Behandeling van slokdarmkanker

Verschillende specialisten van meerdere ziekenhuizen bespreken iedere patiënt met een diagnose van slokdarmkanker binnen een gespecialiseerd consortium van ziekenhuizen. Dat gebeurt wekelijks. Op een multidisciplinair consult voor complexe slokdarmaandoeningen wordt overlegd hoe je ziekte het best behandeld kan worden.

Voor de keuze van de behandeling houden artsen vooral rekening met de soort slokdarmkanker (plaveiselcelcarcinoom of adenocarcinoom), met de plaats van de tumor in de slokdarm, met de grootte van de tumor, met het stadium van de ziekte, met je conditie en je leeftijd. In overleg met jou legt de arts dan de behandeling vast.

De meest toegepaste behandeling bij niet uitgezaaide slokdarmkanker is een operatie (chirurgie), al dan niet in combinatie met bestralingen (radiotherapie) en/of chemotherapie.

Als de slokdarmkanker uitgezaaid is naar andere delen van het lichaam, krijg je meestal chemotherapie, een combinatie van chemo- en immunotherapie of een combinatie van radiotherapie en chemotherapie voorgesteld. Soms ook doelgerichte therapie. De behandeling werkt dan niet meer genezend maar kan wel de symptomen helpen verlichten en het ziekteproces vertragen.

Stel je arts gerust vragen over de voorgestelde behandelmogelijkheden en over mogelijke bijwerkingen van de behandeling. Als je twijfelt, kan een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Operatie in referentiecentrum

Als je in aanmerking komt voor een operatie, gebeurt die in een erkend referentiecentrum voor complexe slokdarmchirurgie. Dat is een ziekenhuis met genoeg ervaring en expertise om zo’n operatie uit te voeren. Het sloot daarvoor een overeenkomst af met het RIZIV en wordt streng gecontroleerd. Het referentiecentrum moet goede cijfers kunnen voorleggen om erkend te blijven.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Karin Haustermans, prof. dr. Karen Geboes en dr. Alain Bols
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op