Soms volgt bij een vermoeden van eierstokkanker eerst een laparoscopie (kijkoperatie). Dan bekijkt de arts de buikholte met een speciale kijkbuis, een laparoscoop. Bij een laparoscopie kan meteen ook een biopsie genomen worden (wegname van een stukje weefsel om het in een laboratorium te laten onderzoeken op kankercellen).
Na de diagnose eierstokkanker willen de artsen weten in welk stadium de ziekte zit, of de kanker uitgezaaid is en zo ja, naar welke lichaamsdelen. Dat helpt ze mee om de behandeling te bepalen. Daarvoor worden er scans en bloed genomen:
- Een CT-scan of computertomografie maakt met röntgenstralen beelden van doorsneden van je lichaam.
- Een MR-scan of MRI wekt een magnetisch veld op om gedetailleerde beelden te maken van de binnenkant van je lichaam.
- Een PET-CT-scan is een combinatie van twee onderzoeken met één toestel: een PET-scan en een CT-scan. Op een PET-scan ziet de arts ontstekingen en tumoren. Een CT-scan toont heel precies organen en weefsel. Met de combinatie is goed te zien waar de kankercellen zitten.
Meestal wordt voor de operatie de voorkeur gegeven aan een MR-scan van het hele lichaam.
Met DNA-onderzoek of moleculair onderzoek kan de arts veranderingen ontdekken in het DNA van kankercellen. Die veranderingen of ‘mutaties’ zitten meestal niet in het DNA van gezonde cellen. Sommige mutaties zijn verantwoordelijk voor de ongecontroleerde vermenigvuldiging van de kankercellen en de vorming van een kwaadaardig gezwel. Die mutaties opsporen is belangrijk om te kunnen kiezen voor de best mogelijke behandeling.