Aanpak van vermoeidheid bij en na kanker

Er bestaat geen standaardbehandeling voor vermoeidheid bij en na kanker. Wat voor de ene mens werkt, doet het misschien niet voor een ander. Uitzoeken wat voor u werkt en wat niet, kan wat tijd vragen. Bespreek uw vermoeidheid met uw behandelend arts. Hij kan vaststellen wat de oorzaak van uw vermoeidheid is en een behandeling voorstellen. Aarzel ook niet om uw vermoeidheid te bespreken met andere zorgverleners: de huisarts, verpleegkundige, kinesitherapeut, psycholoog … kunnen samen met u naar oplossingen zoeken of naar manieren om ermee om te gaan.

Evenwicht tussen energie sparen en actief zijn

Illustratie Kom op tegen Kanker/Visueel Vertaler

Het gebeurt geregeld dat mensen met kanker in een vicieuze cirkel terechtkomen. De ziekte en de behandeling veroorzaken vermoeidheid, u bent moe, u hebt geen zin om iets te doen, en dus rust u. Maar als u te lang rust en niet meer of minder beweegt, worden uw spieren niet meer geactiveerd en neemt uw fysieke fitheid geleidelijk aan verder af. Op deze manier kosten inspanningen steeds meer moeite, waardoor u uiteindelijk ‘bang’ wordt om te bewegen en u de neiging hebt nog meer te rusten.

Probeer die neerwaartse spiraal te doorbreken. Tijdens de behandeling is het goed om, in de mate van het mogelijke, af en toe lichamelijke inspanningen te doen zodat u uw conditie op peil houdt. Na de behandeling is het zaak om uw conditie geleidelijk aan weer op te bouwen.

Ook voor wie kanker met uitzaaiingen of in een vergevorderd stadium heeft, is het belangrijk om een balans te vinden tussen actief zijn en rusten. Beweging blijft belangrijk, maar activiteiten worden best in een rustiger tempo uitgevoerd, met frequentere rustpauzes.

Energie sparen

Bij vermoeidheid door kanker is uw energie beperkt. U moet dus proberen deze beperkte hoeveelheid energie op de best mogelijke manier te gebruiken.

Herbekijk uw streefdoelen

Onderzoek uw streefdoelen, zowel op korte als op lange termijn. Schat ze opnieuw in om ze realistisch en haalbaar te maken. Wees dus ook selectief in wat u wilt verwezenlijken; dat zal u helpen mogelijke schuldgevoelens, stress en angst te verminderen als blijkt dat u die streefdoelen niet meer kunt halen. Stel uw verwachtingen bij, en leg dat ook uit aan uw naasten. De ramen hoeven bijvoorbeeld niet per se maandelijks gepoetst te worden, het onkruid in de tuin niet altijd even nauwkeurig gewied. Geef de voorkeur aan wat belangrijk is voor u en bespreek dit met uw partner en kinderen.

Probeer goed in te schatten wanneer u zich weer in staat voelt om te gaan werken tijdens of na uw behandeling. Let op dat u zich niet forceert om er meteen weer volledig tegenaan te gaan in het werk. Vermoeidheid kan de werkhervatting flink in de weg staan. Bespreek de mogelijkheden voor werkhervatting met de sociaal werker in het ziekenhuis en ga eventueel eerst een periode deeltijds aan de slag.

Maak een lijst van activiteiten

Maak er zelfs twee: een lijst van de activiteiten die u dezelfde dag zou moeten uitvoeren en een lijst met dingen die kunnen wachten tot een volgende keer. Doe dit elke dag, en voer de activiteiten van die ‘zou-moeten-lijst’ alleen uit als u er zin in hebt en denkt ze aan te kunnen.

Hou bij wat energie geeft en wat energie vreet

Schrijf op wat u in de loop van de dag doet en noteer daarbij hoe het gesteld is met uw energie en de graad van vermoeidheid. Kijk na enkele dagen uw notities na om te zien of daarin een zeker patroon te herkennen is. Probeer te kijken wat voor u energievreters en energiegevers zijn en deel dit met uw huisgenoten, zodat ook zij hier rekening mee kunnen houden. Wat had u die keren vooraf gedaan toen u zich beter voelde? Was er een activiteit die u meer vermoeide dan de andere? Probeer de meest afmattende activiteiten zo veel mogelijk te beperken. Geef de voorkeur aan de activiteiten die u aankunt en die u goed doen.

Zoek uw eigen ritme

Probeer een gemakkelijk ritme te vinden voor de activiteiten die u wilt uitvoeren. Overdrijf niet, werk of studeer in gunstige omstandigheden en vermijd te veel ineens te ondernemen. Rustig werken of studeren zal u meer voldoening schenken.

Zorg voor voldoende ontspanning

Mijn vrouw en ik maken regelmatig korte trips, meestal richting kust. De zee geeft me innerlijke kracht. Ik kom er echt tot rust, weg van dokters, ziekenhuizen en pillen.
Tony, longkanker

Denk aan andere dingen dan aan vermoeidheid, ziekte of behandeling. Lezen, muziek beluisteren, televisie kijken of naar de bioscoop gaan, lichte lichamelijke inspanningen, iets creatiefs doen, genieten van de natuur, sociale contacten, gezelschapsspelen, een warm bad, een saunabeurt, een massage, yoga, mediteren, mindfulness … kunnen helpen om u te ontspannen en mentaal tot rust te komen. Zorg voor de nodige oplaadmomenten! Het is belangrijk om dingen te doen die u leuk vindt.

Vraag hulp

Als u uw activiteiten plant en vooral dingen doet die u interesseren en amuseren, zult u meer energie hebben. Maar wat met al die andere activiteiten? Vraag hulp voor bezigheden zoals het huishouden, de was, winkelen, vervoer enz. Vrienden en familieleden zullen u graag helpen, soms vragen ze u ook wat u kan helpen. Delegeer speciale activiteiten en verantwoordelijkheden om energie te sparen en besteed bepaalde zaken (bv. poetsen of strijken) eventueel uit. Als u geen zin hebt in sociaal contact, zeg dan eenvoudig dat u geen zin hebt om te praten. Even alleen zijn kan ook goed doen. Veel vrienden zullen het waarderen dat u open bent over wat wel of niet gaat voor u.

Bewegen en sporten

Illustratie Kom op tegen Kanker/Visueel Vertaler

Probeer regelmatig fysieke inspanningen te doen, beweeg door bijvoorbeeld eens te voet of met de fiets een korte verplaatsing te doen, de trap te nemen, iets in het huishouden te doen ... Veel mensen ervaren dat bewegen hun vermoeidheid verlicht.

Rustige duursporten zoals wandelen, fietsen en zwemmen zorgen voor een betere zuurstofopname en helpen uw fysieke conditie op peil houden. Sommige mensen hebben goede ervaringen met andere vormen van beweging zoals yoga.

Bespreek met een zorgverlener (bijvoorbeeld uw behandelend arts, uw huisarts, een verpleegkundige of een kinesitherapeut) de beste vorm en soort van lichaamsoefening voor uzelf. Vraag ook of er bepaalde situaties zijn waarin u beter niet sport.

Bouw uw conditie geleidelijk aan op

De opbouw verloopt het best zeer geleidelijk: door telkens iets langer en iets intensiever te gaan bewegen, bouwt u geleidelijk aan opnieuw conditie op. U kiest het beste voor een activiteit die u gemakkelijk drie tot zeven keer per week kunt uitvoeren.

Probeer tijdens de behandeling uw energie te behouden door in de mate van het mogelijke uw dagelijkste activiteiten voort te zetten. Beweeg enkele minuten per dag, tot zeker niet meer dan 30 minuten. Na de behandeling kunt u dit geleidelijk aan opvoeren tot inspanningen van 60 minuten of langer. Hoe zwaar deze inspanning is, hangt af van hoe u zich voelt en wat u in het verleden gewoon was te doen.

Bewegingsprojecten voor kankerpatiënten

Met een groep kankerpatiënten proberen we aan onze conditie te werken door tweemaal per week samen te fitnessen. Dat helpt ons om ook in het dagelijks leven geleidelijk aan weer meer te bewegen.
Daniëlle en Bart, lotgenoten Xtrakan

In verschillende ziekenhuizen kunnen kankerpatiënten na hun behandeling een oncorevalidatieprogramma volgen. Het programma duurt enkele maanden en bestaat meestal uit een combinatie van lichaamsbeweging en informatiesessies. Onder deskundig toezicht wordt er aan de fysieke conditie gewerkt. De oefeningen gebeuren meestal in groep maar iedereen wordt individueel begeleid en krijgt een oefenschema ‘op maat’ aangeboden. De intensiteit van de oefeningen wordt langzaam opgedreven zodat de fysieke conditie er geleidelijk op vooruitgaat en de levenskwaliteit verbetert.

U vindt hier een overzicht van welke ziekenhuizen oncorevalidatie aanbieden.

Bepaalde thuiszorgdiensten, lotgenotengroepen, inloophuizen, ziekenfondsen en andere organisaties bieden begeleide bewegingsactiviteiten in groep aan (bv. gymlessen of wandelingen …).

Vraag in uw ziekenhuis, bij uw ziekenfonds of bij uw thuiszorgorganisatie waar u een bewegingsprogramma kunt volgen of kijk in de agenda (u vindt alle activiteiten die met beweging te maken hebben door de filter ‘Verfijn op activiteit’ te gebruiken).

Krijgt u graag begeleiding om een bewegingsprogramma uit te werken en/of een geschikte groepsactiviteit in uw buurt te zoeken en woont u in Vlaanderen of Brussel? Vraag dan aan uw huisarts om te mogen deelnemen aan Bewegen Op Verwijzing. Uw huisarts duidt in de verwijsbrief aan waarmee uw coach rekening moet houden.

Rusten en slapen

Neem de tijd om te rusten of te slapen als u voelt dat uw lichaam die rust of slaap nodig heeft.

Korte rustperioden zijn ideaal

Op mijn “goede” dagen probeer ik iets te doen: wandelen, een tochtje maken met mijn elektrische fiets, breien of koken. De slechte dagen kan ik missen: op die dagen kruip ik met een pijnstiller in de zetel en probeer ik te rusten.
Damari, eierstokkanker

De meeste mensen hebben, als ze vermoeid zijn, behoefte aan meer rust. Nochtans heeft onderzoek aangetoond dat door te veel rust het lichaam minder energie gaat produceren. Meer rust maakt het lichaam immers loom en het moeheidsgevoel vermindert niet.

Las liever korte rustperioden in dan lange. Enkele korte perioden van rust kunnen meer goed doen dan één lange. Uw hartslag vertraagt vlugger in het begin van een rustperiode en trager als u blijft rusten. Op die manier geven korte rusttijden uw hart meer gelegenheid om trager te slaan, en ze helpen u energie te sparen.

Als u wilt slapen, doe dan een hazenslaapje

Een hazenslaapje is een korte slaap die wel eens kan helpen om energie te sparen. Probeer die korte slaap in de zetel omdat u in bed de neiging hebt om langer door te slapen.

Pas op: te veel van die slaapjes zouden het dag-nachtritme kunnen verstoren en beletten dat u ‘s nachts goed slaapt. Een goede volle nachtrust, of een ononderbroken slaap is ook belangrijk en helpt u energie te sparen.

Hulp voor een goede nachtrust

Illustratie Kom op tegen Kanker/Visueel Vertaler

Er is een breed scala van mogelijkheden om slaapproblemen aan te pakken. Let eerst en vooral op uw voeding. Koffie, alcohol en suikerrijke producten vermijdt u best in de avonduren. Een goede slaaphygiëne is eveneens belangrijk: vermijd drukke activiteiten voor u naar bed gaat, zorg dat u een overgangsperiode inbouwt waarin u zich goed kunt ontspannen, vermijd ‘waak’activiteiten (bijv. tv-kijken) in uw slaapkamer, probeer altijd op hetzelfde tijdstip op te staan, ga pas slapen als u slaperig bent (maak het onderscheid met moe zijn!), vermijd lange dutjes in de namiddag en zorg voor voldoende relaxatie, ontspanning en rust overdag.

Ontspanningsoefeningen helpen om lichamelijk én geestelijk te ontspannen. Denk bijvoorbeeld aan mindfulness of yoga, maar ook relaxatieoefeningen die de kinesitherapeut of de verpleegkundige aanreikt of die u zelf leert met behulp van een boek, onlineprogramma, app, cd of dvd zijn prima. Ook bewegen helpt. Hoeveel beweging u nog aankunt, hangt af van uw omstandigheden en van het stadium van uw ziekte. Maar hoe gering ook, elke vorm van beweging helpt om beter te kunnen slapen.

Slaapmedicatie

Bepaalde geneesmiddelen kunnen u misschien helpen om beter in te slapen en langer door te slapen. Neem die niet op eigen houtje, bespreek dit eerst met uw behandelend arts of huisarts en hou u aan de voorgeschreven dosering. Soms kan het helpen om eens een korte periode een slaapmiddel te nemen zodat slaap kan worden ingehaald.

Eten en drinken

Probeer goed en regelmatig te eten en veel te drinken. Schakel zo nodig hulp in van een diëtist of vraag raad aan uw behandelend arts of een verpleegkundige.

Zorg voor een evenwichtige voeding

Hou u aan een evenwichtige voeding met veel vloeistof, granen en ijzerhoudende voeding zoals groene groenten en peulvruchten. Dit kan u helpen uw energieniveau op peil te houden. Eet vaker in de loop van de dag kleine maaltijden of snacks.

Pas uw voeding indien nodig aan

Tijdens de behandeling is energierijke voeding aangewezen. Zorg ervoor dat die afgestemd is op uw persoonlijke situatie en op wat uw lichaam op dat moment nodig heeft. Dat kan voor iedereen anders zijn. Na een operatie of bestraling is het bijvoorbeeld van belang om voldoende eiwitten, vocht, vitamines en mineralen op te nemen. Of misschien hebt u na chemotherapie minder eetlust, een droge mond, slijmvliesontsteking in de mond of kauw- en slikproblemen. Vraag hierover raad aan uw behandelend arts, een verpleegkundige of een diëtist.

Als u te vermoeid bent om gewoon te eten, spreidt u beter uw maaltijden over de dag. Kies dan voor kleine, energierijke en zachte of vloeibare voedingsmiddelen, zoals pap, pudding of yoghurt. Om de eetlust op te wekken, kunt u ongeveer een half uurtje voor de maaltijd een aperitiefje of een kopje bouillon drinken. Dat stimuleert de eetlust en zorgt ervoor dat u ruimere porties kunt eten.

Als u een voedingsachterstand dreigt op te lopen of in geval van ondervoeding, moet uw voeding aangepast worden. Zorg dan voor voldoende vetten, suikers en eiwitten. U kunt dat het beste doen in overleg met uw arts, een verpleegkundige of een diëtist.

Vitaminetekort?

Een dag slecht eten of een maaltijd overslaan, zorgt niet meteen voor een ernstig voedings- of vitaminetekort. Wie gezond en gevarieerd eet, heeft normaal dan ook geen behoefte aan bijkomende vitamines. Wilt u tijdens uw behandeling toch extra vitamines nemen, doe het dan niet op eigen houtje, maar signaleer het altijd aan uw behandelend arts of huisarts. Sommige voedingssupplementen kunnen een invloed hebben op de behandeling.

Misselijk?

Als u een behandeling krijgt die aanleiding kan geven tot misselijkheid en braken, krijgt u in het ziekenhuis geneesmiddelen tegen misselijkheid. Wees niet bang ze te gebruiken. Er bestaan ook aanvullende behandelingen (bv. acupunctuur) die de misselijkheid verminderen.

Behandeling van bloedarmoede

Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden die uw arts kan inzetten om het spontaan herstel van uw rode bloedcellen te bevorderen: ijzersupplementen, groeifactoren (epo) of een bloedtransfusie. Uw arts zal oordelen of een dergelijke behandeling aangewezen is voor u en hoe die precies in zijn werk gaat. Vraag na aan uw arts wat uw hemoglobinewaarde is en of er sprake is van bloedarmoede.

Behandeling van pijn

Bespreek uw pijnklachten met uw behandelend arts zodat hij of zij kan nagaan over welk type pijn het precies gaat en welke medicijnen het meest geschikt zijn om die te behandelen. Afhankelijk van het type pijn kunt u naast het nemen van pijnstillers andere technieken aanwenden om een bijkomend pijnstillend effect te creëren. Voorbeelden zijn een massage, een saunabeurt, infraroodwarmte, acupunctuur … Bespreek met uw arts welke aanvullende behandelingen in uw situatie veilig zijn en ondersteunend kunnen werken en welk effect ze mogelijk kunnen hebben.

Omgaan met angst en depressieve gevoelens

Ik ben naar een psycholoog van het ziekenhuis gestapt voor ondersteuning. Om de paar weken ga ik met haar praten.
André, prostaatkanker

Als u zich angstig of depressief voelt, is het heel belangrijk dat u daarover praat met uw arts. Bespreek met hem of haar welk soort begeleiding en/of therapie u zou kunnen helpen en vraag bij wie u daarvoor terechtkunt (bv. een psycholoog). Medicatie kan soms een bijkomende hulp zijn. Het duurt een tijd voor de medicatie werkt, dus blijf er niet mee zitten tot het te erg wordt. Neem in elk geval nooit op eigen houtje antidepressiva en hou u aan de voorgeschreven dosering.

U kunt ook baat hebben bij aanvullende behandelingen die angstwerend en stressreducerend zijn. Voorbeelden zijn relaxatie, massage, yoga, meditatie, mindfulness ... Het zijn zaken die u kunnen helpen om u te ontspannen en opnieuw een emotioneel evenwicht te vinden.