Wanneer kan borstkanker erfelijk zijn?

De meeste vrouwen hebben geen verhoogd risico, maar een normaal risico op borstkanker. Maar je hebt misschien wél een duidelijk verhoogd risico als er in je familie borstkanker voorkomt.

Familiale aanleg

Er kan sprake zijn van een familiale aanleg: in sommige families komt borstkanker aanzienlijk meer voor dan in andere families, zonder dat er een duidelijke genetische oorzaak kan aangetoond worden. Vraag advies aan je huisarts, of gynaecoloog. Hij kan inschatten of een doorverwijzing naar een centrum voor menselijke erfelijkheid nuttig is. Als inderdaad blijkt dat er een verhoogd risico is, dan kan overwogen worden om intensiever op te volgen dan met de tweejaarlijkse screeningsmammografie voor vrouwen tussen 50 en 69 jaar.

Moeder en dochter wandelen op straat - Copyright Joost Joossen

Erfelijke aanleg

Sommige vrouwen hebben een sterk verhoogd risico op borstkanker door een erfelijke aanleg: in 10 tot 15 % van de borstkankerdiagnoses spelen erfelijke factoren mee een rol.

BRCA

Momenteel zijn twee genen bekend die een zeer sterke rol spelen bij het ontstaan van erfelijke borstkanker en (of) eierstokkanker: het BRCA 1-gen en het BRCA 2-gen. BRCA is de afkorting voor BReast CAncer. Wie drager is van een mutatie of afwijking in het BRCA-gen, loopt een risico van 60 tot 80 % om ooit borstkanker te krijgen. Dat betekent dat zestig tot tachtig van de honderd vrouwen die draagster zijn van BRCA1 of BRCA2 op een bepaald moment in hun leven borstkanker zullen krijgen. De mutatie kan zowel door de moeder als door de vader doorgegeven worden.

Andere genen

Er zijn een heel aantal andere genmutaties bekend die het risico op borstkanker kunnen verhogen: PALB2, CHEK2, RAD51 enz. 

Wanneer heb je mogelijk een verhoogd risico?

Je hebt mogelijk een verhoogd risico op borstkanker als:

  • Twee of meer van jouw directe familieleden borstkanker hadden
  • Eén direct familielid jonger was dan 40 toen ze borstkanker kreeg. Directe familieleden zijn je kinderen, ouders, grootouders, broers, zussen, ooms en tantes van dezelfde bloedlijn.

Als bijvoorbeeld je moeder en je grootmoeder borstkanker hebben gehad, heb je mogelijk een verhoogd risico en vraag je het best advies aan je huisarts of gynaecoloog. Zij zullen je doorverwijzen naar een centrum voor menselijke erfelijkheid om te zien of intensiever opvolgen aangewezen is.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op