Hersentumoren

Vertrouwen in God
Jolien Verschueren
Lees het verhaal
We bekijken het samen dag per dag
Pieter heeft al heel wat moeten opgeven, maar samen hebben we nog zo veel
Mijn kankerdiagnose was een van mijn zwaarste managementdossiers
Sandra De Preter
Lees het verhaal
Een hersentumor ontstaat doordat cellen in de hersenen zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een goedaardig of kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is een hersentumor?

825 diagnoses hersentumoren
op 70.468 kankerdiagnoses in 2018
(België)

De hersenen zijn het centrum van waaruit het functioneren van ons lichaam wordt geregeld, waarin alle informatie samenkomt en van waaruit bevelen naar het lichaam worden gecoördineerd. Onze hersenen stellen ons onder meer in staat om te zien, horen, ruiken, denken, voelen, spreken en om ons te bewegen.

Om te weten wat er zich binnen en buiten ons lichaam afspeelt, maken de hersenen gebruik van een netwerk van zenuwen dat over het hele lichaam is verspreid. De hersenen, het ruggenmerg en de zenuwen vormen samen het zenuwstelsel. We verdelen het zenuwstelsel onder in het centrale zenuwstelsel (de hersenen en het ruggenmerg) en het perifere zenuwstelsel (de zenuwen). Een hersentumor ontstaat in het centrale zenuwstelsel: de hersenen of het ruggenmerg.

De hersenen bestaan uit zenuwcellen, neuronen genoemd, en ondersteunende cellen: gliacellen. De meeste hersentumoren ontstaan in de gliacellen.

De hersenen zijn bedekt met drie dunne weefsellagen: de hersenvliezen of meningen. Ook daar kan zich een tumor vormen. Deze tumor bevindt zich buiten de hersenen, maar binnen de schedel. Doordat deze tumor op de hersenen drukt, kan deze dezelfde klachten veroorzaken als een hersentumor die vanuit de gliacellen is ontstaan.

Het ruggenmerg brengt het contact tot stand tussen de hersenen en de rest van het lichaam. Ook het ruggenmerg is omgeven door vliezen. In het ruggenmerg of in de ruggenmergvliezen kan ook zeldzaam een tumor ontstaan.

Soorten hersentumoren

Er zijn wel 120 soorten tumoren van het centrale zenuwstelsel. Hier beperken we ons tot de twee meest voorkomende: gliomen en meningeomen.

Een glioom ontstaat in de gliacellen. De belangrijkste soorten zijn: astrocytomen (komen het meeste voor), oligodendrogliomen en ependymomen (zijn vrij zeldzaam).

Een meningeoom ontstaat in de hersen- of ruggenmergvliezen.

Graden van hersentumoren

De mate van kwaadaardigheid van een hersentumor wordt aangegeven in graden die gedefinieerd zijn door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).

Bij gliomen onderscheiden we vier graden.

  • Graad I-gliomen zijn uiterst traag groeiende en goed afgelijnde gezwellen.
  • Graad II-gliomen zijn ook nog traag groeiend maar niet meer scherp aflijnbaar ten opzichte van het normale hersenweefsel, omdat de kankercellen zich tussen de normale cellen in gaan nestelen. Door hun trage groei evolueren ze soms onopgemerkt over vele jaren. Ze veroorzaken vaak wel epilepsie (aanvallen van vallende ziekte, een soort van ‘kortsluiting’ in de hersenen waardoor men tijdelijk de controle verliest over een deel van de lichaamsfuncties, waaronder soms het bewustzijn). Graad II-gliomen kunnen behandeld worden, maar na de behandeling is herval mogelijk. Een graad II-glioom kent dan heel vaak een agressiever verloop met kenmerken van een graad III- of graad IV-glioom.
  • Graad III-gliomen groeien en verspreiden zich erg snel. Na behandeling zijn de meeste een aantal jaren onder controle.
  • Ook graad IV-gliomen (glioblastomen) groeien en verspreiden zich erg snel. Ze reageren dikwijls niet goed op de beschikbare behandelingen.

Bij meningeomen onderscheiden we drie graden: graad I, graad II en graad III. Graad I-meningeomen komen het meest voor. Ze groeien traag en het weefsel bevat geen kwaadaardige cellen. Graad II- en III-meningeomen bevatten meer sneldelende cellen en vertonen een sterkere neiging om terug te keren, zelfs na volledige operatieve verwijdering.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2018 in België 825 nieuwe hersentumordiagnoses bij volwassenen (15 jaar of ouder), waarvan 496 bij mannen en 329 bij vrouwen.

Ook kinderen kunnen geconfronteerd worden met een hersentumor. Hersentumoren vormen 25 % van het totale aantal kankergevallen bij kinderen tussen 0 en 14 jaar. Ze zijn de tweede meest voorkomende vorm van kanker bij kinderen, na leukemie. In België wordt elk jaar bij ongeveer 50 kinderen een kwaadaardige hersentumor vastgesteld. Hersentumoren bij kinderen worden dikwijls anders behandeld dan bij volwassenen. Op deze pagina’s hebben we het verder alleen over hersentumoren bij volwassenen. Lees meer over hersentumoren bij kinderen.

Kunt u een hersentumor voorkomen?

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: niet roken, verstandig omgaan met de zon, uw consumptie van alcohol matigen en gezond eten en bewegen. Lees hier meer over kanker voorkomen. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ...

Onderzoeken en diagnose van hersentumoren

De volgende klachten of symptomen kunnen wijzen op een hersentumor: herhaaldelijke of aanhoudende hoofdpijn, misselijkheid en/of braken, verandering in spraak, verminderd zicht of gehoor, evenwichtsproblemen, gemoedsschommelingen, gedrags- en persoonlijkheidsveranderingen, concentratie- en coördinatiestoornissen, geheugenverlies, spiertrekkingen, tintelingen of gevoelsverlies in armen of benen. Sommige hersentumoren veroorzaken epileptische aanvallen.

Deze symptomen zijn echter niet specifiek voor kanker: er zijn veel andere ziekten waarbij deze symptomen ook kunnen voorkomen. Maar als ze niet na enige tijd spontaan verdwijnen, gaat u het best voor advies naar de huisarts. Hij zal na een gesprek een algemeen lichamelijk onderzoek doen en u indien nodig verwijzen naar een zenuwarts (neuroloog) voor een scan van uw hersenen of voor advies.

Tijdens een neurologisch onderzoek test de neuroloog het zicht, het gehoor, de spraak, het reactievermogen, de coördinatie, de spierkracht, het oppervlakkig en diepe gevoel, en de peesreflexen. Met een CT-scan of computertomografie worden aan de hand van zeer gedetailleerde röntgenfoto's de hersenen of het ruggenmerg in beeld gebracht. Met een MR–scan of MRI (magnetic resonance imaging) wordt een magnetisch veld opgewekt waarmee zeer gedetailleerde beelden van de hersenen of het ruggenmerg gemaakt worden. Het is het beste onderzoek om een hersentumor op te sporen. Tijdens een MRI kunnen zo nodig ook functionele metingen worden gedaan (dit noemt men dan een fMRI), waarbij de zones verantwoordelijk voor bijvoorbeeld de spraak, motoriek of het zicht in kaart gebracht kunnen worden. Al deze onderzoeken zijn pijnloos en houden geen ernstige gevaren in.

Als op de scan een hersentumor ontdekt wordt, kunnen nog andere onderzoeken nodig zijn:

  • Een EEG (elektro-encefalogram) dient om epilepsie (vallende ziekte) op te sporen.
  • Bij een PET-scan (positron emission tomography) wordt een kleine hoeveelheid licht radioactieve vloeistof ingespoten om bijvoorbeeld de uitgebreidheid van de hersentumor(en) te kunnen inschatten. Bent u allergisch voor radiologische contrastproducten? Meld dat dan zeker aan uw arts.
  • Een angiogram brengt abnormale bloedvaten of abnormale bloedtoevoer van de tumor in beeld.

Afhankelijk van de kenmerken van de hersentumor vraagt de arts een of meerdere van deze onderzoeken om de juiste plaats, het type en uitgebreidheid van de ziekte te kunnen inschatten.

Op grond van de symptomen, klachten en de aanvullende onderzoeken kunnen de artsen tot de diagnose komen van een hersentumor. Om te weten welke de juiste behandeling hiervoor is, moeten de artsen weten om welk type hersentumor het precies gaat. Hiervoor laten ze een stukje tumorweefsel onder de microscoop onderzoeken. Dat stukje weefsel of biopsie verkrijgt men ofwel door een stereotactische biopsie of tijdens een craniotomie.

Bij een stereotactische biopsie neemt de neurochirurg met een holle naald een stukje hersenweefsel via een klein gaatje in de schedel. Hij maakt daarbij mogelijk gebruik van een zogenaamd stereotactisch kader dat door middel van vier schroefjes voor enkele uren op het hoofd van de patiënt wordt gezet. Deze biopsiename gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving, uitzonderlijk is volledige verdoving aangewezen. Meer recent gebeurt een biopsie vaak zonder stereotactisch kader. Hiervoor wordt dan een systeem voor neuronavigatie gebruikt en is volledige verdoving wel nodig.

Bij een craniotomie maakt de neurochirurg een opening in de schedel. Via deze opening neemt de specialist een stukje tumorweefsel weg voor microscopisch onderzoek. Meestal verwijdert de neurochirurg meteen zo veel mogelijk tumorweefsel, op voorwaarde dat dat kan gebeuren zonder schade aan belangrijke hersenfuncties. De ingreep is dan niet alleen bedoeld om weefselmateriaal te bekomen voor microscopisch onderzoek, maar is al meteen een deel van de behandeling (zie chirurgie). Een craniotomie vindt meestal plaats onder volledige verdoving maar kan ook soms ‘wakker’ gebeuren waardoor de neurochirurg tijdens de ingreep in samenwerking met de wakkere patiënt kan beoordelen wat wel of niet veilig kan verwijderd worden.

Aan de hand van DNA-onderzoek (ook moleculair onderzoek genoemd) kan de arts nagaan of er sprake is van bepaalde veranderingen (mutaties) in het DNA van de kankercellen die men niet terugvindt in het DNA van gezonde cellen. Zulke mutaties worden bij hersentumoren opgespoord omdat ze van belang kunnen zijn bij de keuze van de behandeling en mee de uitkomst ervan bepalen.

Behandelingen

De behandeling van een hersentumor wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn (multidisciplinair oncologisch consult of MOC). Dat team van artsen, elk vanuit zijn of haar eigen expertisedomein, houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met het type aangetast weefsel, de moleculaire kenmerken van de tumor, de grootte en de plaats van de hersentumor en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast. Een hersentumor kan dikwijls geopereerd, bestraald en/of behandeld worden met chemotherapie.

Bij gliomen van graad I is de standaardbehandeling, indien de algemene toestand van de patiënt het toelaat, een operatie (chirurgie) waarbij de tumor volledig wordt weggenomen. In dat geval is er geen nabehandeling nodig. Kan de tumor niet of slechts gedeeltelijk worden verwijderd, dan is radiotherapie aangewezen.

Ook bij gliomen van graad II is de standaardbehandeling, indien de algemene toestand van de patiënt het toelaat, een operatie. Of er een nabehandeling met chemotherapie en/of radiotherapie wordt voorgesteld, hangt onder meer af van het resultaat van de operatie, de leeftijd van de patiënt, de moleculaire kenmerken van de tumor en of de epileptische aanvallen onderdrukt kunnen worden met gepaste medicatie.

Bij graad III-gliomen wordt de operatie altijd gevolgd door radiotherapie en chemotherapie.

Bij graad IV-gliomen wordt een biopsie of operatie gevolgd door radiotherapie in combinatie met chemotherapie (temozolomide) en daarna door een aanvullende maandelijkse toediening van temozolomide.

De meeste patiënten met een meningeoom dat klachten veroorzaakt en snel groeit, worden geopereerd. Bestraling wordt voorbehouden voor meningeomen van graad I die niet of onvolledig werden verwijderd en opnieuw groei vertonen, of voor meningeomen van graad II of III. Meningeomen van graad I groeien langzaam en geven doorgaans weinig klachten zodat ze niet meteen behandeld moeten worden. Wanneer een meningeoom op de hersenen drukt, kan het wel neurologische klachten veroorzaken en is een snellere behandeling wel noodzakelijk.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Hoe kunnen wij u helpen?

Voor uw vraag of probleem over kanker, neem contact op met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: