Bijwerkingen radiotherapie

De radiotherapeut zal ervoor zorgen dat de straling de gezonde weefsels zo weinig mogelijk beschadigt. Toch kan straling invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk. Bijwerkingen van bestraling komen alleen voor in de delen van het lichaam die bestraald worden. Als u bijvoorbeeld op de borst bestraald wordt, kan uw hoofdhaar er niet van uitvallen.

Slapende vrouw Aanslepende vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker.

Niet iedereen heeft evenveel last van de bijwerkingen. Het hangt bijvoorbeeld af van uw algemene gezondheid, van uw gevoeligheid voor straling en van de andere behandelingen die u al gekregen hebt (chemotherapie ...). Het is beter om niet te roken tijdens de bestraling en ervoor te zorgen dat uw suiker goed geregeld is als u suikerziekte hebt. Vertel de radiotherapeut ook welke medicamenten u neemt of recent genomen hebt.

Omdat elke bestralingsbehandeling anders is, vraagt u het beste voor de bestraling begint aan de radiotherapeut welke bijwerkingen mogelijk zijn.

Bijwerkingen van bestraling op korte termijn

Ongerustheid

Het is normaal dat u zich ongerust of angstig voelt als u te horen hebt gekregen dat u een gezwel hebt. Het wordt meestal niet beter als u in aanraking komt met de radiotherapieafdeling, met al die onbekende apparatuur. Als u ongerust bent, kan het misschien helpen om erover te praten met uw radiotherapeut of iemand anders van de dienst, bijvoorbeeld een psycholoog of een sociaal werker.

Huidirritatie

Uitwendige stralen gaan eerst door de huid voor ze het gezwel bereiken. De straling kan de huid prikkelen. Eerst wordt de huid wat gevoelig en rood. Later kan de huid wat donkerder van kleur worden, en kunnen gevoelige plaatsen ontstaan, met eventueel blaasjes en open wondjes. In het ergste geval gaan de open wondjes over in grote, meestal vochtige plekken. Al deze huidproblemen kunnen pijnlijk zijn, bijvoorbeeld bij aanraking door kleding. Bacteriën kunnen binnendringen en zo een ontsteking doen ontstaan. U kunt het best een vochtinbrengende melk of crème gebruiken zolang de huid intact is. Zodra er open en vochtige plekken ontstaan, moet de huid goed verzorgd worden. Hiervoor bestaan er speciale verbandmaterialen die de overvloedige vochtafscheiding netjes absorberen zonder in de wonde te kleven, zonder de wonde uit te drogen en zonder bacteriën te veel kansen te geven. Poeders zijn meestal af te raden: ze schuren te veel, en als ze vocht opnemen, vormen ze een pasta waarin bacteriën te gemakkelijk kunnen groeien. Ook producten die de huid uitdrogen (zoals eosine) zijn vaak niet de beste oplossing.

De niet-bestraalde huid mag u verzorgen zoals u anders doet.

Laat u goed informeren op de radiotherapie-afdeling en experimenteer thuis niet zelf.

Tips om irritatie van de bestraalde huid zo veel mogelijk te vermijden

  • voorzichtig wassen met douche- of badolie en droog deppen
  • geen deodorant of andere producten gebruiken. Alles wat u gebruikt aan de verpleegkundigen van het bestralingstoestel of aan uw radiotherapeut tonen
  • niet krabben
  • de huid beschermen tegen de zon, warmte en koude, wind en regen
  • niet scheren (indien wel: het best elektrisch en geen aftershave gebruiken)
  • zachte kleding dragen om wrijving te vermijden

Darmirritatie

Bestralingen in het buik- of bekkengebied kunnen de dunne en de dikke darm prikkelen. Ook prikkeling van het rectum en de anus (het laatste stukje van de darm) komen voor. Het gevolg is soms diarree, darmkrampen, slijmverlies, andere stoelgang. Mogelijk moet u medicijnen nemen tegen diarree. Door diarree kan de huid rond de anus geïrriteerd raken en pijnlijk zijn bij elke stoelgang. Vochtige doekjes en geregeld een verzachtend zitbad kunnen hierbij helpen.

Uw radiotherapeut kan voor bepaalde bestralingen een dieet aanbevelen dat de darmen minder belast.

Blaaslast

Bestralingen in het bekkengebied kunnen de blaas en de urineleiders prikkelen. U plast dan vaker, en u kunt een branderig gevoel opmerken. Blaaskrampen komen ook soms voor. Het is geen goed idee minder te drinken om minder vaak te gaan plassen. U drinkt het best veel, bij voorkeur dranken die de blaas niet extra prikkelen (dus overdrijf niet met koffie, thee of alcohol). Op die manier spoelt u de blaas goed, en vermindert u de kans op hevigere prikkeling of ontstekingen. Als u te vaak moet gaan plassen, zeker ’s nachts, kan uw radiotherapeut medicatie voorschijven om de blaas te kalmeren of eventueel een ontsteking te genezen.

Slijmvliesirritatie

Slijmvliezen verdragen straling niet goed. De slijmvliezen van de mond, de keel en de slokdarm kunnen geïrriteerd raken als u in die buurt bestraald wordt. Mondspoelmiddelen en verzachtende siroop kunnen helpen. Ook het vaginale slijmvlies kan worden aangetast bij bestraling van het zogenaamde 'kleine bekken' (waar de vagina, de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken liggen). Dat kan ongemak veroorzaken bij seksueel contact of bij een gynaecologisch onderzoek. Mogelijk raadt uw gynaecoloog vaginale dilatatie aan. Lees daarover meer in de pdf 'Het gebruik van vaginale dilatatoren na bestraling van het kleine bekken'.

Gewichtsverlies

Door irritatie van de slijmvliezen in de mond, keel of slokdarm kan normaal eten moeilijker zijn. U hebt dan zachter, of zelfs meer vloeibaar voedsel nodig. Door bestralingen op de buik kunt u misselijk worden. Het is ook mogelijk dat uw eetlust vermindert en uw gewicht daalt, terwijl u net nu al uw energie nodig hebt om te genezen. Het behandelend team kan u tips geven om deze problemen te vermijden, en kan u zo nodig doorverwijzen naar een diëtist voor bijkomend voedingsadvies.

Bijwerkingen van totale lichaamsbestraling

Misselijkheid, vermoeidheid en een tijdelijke grote gevoeligheid aan infecties zijn de belangrijkste bijwerkingen op korte termijn.

Bijwerkingen van bestraling op lange termijn

Net zoals bijwerkingen die u mogelijk tijdens de behandeling ondervindt, komen bijwerkingen van bestraling op lange termijn in de regel alleen voor in de delen van het lichaam die bestraald werden, en niet elders. Enkele bijwerkingen op lange termijn vindt u hieronder, aangevuld met tips om ze te verzachten.

Vermoeidheid

Aanslepende vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker. Het kan veroorzaakt worden door het gezwel zelf of door de behandeling, onder andere door de bestraling. Vermoeidheid bij kanker kan lang aanhouden, of zelfs pas na lange tijd opduiken.

U kunt het best veel rusten. Maar blijf niet de hele dag stilzitten. Probeer wat te wandelen en in beweging te blijven. U gebruikt het best lichte maaltijden, maar eet niet te weinig.

Lees meer over kankervermoeidheid.

Huidverkleuring

Waar de huid tijdens de bestraling geïrriteerd was, kan hij donkerder blijven, en droog en schilferig zijn. Goed wassen en een vochtinbrengende crème zijn aan te raden. Uitzonderlijk verschijnen ook rood-paarse onderhuidse fijne lijntjes die samen een rode plek vormen. Hier kunt u niet veel aan doen. Tijdens de maanden na een bestraling blijft de huid extra gevoelig voor de zon. Als u in de zon komt bedekt u het best de bestraalde huid of gebruikt u een zeer sterke zonnecrème (bijvoorbeeld factor 60).

Fibrose van spier- en huidweefsel

Dit betekent dat de bestraalde weefsels wat taaier worden en hun elasticiteit verliezen. Ook gewrichten kunnen hier last van hebben. Dit kan vervelend zijn bij het bewegen. Massage en oefeningen (met hulp van de kinesitherapeut) zijn aan te raden. Lees hier meer over massage bij kanker.

Droge mond

Na een bestraling van de mond of de keel kan de speekselaanmaak flink gestoord zijn. U krijgt dan een droge mond – wat slecht is voor de tanden, en uw smaak verandert. Dit kan al beginnen tijdens de bestraling en kan nadien nog lang aanslepen. Er bestaan tabletjes om de speeksel-aanmaak te bevorderen. U kunt ook mondspoelmiddelen gebruiken, of kunstmatig speeksel uit een flesje.

Vruchtbaarheidsproblemen

Hormonale veranderingen, verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid komen voor als de teelballen, de eierstokken of de hypofyse (orgaantje onderaan de hersenen) bestraald werden. Ook als deze organen niet rechtsreeks bestraald worden, kunnen ze soms geraakt worden door bestraling van organen in de buurt. Jonge vrouwen zullen door bestraling van de eierstokken ook vervroegd in de menopauze komen. Zeker als u jong bent of nog graag kinderen zou krijgen, is het heel belangrijk dit met de radiotherapeut te bespreken vooraleer de bestraling begint, en ook met de medisch oncoloog vooraleer de chemotherapie begint. Wie vroeger bestraald werd, kan het beste opnieuw contact nemen met zijn behandelende arts van toen – of erover praten met zijn huisarts, die eventueel kan doorverwijzen naar een fertiliteitscentrum. Lees er hier meer over:

Bijwerkingen van totale lichaamsbestraling

 Op lange termijn treden er soms problemen op met de groei, de longwerking, de ooglens, de lever en de vruchtbaarheid.

Andere

Ook andere bijwerkingen zoals blaas- of darmirritaties die al tijdens de bestralingsreeks beginnen, kunnen soms tot lang nadien aanslepen.

Het is erg belangrijk om alle bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw radiotherapeut te bespreken. Over de meeste bijwerkingen kan uw radiotherapeut u inlichten voor u met de bestraling begint, maar ook als u (lang) na de bestraling problemen opmerkt, is het het beste er met uw arts over te praten.