Bijwerkingen radiotherapie

De radiotherapeut-oncoloog zorgt ervoor dat de straling de gezonde weefsels en organen zo weinig mogelijk beschadigt. Toch kan straling, afhankelijk van de dosis, invloed hebben op de gezonde cellen in het bestraalde gebied. De meeste bijwerkingen zijn tijdelijk en verdwijnen enkele weken na het beëindigen van de bestralingsreeks. Bijwerkingen van bestraling komen alleen voor in de delen van het lichaam die bestraald worden. Als u bijvoorbeeld op de borst bestraald wordt, kan uw hoofdhaar er niet van uitvallen.

Slapende vrouw Aanslepende vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker.

Niet iedereen heeft evenveel last van de bijwerkingen. Het hangt bijvoorbeeld af van uw algemene gezondheid, van uw gevoeligheid voor straling en van de andere behandelingen die u al gekregen hebt (chemotherapie ...). Het is beter om niet te roken tijdens de bestraling en ervoor te zorgen dat uw bloedsuikerwaarde goed geregeld is als u diabetes hebt. Vertel de radiotherapeut-oncoloog ook welke geneesmiddelen u neemt of recent genomen hebt. 

Omdat elke bestralingsbehandeling anders is, vraagt u het best voor de bestraling begint aan de radiotherapeut-oncoloog welke bijwerkingen mogelijk zijn.

Bijwerkingen van bestraling op korte termijn

Ongerustheid

Het is normaal dat u zich ongerust of angstig voelt als u te horen hebt gekregen dat u een gezwel hebt. Het wordt meestal niet beter als u in aanraking komt met de radiotherapieafdeling, met al die onbekende apparatuur. Als u ongerust bent, kan het misschien helpen om erover te praten met uw radiotherapeut-oncoloog of iemand anders van de dienst, bijvoorbeeld een psycholoog of een sociaal werker.

Huidirritatie

Uitwendige stralen gaan eerst door de huid voor ze het gezwel bereiken. De straling kan de huid prikkelen. Eerst wordt de huid wat gevoelig en rood. Later kan de huid wat donkerder van kleur worden en kunnen gevoelige plaatsen ontstaan, met eventueel blaasjes en open wondjes. In het ergste geval gaan de open wondjes over in grote, meestal vochtige plekken. Al deze huidproblemen kunnen pijnlijk zijn, bijvoorbeeld bij aanraking door kleding. Bacteriën kunnen binnendringen en zo een ontsteking doen ontstaan. U kunt het best een vochtinbrengende melk of crème gebruiken zolang de huid intact is. Het is best deze producten ‘s avonds te gebruiken (en niet net voor u bestraald wordt). Zodra er open en vochtige plekken ontstaan, moet de huid goed verzorgd worden. Hiervoor bestaan er speciale verbandmaterialen die de overvloedige vochtafscheiding netjes absorberen zonder in de wonde te kleven, zonder de wonde uit te drogen en zonder bacteriën te veel kansen te geven. Poeders zijn meestal af te raden: ze schuren te veel, en als ze vocht opnemen, vormen ze een pasta waarin bacteriën te gemakkelijk kunnen groeien. Ook producten die de huid uitdrogen (zoals eosine) zijn vaak niet de beste oplossing. 

De niet-bestraalde huid mag u verzorgen zoals u anders doet.

Laat u goed informeren op de radiotherapie-afdeling en experimenteer thuis niet zelf.

Tips om irritatie van de bestraalde huid zo veel mogelijk te vermijden

  • Was voorzichtig met douche- of badolie en dep u droog in plaats van te wrijven.
  • Gebruik geen deodorant of andere producten. Toon alles wat u gebruikt aan de verpleegkundigen van het bestralingstoestel of aan uw radiotherapeut.
  • Krab niet.
  • Bescherm uw huid tegen de zon, warmte en koude, wind en regen.
  • Scheer de bestraalde huid niet (indien wel: het best elektrisch en gebruik geen aftershave). 
  • Draag zachte kleding om wrijving te vermijden (katoenen in plaats van synthetische stoffen). 

Slijmvliesirritatie

Slijmvliezen verdragen straling niet goed. De slijmvliezen van de mond, de keel en de slokdarm kunnen geïrriteerd raken als u in die buurt bestraald wordt. Mondspoelmiddelen en verzachtende siroop kunnen helpen.

Verandering van speekselaanmaak en smaak

Bestraling van de mondholte kan ook leiden tot verandering en/of het achterblijven van de speekselaanmaak. Ook smaakveranderingen kunnen in de loop van de behandeling optreden. Dat kan invloed hebben op uw dagelijkse voeding. Bespreek deze klachten met de verpleegkundigen en/of de radiotherapeut-oncoloog. 

Gewichtsverlies

Door irritatie van de slijmvliezen in de mond, keel of slokdarm kan normaal eten moeilijker zijn. U hebt dan zachter, of zelfs meer vloeibaar voedsel nodig. Door bestralingen op de buik kunt u misselijk worden. Het is ook mogelijk dat uw eetlust vermindert en uw gewicht daalt, terwijl u net nu al uw energie nodig hebt om te genezen. Het behandelend team kan u tips geven om deze problemen te vermijden, en kan u zo nodig doorverwijzen naar een diëtist voor bijkomend voedingsadvies.

Darmirritatie

Bestralingen in het buik- of bekkengebied kunnen de dunne en de dikke darm prikkelen. Ook prikkeling van het rectum (het laatste deel van de dikke darm dat eindigt in de anus) en de anus komen voor. Het gevolg is soms diarree, darmkrampen, slijmverliesen een veranderd stoelgangspatroon. Mogelijk moet u medicijnen nemen tegen diarree. Door diarree kan de huid rond de anus geïrriteerd raken en pijnlijk zijn bij elke stoelgang. Vochtige doekjes en geregeld een verzachtend zitbad kunnen hierbij helpen.

Uw radiotherapeut-oncoloog kan voor bepaalde bestralingen een dieet aanbevelen dat de darmen minder belast. Vraag hiervoor advies aan de diëtist.

Blaaslast

Bestralingen in het bekkengebied (bijv. baarmoeder, blaas, darmen …) kunnen de blaas en de urineleiders prikkelen. U plast dan vaker, en u kunt een branderig gevoel opmerken. Blaaskrampen komen ook soms voor. Het is geen goed idee minder te drinken om minder vaak te gaan plassen. U drinkt het best veel, bij voorkeur dranken die de blaas niet extra prikkelen (dus overdrijf niet met koffie, thee of alcohol). Op die manier spoelt u de blaas goed, en vermindert u de kans op hevigere prikkeling of ontstekingen. Als u te vaak moet gaan plassen, zeker ’s nachts, kan uw radiotherapeut-oncoloog medicatie voorschijven om de blaas te kalmeren of eventueel een ontsteking te genezen.

Bijwerkingen van bestraling van het kleine bekken

Bij bestraling van het zogenaamde ‘kleine bekken’ (waar de vagina, de baarmoeder, de eileiders en de eierstokken liggen) raakt het vaginale slijmvlies soms aangetast of geïrriteerd. Dat kan ongemak veroorzaken bij seksueel contact of bij een gynaecologisch onderzoek. 

De vaginawand kan stugger en het slijmvlies dunner worden. Ook kunnen de slijmproductie en de zuurtegraad (ph) van de vagina veranderen, waardoor de vaginawand gevoelig en kwetsbaar wordt. Hierdoor kunnen gemakkelijk bloedingen en ontstekingen ontstaan. De seksuele beleving kan hierdoor enige tijd verstoord zijn. 

Het kan ook gebeuren dat de vaginawanden tegen elkaar plakken (verkleven) waardoor de opening weg is en geslachtsgemeenschap tijdelijk niet meer of nauwelijks mogelijk is.  

Meld problemen tijdig aan het artsenteam zodat er een behandeling kan opgestart worden. Mogelijk raadt uw gynaecoloog vaginale dilatatie aan.

Bijwerkingen van totale lichaamsbestraling

Misselijkheid, vermoeidheid en een tijdelijke verhoogde gevoeligheid aan infecties zijn de belangrijkste bijwerkingen op korte termijn.

Bijwerkingen op lange termijn

Net zoals bijwerkingen die u mogelijk tijdens de behandeling ondervindt, komen bijwerkingen van bestraling op lange termijn in de regel alleen voor in de delen van het lichaam die bestraald werden, en niet elders. Enkele bijwerkingen op lange termijn vindt u hieronder, aangevuld met tips om ze te verzachten.

Vermoeidheid

Aanslepende vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker. Ze kan veroorzaakt worden door het gezwel zelf of door de behandeling, onder andere door de bestraling. Vermoeidheid bij kanker kan lang aanhouden, of zelfs pas na lange tijd opduiken.

U kunt het best veel rusten. Maar blijf niet de hele dag stilzitten. Probeer wat te wandelen en in beweging te blijven. U gebruikt het best lichte maaltijden, maar eet niet te weinig.

Lees meer over vermoeidheid bij en na kanker.

Huidverkleuring

Waar de huid tijdens de bestraling geïrriteerd was, kan hij donkerder blijven, en droog en schilferig zijn. Goed wassen en een vochtinbrengende crème zijn aan te raden. Uitzonderlijk verschijnen ook rood-paarse onderhuidse fijne lijntjes die samen een rode plek vormen. Hier kunt u niet veel aan doen. Tijdens de maanden na een bestraling blijft de huid extra gevoelig voor de zon. Als u in de zon komt, bedekt u het best de bestraalde huid of gebruikt u een zeer sterke zonnecrème (bijvoorbeeld factor 60).

Fibrose van spier- en huidweefsel

Dat betekent dat de bestraalde weefsels wat taaier worden en hun elasticiteit verliezen. Ook gewrichten kunnen hier last van hebben. Dat kan vervelend zijn bij het bewegen. Massage en oefeningen (met hulp van de kinesitherapeut) zijn aan te raden. Lees meer over massage bij kanker.

Droge mond

Na een bestraling van de mond of de keel kan de speekselaanmaak flink gestoord zijn. U krijgt dan een droge mond – wat slecht is voor de tanden en uw smaak verandert. Dat kan al beginnen tijdens de bestraling en kan nadien nog lang aanslepen. Er bestaan gels om de speekselaanmaak te bevorderen. Ook kauwgum (best suikervrij) kan helpen omdat die de smaak stimuleert en de speekselaanmaak activeert. 

Tandproblemen

Een behandeling met radiotherapie, waarbij een deel van de mond of de kaak in het bestralingsgebied ligt, geeft een verhoogd risico op tandproblemen zoals 

  • gaatjes
  • problemen met de ontwikkeling van tandglazuur dat resulteert in witte of gekleurde vlekken op de tanden
  • het vroeg loslaten van tanden en kiezen 
  • gevoeligheid van tanden en kiezen 
  • verminderde mogelijkheid de mond goed te openen 
  • pijn in het gebied voor de oren 
  • tandvleesaandoeningen 
  • verhoogde gevoeligheid voor ontstekingen na trekken van tanden of kiezen 
  • problemen met het aangroeien van kaakbot na het verwijderen van tanden of kiezen 

Uw tanden en tandvlees verzorgen, is altijd belangrijk, maar is nog belangrijker voor, tijdens en na een behandeling met radiotherapie. Werd uw mond of kaak bestraald? Ga dan zeker regelmatig op controle bij de tandarts. Meld aan uw tandarts dat u bestraald bent en vraag wat u kunt doen om het risico op tandproblemen te verlagen. 

Vruchtbaarheidsproblemen

Hormonale veranderingen, verminderde vruchtbaarheid of onvruchtbaarheid komen voor als de teelballen, de eierstokken of de hypofyse (orgaantje onderaan de hersenen) bestraald werden. Ook als deze organen niet rechtsreeks bestraald worden, kunnen ze soms geraakt worden door bestraling van organen in de buurt. Jonge vrouwen zullen door bestraling van de eierstokken ook vervroegd in de menopauze komen. Zeker als u jong bent of nog graag kinderen zou krijgen, is het heel belangrijk dit met de radiotherapeut-oncoloog te bespreken vooraleer de bestraling begint, en ook met de medisch oncoloog vooraleer de chemotherapie begint. Wie vroeger bestraald werd, kan het beste opnieuw contact nemen met zijn behandelend arts van toen – of erover praten met zijn huisarts, die eventueel kan doorverwijzen naar een fertiliteitscentrum. Lees er hier meer over:

Vochtopstapeling (oedeem)

De bestraling kan de lymfeafvoer verstoren in de bestraalde streek en ook in de verder gelegen gebieden. Als het bovenbeen bestraald werd, kan bijvoorbeeld lymfoedeem optreden in het onderbeen. Zwelling en een zwaar gevoel zijn mogelijk, en de kans op ontstekingen is ook groter. Kinesitherapie kan vaak helpen. U kunt het best extra voorzichtig zijn en wondjes proberen te vermijden in de gezwollen streek. U draagt ook het best losse kleding.

Lees meer over lymfoedeem bij en na kanker

Bijwerkingen van totale lichaamsbestraling

Op lange termijn treden er soms problemen op met de groei, de longwerking, de ooglens en de lever.

Andere

Ook andere bijwerkingen zoals blaas- of darmirritaties die al tijdens de bestralingsreeks beginnen, kunnen soms tot lang nadien aanslepen. 

Het is erg belangrijk om alle bijwerkingen of onverklaarbare klachten met uw radiotherapeut-oncoloog te bespreken. Over de meeste bijwerkingen kan uw radiotherapeut-oncoloog u inlichten voor u met de bestraling begint, maar ook als u (lang) na de bestraling problemen opmerkt, is het het beste er met uw arts over te praten.