Hoe ging je om met dat nieuws?
‘Een paar dagen zat ik in de put, maar ook toen focuste ik snel op het positieve. Ik startte met een andere chemokuur en die sloeg wel heel goed aan. Op het laatst waren er zelfs geen kankercellen meer te zien. Misschien was ik wel genezen? Maar de laatste scan, eind juni, veegde die hoop van tafel. De kanker is nog maar eens terug. Ik ben intussen gestart met een derde soort chemotherapie.’
Hoe slaag je erin om na zo’n grote tegenslag optimistisch te blijven?
‘Dat is deels mijn karakter, maar ergens ook een keuze. Ik aanvaard mijn ziekte en focus op wat wel goed is. De vorige chemotherapie werkte een jaar, dus waarom zou het nu ook niet meevallen? En ja, ik kreeg kanker, maar mijn diagnose kwam op het juiste moment: een paar jaar eerder was de operatie die ik kreeg technisch nog niet mogelijk, een maand later was het allicht te laat geweest. Ik vraag ook bewust niet naar een prognose: dat is maar een cijfer, en zou alleen maar donkere gedachten teweegbrengen.’
‘En verder beweeg ik veel. Ik heb leren genieten van wandelen. Hier in de buurt kan ik twee uur op pad zijn zonder een auto of zelfs maar een mens tegen te komen. Heerlijk. Ik probeer, kortom, mezelf zo goed mogelijk te houden, zowel fysiek als mentaal. Die houding vergroot volgens mij mijn kansen, daar ben ik van overtuigd. Dat ik er met mijn soort kanker nog ben, is een overwinning op zich. Ik ben blij met elke dag die er bijkomt. Hier buiten genieten van de zon, een zwaluw zien landen in mijn tuin, meer moet dat niet zijn. Ik kan oprecht zeggen: ik ben content.’