Van die heftige periode, intussen meer dan 25 jaar geleden, herinnert Bram zich nog weinig. Als vijfjarige werd hij geopereerd aan een hersentumor en onderging hij chemotherapie en bestraling. Daarna moest hij alles opnieuw leren: lopen, praten, eten, zelfs slikken. Maanden lag hij in het ziekenhuis. Bram: ‘Uit video’s van toen weet ik dat er ook fijne momenten waren. Er stonden vaak cliniclowns aan mijn bed en de verpleegkundigen waren heel lief. En op vraag van een kleuterjuf van mijn school is Gert Verhulst mij een keer komen bezoeken.’
‘De behandeling had wel blijvende gevolgen: ik werd nooit meer de Bram van ervoor. Vandaag werk ik 60 procent in een woonzorgcentrum. Meer lukt me niet. Tot corona voetbalde ik in een G-ploeg (team voor personen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking, red.). Toen dat wegviel, begon ik te lopen. Eerst in mijn eentje, op de duur met een atletiekclub. Ik probeer drie tot vier keer per week te trainen, telkens 15 tot 20 kilometer. Ik vind lopen vooral fijn omdat ik dan even mijn hoofd helemaal op nul kan zetten.’