Aanpak van vermoeidheid bij en na kanker

Er bestaat geen standaardbehandeling voor vermoeidheid bij en na kanker. Wat voor de ene mens werkt, doet het misschien niet voor een ander. Uitzoeken wat voor jou werkt en wat niet, kan wat tijd vragen. Bespreek je vermoeidheid met je behandelend arts. Hij kan vaststellen wat de oorzaak van jouw vermoeidheid is en een behandeling voorstellen. 

Aarzel ook niet om je vermoeidheid te bespreken met andere zorgverleners: de oncologisch verpleegkundige (is gespecialiseerd in de ondersteuning van mensen met kanker tijdens hun behandeling), de verpleegkundig consulent oncologie of verpleegkundig specialist oncologie (een oncologisch verpleegkundige die gespecialiseerd is in een bepaald type kanker of bepaalde aspecten van kanker), jouw huisarts, verpleegkundige, kinesitherapeut, psycholoog … kunnen samen met jou naar oplossingen zoeken of naar manieren om ermee om te gaan.

Evenwicht tussen energie sparen en actief zijn

Het gebeurt geregeld dat mensen met kanker in een vicieuze cirkel terechtkomen. De ziekte en de behandeling veroorzaken vermoeidheid, je bent moe, je hebt geen zin om iets te doen, en dus rust je. Maar als je te lang rust en niet meer of minder beweegt, worden je spieren niet meer geactiveerd en neemt je fysieke fitheid geleidelijk aan verder af. Op deze manier kosten inspanningen steeds meer moeite, waardoor je uiteindelijk ‘bang’ wordt om te bewegen en je de neiging hebt nog meer te rusten.

Probeer die neerwaartse spiraal te doorbreken. Tijdens de behandeling is het goed om, in de mate van het mogelijke, af en toe lichamelijke inspanningen te doen zodat je je conditie op peil houdt. Dat kan bijvoorbeeld elke dag een half uur wandelen zijn, eventueel verdeeld over twee keer een kwartier of drie keer tien minuten. Na de behandeling is het zaak om je conditie geleidelijk aan weer op te bouwen (zie verder bij Bewegen en sporten).

Ook voor wie kanker met uitzaaiingen of in een vergevorderd stadium heeft, is het belangrijk om een balans te vinden tussen actief zijn en rusten. Beweging blijft belangrijk, maar activiteiten worden best in een rustiger tempo uitgevoerd, met frequentere rustpauzes.

Energie sparen

Bij vermoeidheid door kanker is je energie beperkt. Je moet dus proberen deze beperkte hoeveelheid energie op de best mogelijke manier te gebruiken.

Herbekijk je streefdoelen

Onderzoek je streefdoelen, zowel op korte als op lange termijn. Schat ze opnieuw in om ze realistisch en haalbaar te maken. Wees dus ook selectief in wat je wilt verwezenlijken; dat zal je helpen mogelijke schuldgevoelens, stress en angst te verminderen als blijkt dat je die oorspronkelijke streefdoelen niet meer kunt halen. Stel je verwachtingen bij, en leg dat ook uit aan je naasten. De ramen hoeven bijvoorbeeld niet per se maandelijks gepoetst te worden, het onkruid in de tuin niet altijd even nauwkeurig gewied. Geef de voorkeur aan wat deugddoend aanvoelt voor jou en bespreek dat met je partner en kinderen.

Probeer goed in te schatten wanneer je je weer in staat voelt om te gaan werken tijdens of na je behandeling. Let op dat je je niet forceert om er meteen weer volledig tegenaan te gaan op het werk. Vermoeidheid kan de werkhervatting flink in de weg staan. Bespreek de mogelijkheden voor werkhervatting met de sociaal werker in het ziekenhuis en ga eventueel eerst een periode deeltijds aan de slag.

Maak een lijst van activiteiten

Maak er zelfs twee: een lijst van de activiteiten die je dezelfde dag zou moeten uitvoeren en een lijst met dingen die kunnen wachten tot een volgende keer. Doe dat elke dag, en voer de activiteiten van die ‘zou-moeten-lijst’ alleen uit als je er zin in hebt en denkt ze aan te kunnen.

Houd bij wat energie geeft en wat energie vreet

Schrijf op wat je in de loop van de dag doet en noteer daarbij hoe het gesteld is met je energie en de graad van vermoeidheid. Kijk na enkele dagen je notities na om te zien of daarin een zeker patroon te herkennen is. Probeer te kijken wat voor jou energievreters en energiegevers zijn en deel dat met je huisgenoten, zodat ook zij hier rekening mee kunnen houden. Wat had je die keren vooraf gedaan toen je je beter voelde? Was er een activiteit die je meer vermoeide dan een andere? Probeer de meest afmattende activiteiten zo veel mogelijk te beperken. Geef de voorkeur aan de activiteiten die je aankunt en die je goed doen.

Zoek je eigen ritme

Probeer een gemakkelijk ritme te vinden voor de activiteiten die je wilt uitvoeren. Overdrijf niet, werk of studeer in gunstige omstandigheden en vermijd te veel ineens te ondernemen. Rustig werken of studeren zal je meer voldoening schenken.

Zorg voor voldoende ontspanning

Denk aan andere dingen dan aan vermoeidheid, ziekte of behandeling. Lezen, muziek beluisteren, televisie kijken of naar de bioscoop gaan, lichte lichamelijke inspanningen, iets creatiefs doen, genieten van de natuur, sociale contacten, gezelschapsspelen, een warm bad, een saunabeurt, een massage, yoga, mediteren, mindfulness … kunnen helpen om je te ontspannen en mentaal tot rust te komen. Zorg voor de nodige oplaadmomenten! Het is belangrijk om dingen te doen die jij leuk vindt. Bepaal de waarden die voor u belangrijk zijn en kies ontspannende activiteiten die daarbij aansluiten.

Vraag hulp

Als je je activiteiten plant en vooral dingen doet die jou interesseren en amuseren, zul je meer energie hebben. Maar wat met al die andere activiteiten? Vraag hulp voor bezigheden zoals het huishouden, de was, winkelen, vervoer enz. Vrienden en familieleden zullen je graag helpen, soms vragen ze je ook wat jou kan helpen. Delegeer activiteiten en verantwoordelijkheden om energie te sparen en besteed bepaalde zaken (bijv. poetsen of strijken) eventueel uit. 

Geef aan als je liever even alleen bent

Als je geen zin hebt in sociaal contact, zeg dan eenvoudig dat je geen zin hebt om te praten. Even alleen zijn kan ook goed doen. Veel vrienden zullen het waarderen dat je open bent over wat wel of niet gaat voor jou.

Bewegen en sporten

Probeer regelmatig fysieke inspanningen te doen, beweeg door bijvoorbeeld eens te voet of met de fiets een korte verplaatsing te doen, de trap te nemen, iets in het huishouden te doen ... Veel mensen ervaren dat bewegen hun vermoeidheid verlicht.

Rustige duursporten zoals wandelen, fietsen en zwemmen zorgen voor een betere zuurstofopname en helpen je fysieke conditie op peil houden. Sommige mensen hebben goede ervaringen met andere vormen van beweging zoals yoga.

Bespreek met een zorgverlener (bijvoorbeeld je behandelend arts, je huisarts, een verpleegkundige of een kinesitherapeut) de beste vorm en soort van lichaamsoefening voor jezelf. Vraag ook of er bepaalde situaties zijn waarin je beter niet sport.

Bouw je conditie geleidelijk aan op

De opbouw verloopt het best zeer geleidelijk: door telkens iets langer en iets intensiever te gaan bewegen, bouw je geleidelijk aan opnieuw conditie op. Je kiest het best voor een activiteit die je gemakkelijk drie tot zeven keer per week kunt uitvoeren.

Probeer tijdens de behandeling je energie te behouden door in de mate van het mogelijke je dagelijkse activiteiten voort te zetten. Beweeg enkele minuten per dag, tot zeker niet meer dan 30 minuten. Patiënten die voor hun behandeling een goede conditie hadden, kunnen soms wat meer aan.

Na de behandeling kun je geleidelijk aan je inspanningen opvoeren tot 60 minuten of langer. Hoe zwaar deze inspanning is, hangt af van hoe je je voelt en wat je in het verleden gewoon was te doen.

Bewegingsprojecten voor mensen met en na kanker

In verschillende ziekenhuizen kunnen mensen met kanker tijdens en na hun behandeling een oncorevalidatieprogramma volgen. Het programma duurt enkele maanden en bestaat meestal uit een combinatie van lichaamsbeweging en informatiesessies. Onder deskundig toezicht wordt er aan de fysieke conditie gewerkt. De oefeningen gebeuren meestal in groep maar iedereen wordt individueel begeleid en krijgt een oefenschema ‘op maat’ aangeboden. De intensiteit van de oefeningen wordt langzaam opgedreven zodat de fysieke conditie er geleidelijk op vooruitgaat en de levenskwaliteit verbetert.

Het oncorevalidatieprogramma heeft me gemotiveerd om aan mijn conditie te werken. Ook mentaal heb ik er veel aan gehad. Ik voelde me gesteund door de andere deelnemers en de begeleiders.

Niet alleen ziekenhuizen, maar ook sommige thuiszorgdiensten, lotgenotengroepen, inloophuizen, ziekenfondsen en andere organisaties bieden begeleide bewegingsactiviteiten aan. Dat zijn bijvoorbeeld gymlessen, aquagym, wandelingen, yoga ...

Vraag in je ziekenhuis, bij je ziekenfonds of bij je thuiszorgorganisatie waar je een bewegingsprogramma kunt volgen of kijk in de agenda (je vindt alle activiteiten die met beweging te maken hebben door de filter ‘Verfijn op activiteit’ te gebruiken).

Krijg je graag begeleiding om een bewegingsprogramma uit te werken en/of een geschikte groepsactiviteit in je buurt te zoeken en woon je in Vlaanderen of Brussel? Vraag dan aan je huisarts om te mogen deelnemen aan Bewegen Op Verwijzing. Je huisarts duidt in de verwijsbrief aan waarmee je coach rekening moet houden.

Rusten en slapen

Neem de tijd om te rusten of te slapen als je voelt dat je lichaam die rust of slaap nodig heeft.

Korte rustperioden zijn ideaal

De meeste mensen hebben, als ze vermoeid zijn, behoefte aan meer rust. Nochtans heeft onderzoek aangetoond dat door te veel rust het lichaam minder energie gaat produceren. Meer rust maakt het lichaam immers loom en het moeheidsgevoel vermindert niet.

Op mijn “goede” dagen probeer ik iets te doen: wandelen, een tochtje maken met mijn elektrische fiets, breien of koken. De slechte dagen kan ik missen: op die dagen kruip ik met een pijnstiller in de zetel en probeer ik te rusten.

Las liever korte rustperioden in dan lange. Enkele korte perioden van rust kunnen meer goed doen dan één lange. Je hartslag vertraagt vlugger in het begin van een rustperiode en trager als je blijft rusten. Op die manier geven korte rusttijden je hart meer gelegenheid om trager te slaan, en ze helpen je energie te sparen.

Als je wilt slapen, doe dan een hazenslaapje

Een hazenslaapje is een korte slaap die wel eens kan helpen om energie te sparen. Probeer die korte slaap in de zetel omdat je in bed de neiging hebt om langer door te slapen.

Pas op: te veel van die slaapjes zouden het dag-nachtritme kunnen verstoren en beletten dat je ‘s nachts goed slaapt. Een goede volle nachtrust, of een ononderbroken slaap is ook belangrijk en helpt je energie te sparen.

vermoeidheid man slaapt in de zetel - copyright: Joost Joossen

Hulp voor een goede nachtrust

Er is een breed scala van mogelijkheden om slaapproblemen aan te pakken. Let eerst en vooral op je voeding. Koffie, alcohol en suikerrijke producten vermijd je best in de avonduren. Een goede slaaphygiëne is eveneens belangrijk: vermijd drukke activiteiten voor je naar bed gaat, zorg dat je een overgangsperiode inbouwt waarin je je goed kunt ontspannen, vermijd ‘waak’activiteiten (bijv. tv-kijken of een ander beeldscherm gebruiken) in je slaapkamer, probeer altijd op hetzelfde tijdstip op te staan, ga pas slapen als je slaperig bent (maak het onderscheid met moe zijn!), vermijd lange dutjes in de namiddag en zorg voor voldoende relaxatie, ontspanning en rust overdag.

Ontspanningsoefeningen helpen om lichamelijk én geestelijk te ontspannen. Denk bijvoorbeeld aan mindfulness of yoga, maar ook relaxatieoefeningen die de kinesitherapeut, oncopsycholoog of verpleegkundige aanreikt of die je zelf leert met behulp van een boek, onlineprogramma, app, cd of dvd zijn prima. Ook bewegen helpt. Hoeveel beweging je nog aankunt, hangt af van jouw omstandigheden en van het stadium van je ziekte. Maar hoe gering ook, elke vorm van beweging helpt om beter te kunnen slapen.

Slaapmedicatie

Bepaalde geneesmiddelen kunnen jou misschien tijdelijk helpen om beter in te slapen en langer door te slapen. Neem die niet op eigen houtje, bespreek dat eerst met je behandelend arts of huisarts en houd je aan de voorgeschreven dosering. Soms kan het helpen om eens een korte periode een slaapmiddel te nemen zodat je slaap kunt inhalen.

Eten en drinken

Probeer goed en regelmatig te eten en veel te drinken. Schakel zo nodig hulp van een diëtist in of vraag raad aan je behandelend arts of een verpleegkundige.

Zorg voor een evenwichtige voeding

Houd je aan een evenwichtige voeding met veel vloeistof, granen en ijzerhoudende voeding zoals groene groenten en peulvruchten. Dat kan je helpen je energieniveau op peil te houden. Eet vaker in de loop van de dag kleine maaltijden of snacks.

Pas je voeding indien nodig aan

Tijdens de behandeling is energierijke voeding aangewezen. Zorg ervoor dat die afgestemd is op jouw persoonlijke situatie en op wat jouw lichaam op dat moment nodig heeft. Dat kan voor iedereen anders zijn. Na een operatie of bestraling is het bijvoorbeeld van belang om voldoende eiwitten, vocht, vitamines en mineralen op te nemen. Of misschien heb je na chemotherapie minder eetlust, een droge mond, slijmvliesontsteking in de mond of kauw- en slikproblemen. Vraag hierover raad aan je behandelend arts, diëtist of een verpleegkundige.

Als je te vermoeid bent om gewoon te eten, spreid je beter je maaltijden over de dag. Kies dan voor kleine, energierijke en zachte of vloeibare voedingsmiddelen, zoals pap, pudding of yoghurt. Om de eetlust op te wekken, kun je ongeveer een half uurtje voor de maaltijd een aperitiefje of een kopje bouillon drinken. Dat stimuleert de eetlust en zorgt ervoor dat je ruimere porties kunt eten.

Als je een voedingsachterstand dreigt op te lopen of in geval van ondervoeding, moet je voeding aangepast worden. Zorg dan voor voldoende vetten, suikers en eiwitten. Je kunt dat het beste doen in overleg met je arts, diëtist of een verpleegkundige.

Vitaminetekort?

Een dag slecht eten of een maaltijd overslaan, zorgt niet meteen voor een ernstig voedings- of vitaminetekort. Wie gezond en gevarieerd eet, heeft normaal dan ook geen behoefte aan bijkomende vitamines. Wil je tijdens je behandeling toch extra vitamines nemen, doe het dan niet op eigen houtje, maar signaleer het altijd aan je behandelend arts of huisarts. Sommige voedingssupplementen kunnen een invloed hebben op de behandeling.

Misselijk?

Als je een behandeling krijgt die aanleiding kan geven tot misselijkheid en braken, krijg je in het ziekenhuis geneesmiddelen tegen misselijkheid. Wees niet bang ze te gebruiken. Er bestaan ook aanvullende behandelingen (bijv. acupunctuur) die mogelijk de misselijkheid verminderen.

Behandeling van bloedarmoede

Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden die je arts kan inzetten om het spontaan herstel van je rode bloedcellen te bevorderen: ijzersupplementen, groeifactoren (epo) of een bloedtransfusie. Je arts zal oordelen of een dergelijke behandeling aangewezen is voor jou en hoe die precies in zijn werk gaat. Vraag na aan je arts wat jouw hemoglobinewaarde is en of er sprake is van bloedarmoede.

Behandeling van pijn

Bespreek je pijnklachten met je behandelend arts zodat hij kan nagaan over welk type pijn het precies gaat en welke medicijnen het meest geschikt zijn om die te behandelen. Afhankelijk van het type pijn kun je naast het nemen van pijnstillers andere technieken aanwenden om een bijkomend pijnstillend effect te creëren. Voorbeelden zijn een massage, een saunabeurt, infraroodwarmte, acupunctuur … Bespreek met je arts welke aanvullende behandelingen in jouw situatie veilig zijn en ondersteunend kunnen werken en welk effect ze mogelijk kunnen hebben.

Omgaan met angst en depressieve gevoelens

Als je je angstig of depressief voelt, is het heel belangrijk dat je daarover praat met je arts of verpleegkundig consulent oncologie / verpleegkundig specialist oncologie. Bespreek met hem welk soort begeleiding en/of therapie jou zou kunnen helpen en vraag bij wie je daarvoor terechtkunt (bijv. een psycholoog). Medicatie kan soms een bijkomende hulp zijn. Het duurt een tijd voor de medicatie werkt, dus blijf er niet mee zitten tot het te erg wordt. Neem in elk geval nooit op eigen houtje antidepressiva en houd je aan de voorgeschreven dosering.

Je kunt ook baat hebben bij aanvullende behandelingen die angstwerend en stressreducerend zijn. Voorbeelden zijn relaxatie, massage, yoga, meditatie, mindfulness ... Het zijn zaken die jou kunnen helpen om je te ontspannen en opnieuw een emotioneel evenwicht te vinden.

App ‘Untire’

De app 'Untire' is een effectief zelfmanagementprogramma voor (ex-)kankerpatiënten die ernstig vermoeid zijn, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Hij is heel gemakkelijk te gebruiken en geeft op een leuke en eenvoudige manier tips en tricks om die vervelende vermoeidheidsklachten aan te pakken.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline Beschikbaar op 06/02/2023 om 09:00
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Laatst aangepast op