We houden elkaar nu nog steviger vast

Schouder aan schouder - Tweelingzussen Katleen en Katrien

Uit Leven • Editie 111 • Juli 2026

Katrien en Katleen Mels groeiden op in een groot, hecht gezin op een boerderij. Ook nadat iedereen het warme nest had verlaten, bleef de familieband sterk. Maar niets evenaart de verbondenheid tussen de tweelingzussen. Die werd nog intenser toen Katrien borstkanker kreeg. ‘Katleen is meer dan alleen mijn zus. Ze is mijn psycholoog, barometer en tweede geheugen.’

Auteur: Liesbet De Vuyst • Fotograaf: Lieven Van Assche

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Toen Katrien en haar gezin in april 2025 vernamen dat ze borstkanker had, wilde ze haar moeder en vijf broers en zussen persoonlijk het nieuws vertellen. Zes keer deed ze haar verhaal. In paniek en emotioneel. Maar na elk gesprek leek het alsof ze een stukje van haar verdriet en zorgen kon loslaten.

Katrien: ‘Gedeelde smart is halve smart, dat spreekwoord bleek echt te kloppen. De reactie van mijn tweelingzus Katleen gaf me moed. “Als dit is wat we moeten doen om te genezen, dan doen we dat”, hoor ik haar nog zeggen. Ze sprak in de wij-vorm en meteen wist ik: hier hoef ik niet alleen door.’

Bloemen op de stoep

Katleen: ‘Het nieuws dat mijn zus ernstig ziek was, raakte me diep. Maar al snel maakte de schok plaats voor vragen. Hoe kon ik Katrien ondersteunen? Waar kon ik helpen? Meteen schoot ik in actie met potten en pannen. Ik begon ovenschotels te bereiden. Maar ik wilde uiteraard meer doen en nam me voor om zoveel mogelijk met haar mee te gaan naar onderzoeken en behandelingen, ook al woon ik niet in haar buurt.’

Katrien: ‘Die belofte heeft Katleen ruimschoots waargemaakt. Het lastigste moment was toen ik naar het ziekenhuis moest om te horen of de kanker uitgezaaid was. Mijn partner ging mee. Maar toen ik thuiskwam, zat Katleen me met een bos bloemen op de stoep op te wachten.’

Katleen: 'Ik wist dat die onderzoeken een spannend moment waren voor mijn zus. De uitslag wachtte ik niet af. Ik sprong in de auto en reed naar haar toe. In het beste scenario wilde ik het goede nieuws samen met haar vieren, in het slechtste moest ik er zijn om haar op te vangen. Toen ze aankwam, glimlachte ze breed. De kanker was niet uitgezaaid. We vielen elkaar voor het huis in de armen en begonnen te huilen. Dat was een heel mooi moment.’

Katrien: ‘Er volgden nog veel mooie momenten. Voor mij is die hele kankerperiode er vooral een van verbinding en dankbaarheid. Mogen voelen hoe graag je gezien wordt, is overweldigend. Ik ben nooit alleen naar het ziekenhuis moeten gaan. Altijd was er wel iemand die tijd vrijmaakte om me te vergezellen. Ook Katleen ging vaak mee. Moest ik naar de dagkliniek voor chemotherapie, dan kroop ze gewoon bij me in het ziekenhuisbed. We lachten ons een kriek of voerden net heel ernstige gesprekken. Het kon alle kanten uit, maar fijn was het sowieso. Had ik een afspraak bij een arts, dan ging ze mee om te luisteren. Door de stress en mijn chemobrein vergat ik veel; Katleen was mijn vervanggeheugen.’

Katleen: ‘Kon ik eens niet met Katrien mee, dan voelde ik me schuldig en zorgde ik er altijd voor dat ze wist dat ik in gedachten bij haar was. Zo stuurde ik haar ’s morgens eens een kinderfoto van ons waarop we elkaar een bloemetje gaven. Zo wist ze: ook vandaag denk ik aan jou.’

Dwars door Stockholm

Katrien: ‘Katleen zorgde altijd voor kleine en originele attenties. Die gaven mij het gevoel dat ik er nooit alleen voor stond. Maar ze deed ook grootse dingen. Toen ik hoorde dat ik borstkanker had, was ze zich volop aan het voorbereiden op de marathon van Stockholm. Mijn diagnose haalde haar trainingsschema overhoop en vroeg veel van haar energie. Ze twijfelde om te vertrekken. Ik overtuigde haar om toch te gaan. “Doe het voor mij”, zei ik haar. Ze vertrok. Heb ik haar niet te veel gepusht?, vroeg ik me bezorgd af. Maar toen ik haar na 42 kilometer op mijn smartphoneschermpje zag finishen, kreeg ik kippenvel.’

Mogen voelen hoe graag je gezien wordt, is overweldigend.

Katleen: ‘Het was de zwaarste marathon die ik ooit gelopen heb. Tijdens zo’n afstand kom je jezelf meermaals tegen. Maar in Stockholm had ik meer moeilijke momenten dan anders. Momenten waarop ik wilde opgeven. Maar dan dacht ik aan Katrien en sprak mezelf moed in. Wat heb ik te klagen? Ik ben gezond, ik kan dit. Aan de eindstreep kreeg ik een roze T-shirt met “Finisher” op. De kleur, de tekst: symbolischer kon niet. Als aanmoediging gaf ik dat T-shirt aan mijn zus. Ook zij zou overwinnen.’

Een zomer met kanker

Katrien: ‘Een van de mooiste momenten in die periode was onze 45ste verjaardag in juli. We wilden die dag zeker samen vieren, maar ik zat toen volop in de chemobehandeling en was fysiek verzwakt. Dus kwam Katleen met haar gezin bij ons taart eten in de tuin. Wat genoot ik van hun gezelschap. We gingen ook even wandelen in het park vlakbij. Toen we op een bank uitrustten, maakte een van onze mannen een foto van ons. Die stuurden we naar familie en vrienden met het bijschrift “Wij worden samen 90 jaar!” Het woord “samen” had ineens veel meer betekenis.’

Katleen: ‘Door de wekelijkse chemokuren kon Katrien vorige zomer niet op vakantie. Daarom nodigde ik haar meermaals uit om bij mij thuis “op retraite” te komen. Ik woon op het platteland in het ouderlijke huis, onze moeder woont naast me en mijn kinderen zijn al wat ouder. Het is hier heerlijk rustig. Ideaal om wat te bekomen.’

Katrien: ‘Ik vond het zalig om terug te keren naar mijn roots. Tijdens die verblijven dacht ik veel aan vader. Hij overleed in 2015 aan kanker. De afgelopen tien jaar zijn de behandelingen enorm geëvolueerd. Uit dankbaarheid voor die vooruitgang nam ik op het einde van iedere therapie een pot verse honing mee voor de dokters. Honing staat symbool voor mijn vader. Hij was imker, een passie die ook Katleen nu voortzet.’

Onherkenbaar

Katleen: ‘Niet elk moment samen beleefden we op dezelfde manier. Katrien wilde haar lange haren zo lang mogelijk behouden en droeg tijdens de chemo een ijskap. Toch werd haar haar dunner. Na de behandeling bleven enkele lange lokken over, met hier en daar een kale plek en wat aarzelend donshaar. Het was tijd voor verandering. Op een dag nodigde ik mijn zus en mijn kapper bij mij thuis uit. Toen ik Katriens mooie, korte coupe zag, voelde dat als een opluchting, een keerpunt in haar ziekteproces.’

Katrien: ‘Bij mij kwam dat helemaal anders binnen: dat gezwollen gezicht zonder wimpers en wenkbrauwen in combinatie met die korte haren. Ik herkende mezelf niet meer in de spiegel, zag voor de eerste keer een echte kankerpatiënt. Dat hakte er stevig in.’ 

Katleen: ‘Ondertussen zijn we een jaar verder. De meest ingrijpende behandelingen zitten erop en Katrien is volop aan het herstellen. Voor de buitenwereld is het ergste achter de rug en de bezorgdheid neemt af. Maar de eigenlijke verwerking gebeurt nu pas en ik merk dat de draad van het leven weer opnemen best pittig is voor mijn zus.’

Katrien: ‘Katleen belt me nog altijd iedere dag en onze babbels helpen me om te verwerken wat me overkomen is. Ze is mijn persoonlijke psycholoog. Als een soort van barometer voelt ze na vijf seconden al hoe het met me gaat. Ze neemt in deze fase ook verlof voor medische bijstand om me één dag in de week te ondersteunen. Dat ze zelfs nu nog zo nabij blijft, beschouw ik niet als vanzelfsprekend. Katleen en ik hadden altijd al een hechte band, maar de diagnose bracht ons nóg dichter bij elkaar. Alsof we door de ernst van de ziekte elkaar nog net iets steviger willen vasthouden.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!