Dunnedarmkanker

Ik wou precies weten wat er aan de hand is
Dunnedarmkanker ontstaat doordat cellen in de dunne darm zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is dunnedarmkanker?

315 diagnoses dunnedarmkanker
op 67.087 kankerdiagnoses in 2015
(België)

Dunnedarmkanker is kanker van de dunne darm. De dunne darm verbindt de maag met de dikke darm en bestaat uit drie delen:

  • De twaalfvingerige darm of duodenum: het voedsel wordt er gemengd met maagsappen, gal, alvleeskliersappen en darmsappen en de opname van voedingsstoffen in het bloed begint er.
  • De nuchtere darm of jejunum: de voedingsstoffen worden verder in het bloed opgenomen.
  • De kronkeldarm of ileum: breekt de rest van de voeding af. Ook wordt onder andere in dit gedeelte vitamine B12 opgenomen.

Er bestaan verschillende soorten dunnedarmkanker. Het adenocarcinoom is het meest voorkomende type. Adenocarcinomen in de dunne darm ontstaan in de kliercellen van het slijmvlies dat de dunne darm bekleedt. Adenocarcinomen ontstaan vooral in het eerste deel van de dunne darm: de twaalfvingerige darm.

Andere soorten kanker die voorkomen in de dunne darm zijn:

Dunnedarmkanker is een zeldzame kanker (hij maakt ongeveer 0,5% uit van alle kankers in België). De Stichting Kankerregister registreerde in 2015 in België 315 nieuwe gevallen van dunnedarmkanker, waarvan 179 bij mannen en 136 bij vrouwen.

Verhoogd risico

Een precieze oorzaak van dunnedarmkanker aanwijzen, is meestal niet mogelijk. Het risico op dunnedarmkanker verhoogt met de leeftijd. Gemiddeld zijn mensen met dunnedarmkanker rond de 60 jaar oud als de ziekte wordt ontdekt. Bij mensen met de ziekte van Crohn in de dunne darm en bij mensen met coeliakie (glutenintolerantie) is het risico op adenocarcinoom hoger dan bij anderen.

Erfelijke aanleg

Kanker kan erfelijk zijn, maar in de meerderheid van de gevallen is dat niet zo. Slechts bij 5 tot 10 % van alle mensen met kanker speelt erfelijke aanleg een doorslaggevende rol. Drie erfelijke syndromen verhogen het risico op dunnedarmkanker:

Het woord ‘syndroom’ is een medische term voor een groep van verschijnselen, zoals uiterlijke kenmerken, ontwikkelingsverloop en medische bijzonderheden die allemaal zijn terug te voeren tot een gemeenschappelijke oorzaak. Bij een erfelijk syndroom is die gemeenschappelijke oorzaak een specifieke fout in de genen. Bij mensen met een erfelijk syndroom manifesteren zich dus vaak verschillende ziekteverschijnselen. Kanker in de dunne darm kan een van die verschijnselen zijn. Lees hier meer over kanker en erfelijkheid.

Voorkomen

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: niet roken, gezond eten en bewegen, verstandig omgaan met de zon. Lees hier meer over de preventie van kanker.

Onderzoeken

Soms duurt het jaren voordat dunnedarmkanker klachten veroorzaakt. De klachten ontstaan vaak doordat de tumor de darm blokkeert. Het kan dan gaan om o.a. misselijkheid en braken, opgeblazen gevoel, gebrek aan eetlust, vage buikpijn, darmkrampen, sterk borrelende buik, onverklaarbaar gewichtsverlies, geelzucht … Bloedverlies uit de tumor kan leiden tot bloedarmoede (vermoeidheid en duizeligheid) en een donkerdere ontlasting dan gewoonlijk.

Let wel: deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Ze wijzen dus niet altijd op dunnedarmkanker. Ze kunnen ook wijzen op een andere aandoening. Hebt u een van deze klachten? Ga dan zo snel mogelijk langs bij uw huisarts. Na een gesprek over uw gezondheidstoestand, een lichamelijk onderzoek en een bloedonderzoek zal hij of zij u indien nodig doorverwijzen naar een specialist. Dat is meestal een internist-oncoloog (een arts die gespecialiseerd is in de inwendige organen en in de behandeling van kanker) of een maag-darm-leverarts (een arts die gespecialiseerd is in het maag-darmstelsel, ook maag-darm-leverspecialist of gastro-enteroloog genoemd).

De specialist herhaalt het lichamelijk onderzoek. Daarna kunnen andere onderzoeken plaatsvinden:

Als de diagnose dunnedarmkanker valt, kunnen nog andere onderzoeken volgen om te zien of er mogelijk uitzaaiingen zijn elders in het lichaam:

Om precies te kunnen bepalen om welke tumorsoort het gaat, wordt een klein stukje tumorweefsel weggehaald. Dit heet een biopsie. Het weefsel wordt onderzocht onder de microscoop. Bekijk hier enkele vragen die u aan uw dokter kunt stellen als u kanker hebt.

Stadia

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de plaats en grootte van de tumor, of en hoever de tumor is doorgegroeid in het weefsel eromheen en of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam.

Voor dunnedarmkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium).

Behandelingen

De behandeling van dunnedarmkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dit team van artsen houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de soort dunnedarmkanker, met de plaats en grootte van de tumor en of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren, de lever of andere organen. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de arts de uiteindelijke behandeling vast.

Voor dunnedarmkanker zijn verschillende behandelingen mogelijk. Meestal wordt gekozen voor een operatie (chirurgie). In sommige gevallen wordt chemotherapie of radiotherapie toegepast als (aanvullende) behandeling. Uw behandelend arts kan u ook vragen om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek (ook een klinische studie genoemd).

De diagnose en behandeling van zeldzame kankers zijn vaak zeer complex. Niet elk ziekenhuis beschikt daarvoor over de vereiste ervaring, competentie en infrastructuur. Het is aan te raden om voor dunnedarmkanker naar een gespecialiseerd ziekenhuis te gaan.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Forum

Re: LARS syndroom na endeldarmkanker

Ik ben een 50jarige vrouw die 13 jaar geleden is geopereerd aan endeldarmkanker. Heb een tijdelijk stoma gehad, vooraf aan de operatie bestraald en na de operatie chemotherapie gekregen. Gelukkig ben ik er nog. Ondanks dat ik de afgelopen 13 jaar al problemen ondervind van mijn ontlasting.. (Diarree, frequentie, aanslag op het sociale leven, enz) ben ik dankbaar dat mij ook een hoop narigheid bespaart is gebleven. Wanneer ik jullie klachten lees dan weet ik dat het nog veel vervelender voor me had kunnen zijn. Na 13 jaar heb ik op dit forum ook weer veel nieuwe dingen geleerd:zo wist ik niet dat 'onze' klachten waren ondergebracht

Re: Poliep ontdekt

beste lynxis,effectieve antwoorden op je vragen kan ik je niet geven,want ik ben in behandeling voor borstkanker.Maar ik begrijp je bezorgdheid wel helemaal.Ook ik krijg nu nog,negen jaar nà mijn operatie die opmerking " alles is achter de rug,je bent genezen,het is voorbij".Neen,eens geconfronteerd met deze ziekte is het nooit voorbij.Wat mij veel heeft geholpen in het aanvaarden,verwerken,een plaatsje geven,... is praten met een begripvolle psychologe en vooral de steun en het luisterend oor hier op het forum.
Ik zend je veel goede moed en positieve kracht.Je mag me ook altijd een privé sturen,als je daar nood aan hebt