in de buik.
  • Stadium IV: de tumor is doorgegroeid buiten het kleine bekken of is doorgegroeid naar de blaas of de endeldarm en/of er zijn uitzaaiingen elders in de buikholte. Ook bij uitzaaiingen van baarmoederkanker in andere organen, bijvoorbeeld in de longen of de botten, spreekt men van stadium IV.

Behandelingen

De behandeling van baarmoederkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dat team van artsen houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie en leeftijd van de patiënte.

Bij baarmoederkanker kunnen een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie), een behandeling met medicijnen (chemotherapie) en hormoontherapie toegepast worden. De behandelend arts zal vaak een combinatie van deze verschillende methoden adviseren, afhankelijk van het stadium waarin de ziekte zich bevindt en de algemene conditie en leeftijd van de patiënt.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Forum

Re: BMHK stadium 1

Dag powergirl,

Hopelijk is alles vandaag zo goed mogelijk verlopen en kan je vertrouwen stellen in de medische wereld.
Het is even schrikken, ik weet het wel, maar als powergirl zal ook jij je weg wel vinden.
Goede moed!
Kat

BMHK stadium 1

Alles begon met begin augustus een routine controle (uitstrijkje) bij de huisarts. Paar dagen erna telefoon dat dit afwijkend was. Verder onderzoek was nodig. 14 dagen later kon ik pas terecht bij een gynaecoloog. Daar werd ik inwendig onderzocht, en werden er 3 biopten genomen. Week daarna telefoon van gynaecoloog, dat er 1 biopt een adenocarcinoom was, en 2 CIN3. Dan krijgt ge toch wel effe een klop op uwen kop. WTF, ik heb kanker. Ik die niet rookt, niet drinkt, wel met een maatje meer. (Ik heb GBP), nooit ziek,....
enfin dit was de start van nog meer onderzoeken: CT Scan, MRI.
Gynaecoloog mij doorgestuurd naar UZ Gent. Daar

Hoe kunnen wij u helpen?

Voor uw vraag of probleem over kanker, neem contact op met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: