Sinds de diagnose blijf ik zoeken, vragen en hopen

Annika na vaginakanker

Uit Leven • Editie 110 • April 2026

Na corona laat Annika ten Velden (36) uit voorzorg een uitstrijkje nemen. Wat een routinecontrole moest zijn, draait uit op een rollercoaster: van ‘maak je geen zorgen’ tot ingrijpende behandelingen die haar maandenlang uitputten.

Auteur: Catherine Verguts • Fotograaf: Wannes Nimmegeers

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

In dit interview vertelt Annika open over haar vaginakanker. Over de moeilijke periode die ze doormaakt, de vragen die blijven komen, en haar zoektocht naar antwoorden, ook rond intimiteit en kinderwens. Want Annika wil begrijpen wat haar overkomt én mee beslissen over de weg vooruit.

Haar belangrijkste boodschap: ‘Deze kanker kunnen we voorkomen. Vaginakanker ontstaat meestal door een langdurige infectie met het humaan papillomavirus (HPV). Laat je vaccineren tegen dat virus. Herinner je moeders, zussen, dochters, en ook je zonen, aan het HPV-vaccin. En stel dat uitstrijkje niet uit. Ga, vandaag als het kan. Ik weet waarom.’

Afwijkende cellen

‘Na mijn eerste afwijkende uitstrijkje werd ik naar het ziekenhuis doorverwezen voor een conisatie. De gynaecoloog haalde een stukje weefsel uit mijn baarmoedermond en liet dat onderzoeken in het lab. Er werden afwijkende cellen gevonden, maar de zorgverleners benadrukten dat ik me daar geen zorgen over moest maken. Blijkbaar komt dat vaak voor.’

‘Zes maanden later ging ik dan ook vrij zorgeloos naar de controle, midden in de drukte van een groot evenement dat ik organiseerde. De arts zag witte stipjes in mijn vagina en nam dit keer een stukje weefsel uit mijn vagina om het te laten onderzoeken. “Waarschijnlijk littekenweefsel”, zei hij. Ik werd opnieuw gerustgesteld: geen reden tot paniek.’

‘Tot ik anderhalve week later telefoon kreeg: het was toch een letsel veroorzaakt door HPV. En amper drie kwartier later belde de professor al terug: de volgende dag moest ik onder de MRI-scanner.' 

'Het gesprek dat volgde met de oncoloog vond ik heel vaag. Ik vertrok met veel vragen: is het een voorstadium, is het al kanker, gaat het om de baarmoederhals of de vagina? Maar tegelijk hield één ding mij vooral bezig: onze kinderwens. Alleen werd dat onderwerp heel snel van tafel geveegd.’

Almaar meer vragen

‘Toen begon de molen van onderzoeken. Er werden lymfeklieren weggenomen om in het labo te laten onderzoeken en met het oog op onze kinderwens werd een van mijn eierstokken omhoog gehangen, zodat die buiten het bestralingsgebied zou vallen. De resultaten over eventuele uitzaaiingen lieten op zich wachten. Ondertussen hadden we geen consultaties, maar wel almaar meer vragen. Uiteindelijk kwam de diagnose: vaginakanker, en al behoorlijk gevorderd.’

‘Toen ik mijn diagnose kreeg, heb ik meteen naar iedereen op het werk gemaild. Voor mij was het niet lastig om over deze diagnose te praten. Ik ben altijd al een heel open persoon geweest. Ik wilde ook iedereen de boodschap meegeven: vergeet je uitstrijkje niet, zorg ervoor dat je gevaccineerd bent. Ook mijn mannelijke IT-collega’s moesten dat weten.’

Pure chaos

‘Daarna voelde het als pure chaos. De vraag “Wat nu?” bleef door mijn hoofd spoken. Online opzoeken hielp niet veel, want over vaginakanker vind je bijna niets.’

‘Omdat ik net verhuisd was, stapte ik over naar een ander ziekenhuis. Daar kozen ze voor een andere aanpak: ze besloten dat het niet volstond om de eierstok omhoog te hangen omdat de behandelingen te ingrijpend zouden zijn. De andere eierstok werd weggenomen en ingevroren. Achteraf bleek dat de juiste keuze, want de omhoog geplaatste eierstok werkt niet meer.’

Zwaar traject

‘Er wachtte me een zwaar traject: elke dag bestraling, vijf weken lang, aangevuld met chemotherapie. Tegen het einde van die vijf weken was ik uitgeput. Ik sliep in de auto onderweg, dommelde in de wachtzaal bijna weer in, hup op de bestralingstafel, terug naar huis, en meteen weer de zetel in.’

‘Daarna volgden nog 48 uur brachytherapie, een soort inwendige radiotherapie. Daarvoor lag ik in een isolatiekamer in het ziekenhuis. Er werd iets ingebracht dat gerichte radioactieve bestraling in zeer hoge dosis afgeeft. Mijn vriend mocht tussen de bestralingen door elke keer 50 minuten bij mij zijn. We hadden series uitgezocht van 45 minuten, maar uiteindelijk sliep ik vooral.’

Weer aan het werk

‘Na de behandelingen werd ik naar huis gestuurd. Het was “gedaan”, maar wat nu? De angst bleef: is het wel écht weg? De artsen hadden vertrouwen, maar ik bleef met dat knagende gevoel achter.

Mijn eerste reflex was om meteen weer te gaan werken. Gelukkig heeft het ziekenhuis dat sterk afgeraden. Ik had nog niets verwerkt, leefde alleen van dag tot dag. Pas acht maanden later begon ik opnieuw, stap voor stap. Nu werk ik 16 uur, verspreid over drie dagen. Toch bots ik nog vaak op mijn grenzen, zeker omdat ons fertiliteitstraject voortdurend meespeelt.’

Na de behandelingen bleef de angst: is het wel écht weg? De artsen hadden vertrouwen, maar ik bleef met een knagend gevoel achter.

‘Mensen vragen vaak: “Werk je al weer voltijds?” Iedereen begrijpt dat de behandeling zwaar is, maar zodra die stopt, denkt men dat je snel weer de oude bent. Ik hoorde zelfs: “Het zijn maar kleine opofferingen die je moet doen, want je leeft tenslotte nog”. Terwijl de gevolgen doorwerken, fysiek én mentaal. De vermoeidheid voel ik elke dag. Mijn hele onderbuik is bestraald, waardoor mijn darmen en blaas blijvende klachten geven. En op jonge leeftijd in de menopauze terechtkomen, dat is niet niets.’

Tegenstrijdige informatie

‘Daarbovenop kreeg ik ook nog een vergrote nier. Het was me nooit echt verteld dat de gevolgen van de bestralingen zo lang kunnen doorwerken, of dat besef was in elk geval nooit tot mij doorgedrongen. Zelfs tien jaar later kunnen er nog nieuwe problemen opduiken. Dat heeft me echt een knauw gegeven. De tumor is weg, en ik probeer niet te veel aan herval te denken, maar ik ben toch elke dag met de gevolgen bezig.’

‘Ik stel nu bij alles vragen. Dus zoek ik alles op, maar dan bots ik ook op tegenstrijdigheden. Intussen heb ik geleerd om dingen af te toetsen. Waar ik vroeger een drempel voelde om artsen “lastig te vallen”, bel ik nu gewoon naar het ziekenhuis voor een extra afspraak. Dan zit ik daar met mijn lijstje vragen, luister naar de antwoorden … Maar zodra ik thuis ben, heb ik weer nieuwe vragen.’

Hulp van psycholoog

‘Tijdens de behandeling kwam er wekelijks een psycholoog langs. Maar zodra de behandeling stopt, valt dat weg. Je kan nog wel gaan als je er behoefte aan hebt, zeggen ze dan. Alleen voelde die stap voor mij te groot. Ik had ook niet echt door dat ik er toen wél nood aan had. Tot de stress om weer te werken almaar zwaarder woog en ik niet meer sliep. Na veel gesprekken met mijn vriend heb ik toch contact gezocht met een psycholoog. Sindsdien ga ik wekelijks, en dat helpt me enorm om alles te verwerken en rust te vinden.’

Invloed op seksleven

‘De verpleegkundigen en artsen waren altijd heel open over de impact van de therapie op mijn seksleven. Het eerste gesprek was zelfs voor ons confronterend, maar het gaf ons wel meteen het gevoel dat we erover konden praten.’

Kanker en seksualiteit

Kanker op de geslachtsorganen en vooral de behandeling ervan kunnen grote gevolgen hebben voor je intieme en seksuele leven.

Vraag aan je arts duidelijke informatie over de effecten van jouw behandeling. Informeer ook of er in je ziekenhuis een seksuoloog werkt. Het is mogelijk dat je bij die persoon kosteloos terechtkunt voor gespecialiseerde hulp. Je kunt ook een seksuoloog zoeken op oncohulp.be. Ook met lotgenoten kan je over dit thema praten.

‘Na de behandeling loop je het risico dat de vagina verkleeft. Daarom kreeg ik vaginale dilatatoren: kunststof staafjes om de vagina soepel en in vorm te houden. We kregen ook veel tips om droogheid tegen te gaan. Een andere manier om verklevingen te voorkomen is seks, liefst meerdere keren per week. Dat betekent opnieuw klein beginnen, zoeken naar nieuwe manieren, herontdekken wat goed voelt.’

‘De eerste keren voelde ik vooral schrik, waardoor ik verkrampte en het nog moeilijker werd. Je zit er samen in, maar je wil ook je partner niet afwijzen. Daarbij had ik minder zin dan vroeger. Toch hebben we onze weg gevonden. We hebben nu opnieuw een vrij normaal seksleven. Gelukkig maar, want ik weet dat dat voor veel andere patiënten niet meer mogelijk is.’
 

Lotgenotencontact

‘Ik ben voorzichtig geworden met lotgenotencontact. Enkele maanden na mijn behandeling ging ik naar een congres, maar dat had het omgekeerde effect. Het was nuttig, maar ook heel confronterend: ik hoorde vooral verhalen van herval en zware bijwerkingen. Een vrouw vertelde dat ze door blaasproblemen een pamper moest dragen. Ik raakte in paniek en sloot me een tijdlang af voor contact met lotgenoten.’

‘Toch bleef ik zoeken. Via een getuigenis op kanker.nl kwam ik in contact met een meisje met baarmoederhalskanker. Net als ik jong, met een gelijkaardige behandeling en dezelfde vragen rond fertiliteit en kinderwens. Met haar kan ik bijvoorbeeld delen hoe zwaar het is om naar een babyshower te gaan. Dat was de eerste keer dat ik het gevoel had niet alleen te zijn.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!