Hilde: ‘Het klinkt raar, maar ik heb op verschillende vlakken geluk gehad. Op 1 mei 2019 merkte mijn man op dat mijn tepel precies wat ingetrokken was. Als hij dat niet gezegd had, was me dat allicht een week nadien ook niet opgevallen. Nu wel, dus begon ik te voelen, waarbij ik inderdaad op een harde massa stootte. Doordat ik op de communicatiedienst van een ziekenhuis werk, ken ik veel artsen. Ik wist dus meteen welke specialist ik moest contacteren, waardoor de periode van ongerustheid en angst gelukkig erg kort was. Het lijkt me verschrikkelijk als je als patiënt lang in onzekerheid moet zitten.’
‘Mijn fantasie had dus weinig kans om op hol te slaan richting rampscenario, maar toch gingen mijn gedachten meteen naar mijn zoontje van vier. Mijn man en ik hebben zoveel moeite gedaan om hem in ons leven te mogen hebben. Voor afscheid was het nog veel te vroeg. Maar de oncoloog heeft zelf ook borstkanker gehad, wat maakt dat ze naast haar professionaliteit ook een grote empathie aan de dag kan leggen. Ze zei: “Dat is een oplosbaar probleem. Schrijf dat op en hang het boven je bed, zodat je er meteen aan herinnerd wordt als je morgen opstaat.” Het zorgde dat ik mijn knopje meteen kon omdraaien. Ik was zo opgelucht: alles zou goedkomen.’
Stefanie: ‘Dat alles zou goedkomen, stond voor mij buiten kijf. Dat is dankzij mijn voorgeschiedenis van borstkanker en acute leukemie. Dat was allemaal zo heftig en intens geweest, maar dat had ik ook overleefd. Dan leer je als mens alles relativeren. Na de stamceltransplantatie moest ik maanden in een isolatiekamer en ook thuis nog anderhalf jaar in quarantaine. Als je daaruit komt, zijn er volgens mij twee mogelijkheden: je loopt er levenslang onder gebukt of je kan de wereld aan. Voor mij gold het tweede. Niets zou me nog klein krijgen.’