Bedrijfsleider Wouter Torfs kreeg nierkanker

Meer dan vroeger besef ik hoe kostbaar het leven is
Wouter Torfs
Uit Leven, editie 68, oktober 2015

Wat doet het met een drukbezette CEO als hij totaal onverwacht geconfronteerd wordt met een levensbedreigende ziekte? We vroegen het aan Wouter Torfs, topman van het gelijknamige schoenenbedrijf. Eind vorig jaar kwam er bij een routinecontrole een tumor in zijn rechternier aan het licht. ‘Ik heb me vastgeklampt aan de boodschap dat het een geneeslijke vorm van kanker was’, zegt Torfs.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Filip Claessens
Foto: KotK/Filip Claessens, Leven 68, oktober 2015

Geen betere plek voor een zomers business event dan de Badboot in het Antwerpse Kattendokdijk. Terwijl zwemmers in het ruim baantjes trekken, verzamelen zich op het dek de genodigden op het bedrijfsfeest. Wouter Torfs, CEO (afgevaardigd bestuurder) van de gelijknamige schoenwinkelketen en meermaals bekroond als beste werkgever van België, voelt zich als een vis in het water en ziet er fit en energiek uit. Net terug uit vakantie puilt zijn agenda alweer uit. Vergaderingen, speeches, een boek.. Nochtans had hij zich vorig jaar na zijn operatie een goed voornemen gemaakt. De tumor in zijn rechternier was succesvol verwijderd, maar hij zou het voortaan anders aanpakken. Meer sporten, op zijn voeding letten, en minder professionele afspraken, zo zou hij voortaan door het leven stappen. ‘Meer sporten en gezond eten, daar heb ik wel werk van gemaakt. Maar mijn agenda is nog altijd even druk’, zegt hij met een verontschuldigende glimlach.

Toch beseft Torfs heel goed dat hij door het oog van de naald is gekropen. Het was zijn jaarlijkse medische check-up die hem heeft gered. In december vorig jaar werd geconstateerd dat zijn bloeddruk te hoog lag. Een van de dingen die de dokter wilde controleren, waren zijn nieren, en dus moest hij onder de scanner. Bij die routinecontrole kwam iets verdachts op zijn rechternier aan het licht. Het waren Torfs’ zus en schoonbroer, respectievelijk huisarts en chirurg, die hem thuis aan de hand van de scans volledig op de hoogte brachten: het ging wel degelijk om een tumor. Het goede nieuws was dat die ingekapseld was en de kans op uitzaaiing dus erg klein was.

Ik vraag van mijn personeel dat ze open zijn over wat beter kan, en waar ze mee zitten, dus als mij zelf dan iets overkomt, dan is het maar normaal dat ik dat ook deel.

Maar hij moest dringend onder het mes, want als de tumor verder groeide, dan zakten zijn overlevingskansen drastisch. ‘Tja, dan word je ineens keihard geconfronteerd met je eindigheid, natuurlijk’, vertelt Torfs. ‘Ik ben meteen na het gesprek gaan wandelen in de bossen in de buurt, en ik weet nog dat ik toen, die decemberavond, helemaal doordrongen was van de hoop dat ik dat in de lente nog zou kunnen zien.’

Een week later wordt Torfs’ rechternier verwijderd. ‘Dat er zo weinig tijd lag tussen de diagnose en de ingreep heeft me zeker geholpen om de schok te verwerken. En verder heb ik me vastgeklampt aan de boodschap dat deze vorm van kanker geneeslijk was. Dat mijn schoonbroer me meteen vertelde dat ik 95% overlevingskans had, gaf me moed.’

Foto: KotK/Filip Claessens, Leven 68, oktober 2015

De ingreep verliep goed, al was hij ingrijpender dan Torfs had verwacht. ‘Het was een soort kijkoperatie, dus ik dacht dat het zoiets zou zijn als het trekken van een rotte kies. Maar dat was een vergissing, mijn lichaam lag er helemaal van overhoop. Mijn systeem heeft toch een tijd nodig gehad om te wennen aan de nieuwe situatie.’

Revalideren doet Torfs in het ziekenhuis, van waaruit hij een tweet de wereld instuurt die wat stof doet opwaaien. Zijn dankbetuigingen aan het adres van artsen en verzorgend personeel worden geïnterpreteerd als terugkrabbelen na een eerdere uitspraak over onze gezondheidszorg die onbetaalbaar dreigt te worden. ‘Onzin’, zegt Torfs. ‘Ik wilde gewoon mijn waardering uiten voor het mooie werk dat die mensen doen. Na mijn tweet is de krant mij komen interviewen in het ziekenhuis, en dat artikel hangt nu nog in de personeelskamer van de verpleging.'

Ik probeer bewuster te leven, maar écht anders gaan leven is moeilijk vol te houden. Daarvoor ben ik te gedreven bezig met mijn zaak.

'Iedereen die in onze ziekenhuizen terechtkomt, krijgt de best denkbare zorgen, of je nu vermogend bent of het niet breed hebt. Dat heb ik toen aan den lijve ondervonden. Ga dat maar eens zoeken in de Verenigde Staten, om maar één ontwikkeld land te noemen. Maar we moeten er natuurlijk wel voor zorgen dat ons systeem betaalbaar blijft.’

Dankbaar is Torfs ook voor de tweede kans die hij heeft gekregen, want zo voelt zijn snelle herstel voor hem aan. ‘Die tweede kans, daar moet je iets voor terugdoen, is mijn gevoel. Meer dan vroeger besef ik hoe kostbaar het leven is. Ik geniet meer van kleine dingen. Zoals dit bedrijfsfeest bijvoorbeeld, maar ook mijn kinderen zien openbloeien, fijne momenten thuis. Ik probeer bewuster te leven, maar écht anders gaan leven is moeilijk vol te houden. Daarvoor ben ik te gedreven bezig met mijn zaak.’

Die gedrevenheid blijkt ook uit de manier waarop Torfs als bedrijfsleider besluit om te gaan met zijn ziekte. Zijn personeel krijgt het nieuws over zijn diagnose meteen te horen. ‘Dat past bij het soort leiderschap waar ik voor sta’, zegt hij.

Foto: KotK/Filip Claessens, Leven 68, oktober 2015

‘Open communiceren, kwetsbaarheid tonen, geen maskers opzetten, authentiek blijven. Ik ben erg bezig met het optimaliseren van de werkplek. Ik vraag van mijn personeel dat ze open zijn over wat beter kan, en waar ze mee zitten, dus als mij zelf dan iets overkomt, dan is het maar normaal dat ik dat ook deel. Bovendien moet je een bedrijf zien als een gemeenschap. Van onze gemeenschap van 600 werknemers maken ook 10 à 15 kankerpatiënten deel uit. Ook voor die mensen is het belangrijk dat ik zelf open kaart speel over mijn gezondheidstoestand.’

Het was hartverwarmend hoeveel steunbetuigingen hij kreeg, zeker van binnen het bedrijf, zo getuigt Torfs. Tegelijk is het hem duidelijk geworden hoe belangrijk het is om contact te houden met zieke werknemers, ook als die langdurig thuis zijn. ‘De stap naar die mensen zetten is veel kleiner geworden. Sinds mijn ziekte ben ik daar veel bewuster mee bezig. Ik nodig ze ook uit op personeelsevents, ik bel ze desnoods zelf op om te zeggen dat ze welkom zijn. Tussen twee chemobeurten door voel je je soms toch goed genoeg om enkele uren het huis te verlaten. En dat is in elk geval beter dan geïsoleerd thuis te zitten. Mensen weten vaak niet hoe ze met kankerpatiënten moeten praten, wat ze moeten zeggen. Maar wát je zegt, is niet zo belangrijk. Als je ze maar niet laat vallen. In stilte en in je eentje ziek zijn, dat is pas erg.’  

De vraag of hij nu ongerust is voor de toekomst, wuift hij weg. ‘Het is voor mij goed afgelopen, wat ik als een geschenk beschouw. En nu gaat het leven voort. Intenser en bewuster dan vroeger.’

 

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.