Prof. Smits en Stroobants 1

De vooruitzichten zijn beter dan ooit

Kankeronderzoekers Evelien Smits en Sigrid Stroobants

Uit Leven • Editie 104 • Oktober 2024

Elke dag krijgen 205 Belgen te horen dat ze kanker krijgen. Dat zijn er bijna 75.000 per jaar. Gelukkig is de behandeling van kanker er met rasse schreden op vooruitgegaan. De kans op genezing is groter dan ooit, steeds meer mensen krijgen er extra levensjaren bij. En er zitten nog veelbelovende therapieën in de pijplijn. We praten erover met kankeronderzoekers Evelien Smits en Sigrid Stroobants.

Auteur: Bart Desomer • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

We beginnen met een blik op de cijfers, meer bepaald op de ‘vijfjaarsoverleving’ van mensen met kanker. Wat is dat, die vijfjaarsoverleving? En wat zeggen de cijfers?

Prof. Smits: ‘De vijfjaarsoverleving (zie tabel hiernaast, red.) is de gemiddelde kans om vijf jaar na de diagnose van kanker nog in leven te zijn. In 1950 was dat gemiddeld maar 20 tot 25 procent van de patiënten. De geneeskunde beschikte toen natuurlijk over veel minder mogelijkheden dan nu.’

Prof. Stroobants: ‘Daarna worden de cijfers snel beter. In 1980 was de vijfjaarsoverleving al gestegen tot ongeveer 40 procent, in 2022 zelfs tot 69 procent. De vooruitzichten op een langer leven en zelfs genezing zijn voor veel kankers vandaag beter dan ooit.’

In die gemiddelden zit wel veel variatie. Het ene type kanker is zeer goed behandelbaar, het andere moeilijker.

Prof. Stroobants: ‘Bij prostaatkanker (98,1 procent), melanoom (95,2 procent) en borstkanker bij vrouwen (92,2 procent) is de vijfjaarsoverleving het grootst. Met dikkedarmkanker zitten we op 71,9 procent.’

Prof. Smits: ‘Bij longkanker (26,5 procent), slokdarmkanker (26,3 procent) en pancreaskanker (14,4 procent) zijn de vooruitzichten op langere termijn nog niet zo goed. Daar moet dus nog veel onderzoek naar gebeuren. Dat is trouwens volop bezig: ook voor die patiënten zitten er innovatieve behandelingen in de pijplijn.’

Prof. Stroobants: ‘Hoe dan ook blijft de beste kans op genezing: er vroeg bij zijn. Laat je screenen en ga bij klachten op tijd naar de dokter.’

De behandeling van kanker is op elk vlak beter geworden. Ook de chirurgie? 

Prof. Smits: ‘Kleine tumoren worden steeds vaker met een kijkoperatie weggehaald: via enkele kleine openingen worden kleine camera’s en instrumentjes binnengebracht om het zieke weefsel weg te snijden. Daardoor knappen patiënten sneller op.'

'Maar ook bij open chirurgie zijn de technieken verbeterd en wordt er minder gezond weefsel beschadigd. Bij robotchirurgie bijvoorbeeld bedient de chirurg via een joystick zeer kleine en precieze instrumentjes. Onder andere voor urologische en gynaecologische ingrepen is dat een grote hulp, want dat is vaak millimeterwerk.’

Prof. Stroobants: ‘Vroeger sneed de chirurg meer weefsel weg om meer garantie te hebben dat alle tumorcellen weg waren. Nu worden de snijranden soms tijdens de operatie naar het lab gestuurd en meteen op kwaadaardige cellen gecheckt. Intussen wacht het operatieteam op het resultaat. In de toekomst zal die controle steeds vaker in de operatiezaal zelf gebeuren. Nog sneller dus.'

'De UGent werkt momenteel aan zo’n techniek. Men spuit voor de operatie een radioactieve stof in. Die dringt alleen binnen in de kankercellen en wordt zichtbaar onder een speciale camera die in de operatiekamer staat. Zijn de snijvlakken nog niet helemaal kankervrij, dan neemt de chirurg wat extra weg.’

Tabel cijfers

Cijfers Stichting Kankerregister, Brussel, 2024. We vermelden hier de relatieve vijfjaarsoverleving. ‘Relatief’ betekent dat we de overlevingskans weergeven in verhouding tot de verwachte overleving voor inwoners van Vlaanderen met dezelfde leeftijd en hetzelfde geslacht. Zo krijgen we zicht op de sterfte door een bepaalde soort kanker, los van overlijdens door andere doodsoorzaken. Elke situatie is uniek en overlevingscijfers geven alleen een globaal beeld. Niemand kan voorspellen wat er bij jou precies zal gebeuren. Praat erover met je arts: die kent je situatie het best.

Radiotherapie – bestraling – is nog een klassieker in het therapeutisch wapenarsenaal. Zit daar nog vernieuwing in?

Prof. Stroobants: ‘Zeker! Om te beginnen zijn de bestralingen veel nauwkeuriger en doelgerichter dan vroeger. We kunnen op voorhand de tumor – en dus het doelgebied van de bestraling – veel duidelijker aflijnen met beeldvorming.'

'Daarnaast kunnen we kiezen uit verschillende soorten straling en met de dosis spelen: veel straling in een agressief deel van de tumor, minder straling elders. Gezond weefsel wordt op die manier maximaal gespaard. Hetzelfde bekomen we door borstkankerpatiënten in buiklig te bestralen (nog niet in alle ziekenhuizen mogelijk, red.), waarbij de borsten naar beneden hangen door twee gaten in de matras. Het hart wordt zo minder bestraald.’

Prof. Smits: ‘Een nieuwe trend is om de bestralingsduur korter en de bestralingsdosis hoger te maken. In plaats van pakweg twintig sessies in vier weken tijd, worden er dat er tien of zelfs maar vijf in één of twee weken. Dat is even effectief, maar minder belastend voor het lichaam.’

Prof. Stroobants: ‘Het is ook comfortabeler voor de patiënt, want die moet minder vaak naar het ziekenhuis komen.’

Er zou ook een soort van radiotherapie bestaan om uitgezaaide kanker te behandelen?

Prof. Stroobants: ‘We koppelen een radioactieve stof dan aan een eiwit of antilichaam en dienen die via het bloed aan de patiënt toe. Daarna gaan ze overal in het lichaam aan welbepaalde kankercellen binden. We noemen dat radioligandtherapie. Daarmee kun je uitgezaaide kankercellen in het hele lichaam van binnenuit bestralen en vernietigen. De techniek wordt nu al ingezet voor prostaatkanker en neuro-endocriene tumoren (NET) van de longen of het maag-darmstelsel.’

Professor Sigrid Stroobants

Professor Sigrid Stroobants

Dat trucje met antilichamen bestaat blijkbaar ook voor chemotherapie?

Prof. Smits: ‘Dat klopt: ook chemotherapie kun je aan zo’n antilichaam koppelen en zo in de tumorcellen binnenloodsen. Zo blijft de rest van het lichaam gespaard. We noemen dat chemo-immunotherapie. Die techniek wordt al gebruikt bij bepaalde types van borsttumoren.’

Bestralingen zijn veel nauwkeuriger en doelgerichter dan vroeger.

Prof. Stroobants: ‘Chemotherapie wil je altijd zo gericht mogelijk inzetten – alleen waar de tumorcellen zitten. Daarom wordt chemo soms rechtstreeks in de lever ingespoten, zodat alleen die tumor behandeld wordt. En als het been van een patiënt met uitgezaaid melanoom vol tumorbolletjes staat, kun je de bloedvoorziening van het been tijdelijk afsluiten van de rest van het lichaam en omleiden naar een hart-longmachine. Via een katheter kan dan een hoge chemodosis ingespoten worden in het been. De rest van het lichaam blijft gevrijwaard.’

Hoe minder chemo, hoe liever?

Prof. Smits: ‘Nu is dat soms nog moeilijk. Als een bepaald type van chemo niet meer werkt, moeten we een beetje “blind” andere soorten uitproberen en afwachten of die wel werken. Dat is zwaar voor de patiënt. Daarom ontwikkelen we nu een systeem om de werkzaamheid van verschillende chemotypes in het lab uit te testen. Eerst halen we tumorcellen uit de patiënt, want elke tumor heeft specifieke kenmerken. Die kweken we in het lab op tot we een hele reeks tumor-“avatars” hebben, verspreid op een plaatje. Via een medicatieprinter kunnen we dan chemo in die tumor-avatars printen, in verschillende sterktes en combinaties met andere medicatie. De mix die in het lab het beste de tumorcellen kapotmaakt, kunnen we dan toedienen aan de patiënt.’

Dat klinkt als sciencefiction.

Prof. Stroobants: ‘Het is de toekomst van kankergeneeskunde: een combinatie van therapieën, helemaal afgestemd op de patiënt en het tumortype.’

Professor Evelien Smits

Professor Evelien Smits

Door de bril van de patiënt

Wat doen de biomedische commissies van Kom op tegen Kanker?

Prof. dr. Evelien Smits is expert in immuuntherapie aan UAntwerpen, prof. dr. Sigrid Stroobants is hoofd van de afdeling nucleaire geneeskunde van het UZA en de dienst nucleaire geneeskunde in AZ Klina. Ze zijn voorzitter van de twee biomedische commissies van Kom op tegen Kanker.

Die beoordelen welke onderzoeken financieel gesteund zullen worden. Dat gebeurt altijd in overleg met een commissie van patiënten, die feedback aan de experts geven en mee beslissen. Hun input is verrijkend, vinden prof. Smits en prof. Stroobants. ‘Als wij nieuwe therapieën uittesten, staan we niet altijd stil bij de nevenwerkingen of andere nadelen. Patiënten wijzen ons daarop. Ze dwingen onderzoekers om het ook door hun bril te bekijken.’

Meer info over de biomedische commissies van Kom op tegen Kanker lees je hier.

Prof. Smits en Stroobants 2
Evelien Smits en Sigrid Stroobants
Voorzitters biomedische commissies van Kom op tegen Kanker

Tegenwoordig gebruikt men steeds vaker een mix van chemo- en immuuntherapie.

Prof. Smits: ‘Die twee kunnen elkaar versterken. Chemo vernietigt kankercellen rechtstreeks, immuuntherapie pept ons afweersysteem op om kankercellen te vernietigen. Zo vallen we kanker vanuit twee hoeken aan. De kans dat tumorcellen ontsnappen, wordt op die manier kleiner.’

Prof. Stroobants: ‘Immuuntherapie brengt hoop voor kankers die vroeger nauwelijks behandelbaar waren, zoals longkanker. Bij de diagnose zit bijna de helft van de longkankerpatiënten al in stadium 4: ze hebben uitzaaiingen buiten de longen. Vroeger was hun prognose anderhalf jaar. Als de immuuntherapie aanslaat, kan hun levensverwachting met vijf of zelfs meer jaren verlengen. Maar helaas werkt het niet bij iedereen.’

Prof. Smits en Stroobants 2

Hoe werkt immuuntherapie eigenlijk?

Prof. Smits: ‘De cellen van ons immuunsysteem vallen kankercellen aan, maar die hebben een zwakke plek gevonden: een ingebouwde “rem”. Ze duwen die rem van de immuuncellen in en leggen ze zo plat. De farma-industrie produceert nu checkpointremmers, antilichamen die voorkomen dat die rem ingeduwd wordt. Dat is het eerste systeem van immuuntherapie.’

En het tweede?

Prof. Smits: ‘Dat is CAR-T-celtherapie, een, therapie die in het lab gemaakt wordt op maat van het individu. Eerst halen we T-cellen – zeg maar de soldaten van het immuunsysteem – uit het lichaam van de patiënt. Die worden in het lab genetisch gemanipuleerd, zodat ze de kankercellen extra goed gaan herkennen, en daarna teruggeplaatst. Het nadeel van die aanpak is dat je de T-cellen bij de patiënt zelf moet oogsten. Daarom doen we nu onderzoek naar een ander type van soldaatcellen: NK-cellen of natuurlijke killercellen. Die kunnen we uit andere donoren halen en klaar houden, zodat de patiënt zelf niet moet wachten. Volgens de eerste testen zouden die natuurlijke killercellen ook minder bijwerkingen geven.’

Prof. Stroobants: ‘CAR-T-celtherapie werkt voorlopig alleen bij bepaalde bloedkankers, zoals leukemie. In vaste tumoren raken ze niet goed binnen.’

Prof. Smits: ‘Tumoren kunnen van nature een schild vormen van bindweefsel, om aanvallers buiten te houden. Wij werken nu aan natuurlijke killercellen die toch door dat bindweefsel heen raken.’

Noem eens een paar nieuwe of toekomstige therapieën waar we misschien nog niet van gehoord hebben?

Prof. Stroobants: ‘Doelgerichte therapie met small molecules. Dat zijn kleine werkzame stofjes die het enzym in de kankercel blokkeren dat verantwoordelijk is voor de ongecontroleerde groei. Doelgerichte therapie wordt nu al gebruikt om melanoom te behandelen, vaak in combinatie met immuuntherapie. Dankzij die twee wordt er steeds minder chemotherapie gegeven aan mensen met dat type huidkanker.’

Therapeutische kankervaccins zijn een andere veelbelovende nieuwkomer.

Prof. Smits: ‘Therapeutische kankervaccins zijn een andere veelbelovende nieuwkomer. Daarmee gaan we patiënten tegen hun eigen tumortype kunnen vaccineren. Ook het onderzoek naar nanodeeltjes is veelbelovend. We kapselen dan chemo of een kankervaccin in vetbolletjes in. Dat zorgt ervoor dat de werkzame stof alleen in tumorcellen vrijkomt en niet in gezond weefsel.’

Hoe ziet de toekomst eruit?

Prof. Stroobants: ‘De behandeling zal steeds vaker bestaan uit een gepersonaliseerde combinatie van therapieën, die heel gericht een type tumor aanvallen. Daarvoor moet je in het lab eerst het DNA van de tumor in kaart brengen. Zo weet je op voorhand welk middel wel of niet zal aanslaan en wat de beste aanpak is. Artificiële intelligentie zal ons steeds vaker helpen om de juiste keuze te maken.’

Prof. Smits: ‘We zijn op weg om van vele soorten kanker een gecontroleerde, chronische ziekte te maken.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!