In 70 op de 100 gevallen is er bij dikkedarmkanker geen sprake van een bepaalde risicofactor. Toch zijn er een aantal factoren die een verhoogd risico geven op het ontstaan van dikkedarmkanker. In dit geval is het bevolkingsonderzoek niet geschikt voor u en moet u een gepaste begeleiding en opvolging krijgen. Hebt u of vermoedt u dat u een verhoogd risico hebt, raadpleeg dan uw arts.

Chromosomenonderzoek Er bestaan enkele zeldzame erfelijke vormen van darmkanker.
  • Verhoogd risico omwille van een familiale belasting:
    als één of meerdere van uw eerstegraadsverwanten (biologische ouders, kinderen, broers en zussen) dikkedarmkanker heeft of gehad heeft, hebt u zelf een verhoogd risico op het ontstaan van dikkedarmkanker.
    Hoe jonger de getroffen persoon is, hoe groter het risico voor zijn omgeving.
    Raadpleeg uw huisarts om dit met hem of haar te bespreken. Ongeveer 20 op de 100 gevallen van dikkedarmkanker komen voor bij mensen met een familiale belasting.
  • Genetische aandoeningen: er bestaan zeldzame erfelijke vormen van darmkanker. Ongeveer 7 op de 100 gevallen van dikkedarmkanker zouden gerelateerd zijn aan deze erfelijke en genetische syndromen.
    • Familiaire adenomateuze polyposis (FAP) is een aangeboren erfelijke aandoening waarbij zonder preventieve chirurgie bijna altijd kanker ontstaat. Patiënten met dit syndroom ontwikkelen honderden poliepen in de dikke darm, vaak al op jonge leeftijd, die zonder verwijdering altijd kwaadaardig ontaarden.
    • MUTYH geassocieerde polyposis (MAP) is een aandoening die zich net als FAP kenmerkt door het ontstaan van veel poliepen in de dikke darm.
    • Personen met het Syndroom van Lynch (hereditair niet-polyposis colorectaal carcinoom of HNPCC) hebben een verhoogd risico op darmkanker, zonder dat zij veel poliepen ontwikkelen.
  • Mensen met chronische darmontstekingen (Colitis Ulcerosa en ziekte van Crohn) hebben ook een verhoogd risico op het krijgen van dikkedarmkanker.
  • Voorgeschiedenis van dikkedarmkanker: mensen die al dikkedarmkanker hebben gehad in het verleden, hebben ook een verhoogde kans op het opnieuw krijgen van dikkedarmkanker en worden daarom ook - gedurende een lange tijd - opgevolgd door een specialist.