Greet De Reu

Ik kan weer min of meer normaal eten en zelfs op restaurant gaan

Geert De Reu leeft door slokdarmkanker met een buismaag

Uit Leven • Editie 94 • April 2022

In het voorjaar van 2019 werd de slokdarm van Geert De Reu (59) voor een groot deel weggenomen. Ze heeft nu een buismaag. Ze moest nieuwe eetgewoonten ontwikkelen. ‘Grote porties zijn niet meer aan mij besteed, ik moet traag eten en goed kauwen. De meeste dingen krijg ik intussen wel verteerd, al heb ik nog regelmatig last van krampen en diarree.’

Auteur: Bart Van Moerkerke • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu niet beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline Beschikbaar op 12/12/2022 om 09:00
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u

‘Begin 2019 kreeg ik het gevoel dat ik niet goed meer kon slikken, eten werd lastig. De problemen bleven duren en ook drinken lukte na een tijdje niet goed meer. Een gastroscopie (een endoscopie van de slokdarm, de maag en de twaalfvingerige darm, red.) bracht de oorzaak van de problemen aan het licht: een tumor van de slokdarm, vlak boven de maag. Mijn wereld stortte in, dat slechte nieuws had ik helemaal niet zien aankomen.’

Geert De Reu

Buismaag

‘De dagen nadien volgden nog verschillende onderzoeken. Gelukkig waren we er snel bij, de kanker was nog in een vrij vroeg stadium. Op het eerste gezicht waren er geen uitzaaiingen. Op 24 april 2019 werd ik geopereerd. Mijn slokdarm werd weggenomen, op het bovenste stukje na. Mijn maag werd opgetrokken en vastgehecht aan dat restantje van de slokdarm. Het resultaat is wat ze een buismaag noemen.’

‘Voor de operatie was me gevraagd of ik wou instappen in een klinische studie waarbij sommige patiënten de eerste vier dagen na de operatie enkel vocht kregen via een sonde terwijl andere onmiddellijk sondevoeding kregen. Het doel was te kijken of er een verschil was in de complicaties na de ingreep. Ik zat in de eerste groep. Pas op de vijfde dag begon ik wat water te drinken en een klein beetje te eten. De eerste keren was eten zeer beangstigend, ook al ging het maar over een papje, een soepje of een andere kleinigheid. Alles bleef precies steken en ik had ook veel schrik om over te geven. Je moet weten dat alles wat je inneemt rechtstreeks in de buismaag loopt. Die vult zeer snel en dan kan er niets meer bij. Het verteringsproces dat normaal in de maag gebeurt, moet worden overgenomen door de darmen. Om die redenen moet je heel traag en kleine hoeveelheden eten, en goed kauwen.’

Sondevoeding

‘Een week na de operatie kreeg ik niets meer binnen. Bleek dat het litteken van de operatie was uitgezet, wat wel vaker voorkomt, waardoor de buismaag dichtzat. Dat werd onder een lichte verdoving in orde gebracht. Het moest later nog eens gebeuren. Na tien dagen in het ziekenhuis kon ik naar huis. Eten lukte de ene keer beter dan de andere. Ik had regelmatig last van wat ze dumping noemen. Dat krijg je als voedsel zeer snel in de darmen komt en die het niet meteen verteerd krijgen. Ik kreeg dan hevige krampen en diarree.’

‘Ook thuis kreeg ik nog sondevoeding, daar ben ik pas in september 2019 mee kunnen stoppen. Aanvankelijk kwam er een thuisverpleegkundige langs om de sonde ’s avonds aan te sluiten en ’s morgens weer af te koppelen, maar na een tijdje kon ik dat zelf.’

‘Omdat bij de operatie toch enkele kankercellen waren gevonden in de klieren kreeg ik vanaf juni 2019 chemotherapie. Dat was bijzonder zwaar. Ik kon niets meer eten of drinken, ik overleefde op de sondevoeding. Na vier van de zes geplande beurten ben ik gecrasht, ik viel flauw in de badkamer en werd weer opgenomen in het ziekenhuis. Daar lag ik gedurende een week ononderbroken aan de sonde. De laatste twee chemobeurten heb ik niet meer gehad.’

Kleine porties

‘Ik woog vroeger om en bij de 70 kilogram, na de operatie en de chemo nog 55. Dat is nu nog altijd mijn gewicht, ik kom niet meer bij. Het eten gaat wel al veel beter. In het begin at ik tot wel acht keer per dag, telkens zeer kleine hoeveelheden. Nu zit ik weer op het ritme van drie maaltijden met af en toe een tussendoortje, al blijven de porties kleiner dan vroeger. Op restaurant is een hoofdgerecht meer dan voldoende. Dan nog vraag ik af en toe om een deel van de maaltijd mee te nemen naar huis.’

Zoals de diëtist in het ziekenhuis me aanraadde, is het een kwestie van proberen en zien wat goed gaat en wat niet.

‘Er zijn enkele dingen die ik moet vermijden. Volle melk bijvoorbeeld, dat lukt niet. Pasta krijg ik maar moeilijk verteerd. Brood evenmin, tenzij het geroosterd is. Wit brood is helemaal not done. Zeer vette of gefrituurde dingen at ik sowieso al niet veel, ik heb het meer voor groenten en fruit.’

Geert De Reu

Proberen

‘Met suikerrijke voeding moet ik zeer voorzichtig zijn. Hetzelfde voor alcohol, één glas wijn volstaat. Vroeger dronk ik graag een frisse pint, die smaakt me nu niet meer. Koffie beperk ik tot twee kopjes per dag. Soep drink ik het best een uur voor de maaltijd, zodat die al kan zakken.’

Lotgenotencontact slokdarm-/maagkanker

Geert De Reu richtte samen met enkele lotgenoten en onder begeleiding van Kom op tegen Kanker de Contactgroep Spijs op, voor mensen met slokdarm- en/of maagkanker. Informatie vind je op contactgroepspijs.be. Bellen of mailen kan ook: 0470 25 40 41 of info@contactgroepspijs.be.

‘Zoals de diëtist in het ziekenhuis me aanraadde, is het een kwestie van proberen en zien wat goed gaat en wat niet. Maar dan nog blijft het moeilijk: de ene keer kan ik bijvoorbeeld een wafel eten, maar de volgende keer heb ik toch weer last van dumping of diarree.’

‘Ik heb geen hongergevoel meer. Als ik te lang wacht met eten, krijg ik zure oprispingen en dan weet ik dat het tijd is om te eten. Ik heb geen klep meer die het maagzuur tegenhoudt. Daarom kan ik ook niet meer plat op mijn rug slapen, ik moet altijd met mijn hoofd wat hoger liggen. En ik mag zeker niet eten vlak voor ik ga slapen. Ook bukken is een zeer slecht idee, dat heb ik tot mijn scha en schande moeten ondervinden. Als ik iets moet oprapen of tillen, is door de knieën gaan de enige manier om geen brandend zuur in de keel te krijgen.’

Uitrusten

‘Kijk, de ziekte heeft zijn sporen nagelaten. Maar ik ben wel weer aan het werk! Ik werk als apotheekassistent in het ziekenhuis. Vroeger had ik er een voltijdse baan, nu werk ik vier vijfde. Mijn vrije woensdag heb ik nodig om uit te rusten.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Geert De Reu

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!