We dromen niet groots, maar wel intens

Schouder aan schouder - Coronakoppel Dina en Kris

Uit Leven • Editie 112 • Oktober 2026
Kris en Dina

Kris Cabus (67) en Dina Cogneau (70) hebben allebei borstkanker gehad. Hij zestien jaar geleden, zij twee jaar geleden. Door zijn eigen ervaring wist Kris precies in welke rollercoaster Dina zou terechtkomen en wanneer hij dicht bij haar moest blijven.

Auteur: Catherine Verguts • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Kris vertelde al vaker zijn verhaal, vooral om bewustzijn te creëren rond borstkanker bij mannen. ‘Hij is een bekendheid in de wereld van borstkanker’, lacht Dina. ‘Ik hou me liever op de achtergrond.’ Maar hier praten ze samen. Ze vullen elkaars verhaal aan en lachen breeduit. Hij leunt naar haar toe om zijn hand op haar arm te leggen. Af en toe schrijft zij iets op een papiertje om het later niet te vergeten. En soms staat hij recht om iets te halen, zoals een medaille die hij maakte voor na de borstamputatie. Die ligt niet in een stoffig hoekje, maar hangt te blinken op de slaapkamer. Hun advies? Wacht niet tot je iets overkomt om volop te leven. ‘Dat begint al met havermout en besjes uit de tuin ‘s morgens bij het ontbijt’, zegt Kris enthousiast.

Lief zijn

Kris: ‘We zijn een coronakoppel. Tijdens een controleafspraak vroeg mijn oncoloog of ik mee wilde fietsen voor de 1000 km van Kom op tegen Kanker. “Schrijf mijn naam maar op”, zei ik meteen, want na mijn kankertraject zeg ik bijna overal “ja” op. Ik kocht een mountainbike; ik had alleen nog een trainingsmaatje nodig.’ 

Dina: ‘Op een app voor sportmaatjes zag ik een man met een saxofoon die mijn aandacht trok. We chatten en al snel belde ik hem. Ik was getriggerd. In een van de eerste gesprekken vertelde Kris dat hij borstkanker gehad had. Heel moedig vond ik dat.’ 

Kris: ‘We bleven bellen, soms tot diep in de nacht. “Ben jij een lieve vrouw?”, vroeg ik op een gegeven moment. “Ik denk het wel”, antwoordde ze. Voor mij is lief zijn de essentie, ook al klinkt het naïef.’ ‘Niet veel later ontmoetten we elkaar halverwege, op fietspunt 20 langs het water. Netjes op anderhalve meter afstand … Tot ik op een gegeven moment zei: “Zeg, Dinaatje, we gaan toch niet wachten met zoenen tot Van Ranst zegt dat het mag?”’

Wakkere burger

Dina: ‘Ik voelde een harde schijf in mijn borst en ging naar mijn nieuwe huisarts, een startende arts, die mijn borst amper durfde aan te raken. Hij zei dat er niets aan de hand was. Enige tijd later had ik een afspraak voor een mammografie voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. Ik gaf toen duidelijk aan dat ik iets voelde. Mijn medische ervaring als tandarts leerde me dat je best een wakkere burger bent, een bondgenoot in je eigen gezondheidsproces. En inderdaad: het bleek borstkanker.’ 

‘Tijdens en na de behandeling ging ik op zoek naar meer wetenschappelijke informatie, vanuit mijn reflex om te begrijpen. Ik wilde vooral weten wat ik zelf kon doen. Zo leerde ik integratieve oncologie kennen (kankerzorg die klassieke medische kankerbehandelingen combineert met wetenschappelijk onderbouwde aanvullende zorg met een gezonde levensstijl als basis, red.). Als ze me gezegd hadden dat ik elke dag honderd keer de trap op en af moest lopen, ik had het gedaan.’ 

‘Die zoektocht maakte me duidelijk dat niet iedereen evenveel wil weten. Sommigen willen alles tot in detail begrijpen, anderen net niet. Mijn oncoloog voelde snel aan dat ik meer wou weten en nam rustig de tijd om mijn vragen te beantwoorden.’ 

Kris en Dina

Als ik onrustig was, liep Kris niet weg.

Kris: ‘Ik werd in een kleiner ziekenhuis behandeld en heb al zestien jaar dezelfde oncoloog. Daar heb ik me ook altijd veilig gevoeld.’ 

Dina: ‘Er is trouwens ook iets dat ik zelf graag eerder had geweten: ik heb dicht borstweefsel (dense klieren), waardoor de tumor pas later werd opgemerkt. Je kan dat zelf niet zien of voelen. Maar als je na de menopauze nog dicht klierweefsel hebt, en dat is bij ongeveer 8 op de 100 vrouwen, blijkt dat een verhoogd risico op borstkanker te geven. Dan krijg je bij twijfel na de mammografie aanvullend een echografie en soms ook een MRI. Het zou goed zijn als het bevolkingsonderzoek vrouwen daarover actiever zou informeren.’

Kris en Dina

Ritueel

Kris: ‘Ik hield er altijd al rekening mee dat ik zélf zou hervallen, maar nu was het Dina die ziek werd. Ik had wel met haar willen ruilen. Ik zag ook mijn eigen parcours weer naar boven komen: de diagnose, de operatie, de bestralingen. Maar ik ben ook het levende bewijs dat je een kankerdiagnose kan overleven.’ 

Dina: ‘Kris was de best mogelijke partner, iemand bij wie ik me altijd veilig voelde. Hij vergezelde me bij elke consultatie, wat vanuit zijn persoonlijke ervaring een zegen was voor mij. De oncoloog verheugde zich telkens weer over onze sterke band.’ 

Kris: ‘Tijdens Dina’s bestralingstraject legde ik elke dag vijftien minuten mijn hand op de bestraalde plek terwijl ik in mezelf een verhaal opzei. Het hielp mij om haar litteken beter te durven aanraken.’ 

Dina: ‘Dat gaf veel rust en verbinding.’

Als koppel samen en apart

Dina: ‘Soms kwam er veel tegelijk op me af. Als ik onrustig was, liep Kris niet weg. Dan kon ik met hem sparren. Ik zag ook hoe mijn ziekte hem raakte. Als iets je dwarszit, lijkt een gesprek beginnen soms als een hoge berg. We spraken daarom een codewoord af. Dan zeiden we: “Ik heb een 55” en wisten we dat we moesten praten.’ 

Kris: ‘Naast die communicatie was ook humor essentieel. Toen Dina’s borst werd geamputeerd, vond ik dat heel erg, een verminking van haar lichaam. Maar toch kon ik een grapje maken. “We lijken steeds meer op elkaar”, zei ik, omdat ik destijds een dubbele borstamputatie had gehad.’ ‘Voor ons is het inderdaad “schouder aan schouder”, maar toch ook met elk onze eigenheid. Dina zegt dan: “Ik ben onaf en aan”: onafhankelijk en aanhankelijk.’ 

‘Voor mij zijn een eigen plek en mijn eigen projecten ook belangrijk. Ik heb bijvoorbeeld mijn mancave, op zolder dan, waar ik saxofoon speel. Als ik optreed, zet ik het petje op dat ik kocht om mijn kale hoofd na de chemo te bedekken. En ook als we mee fietsen met de 1000 km, doen we dat bewust elk vanuit ons eigen ziekenhuisteam.’

Fietsen als rode draad

Dina: ‘Na mijn traject keek ik uit naar een nieuwe sportieve uitdaging. Ik vond voor Kris exact dezelfde tweedehands trekkersfiets als mijn 20 jaar oude model, waarmee we van thuis naar Zuid-Frankrijk wilden fietsen. Voor ons vertrek had het lang geregend, maar net toen we vertrokken, klaarde het op. We fietsten soms 100 kilometer per dag, met bagage en zonder ondersteuning.’

Kris: ‘Daar zijn we behoorlijk trots op!’ Dina ‘En het was zo ontzettend leuk om te doen. Wakker worden, lekker ontbijten en elke dag langs prachtige paden een nieuw avontuur tegemoet fietsen. Zo kunnen wij volop deconnecteren.’ Kris ‘Ik ben elke dag dankbaar dat we dit samen kunnen doen. En dat ik er nog ben. Want er is voor mij een leven vóór en na kanker.’

Dina: ‘Het is en blijft een zwaard dat ook boven mijn hoofd hangt. Maar net dat geeft me de zin om het leven vast te pakken. Er is maar één weg, en dat is vooruit. We dromen niet groots, maar wel intens.’

Kris en Dina

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!