Dina: ‘Soms kwam er veel tegelijk op me af. Als ik onrustig was, liep Kris niet weg. Dan kon ik met hem sparren. Ik zag ook hoe mijn ziekte hem raakte. Als iets je dwarszit, lijkt een gesprek beginnen soms als een hoge berg. We spraken daarom een codewoord af. Dan zeiden we: “Ik heb een 55” en wisten we dat we moesten praten.’
Kris: ‘Naast die communicatie was ook humor essentieel. Toen Dina’s borst werd geamputeerd, vond ik dat heel erg, een verminking van haar lichaam. Maar toch kon ik een grapje maken. “We lijken steeds meer op elkaar”, zei ik, omdat ik destijds een dubbele borstamputatie had gehad.’ ‘Voor ons is het inderdaad “schouder aan schouder”, maar toch ook met elk onze eigenheid. Dina zegt dan: “Ik ben onaf en aan”: onafhankelijk en aanhankelijk.’
‘Voor mij zijn een eigen plek en mijn eigen projecten ook belangrijk. Ik heb bijvoorbeeld mijn mancave, op zolder dan, waar ik saxofoon speel. Als ik optreed, zet ik het petje op dat ik kocht om mijn kale hoofd na de chemo te bedekken. En ook als we mee fietsen met de 1000 km, doen we dat bewust elk vanuit ons eigen ziekenhuisteam.’