Ik heb mezelf beloofd om van mijn kankerverhaal iets interessants te maken

Negen lessen die Sofie van haar borstkanker leerde

Uit Leven • Editie 109 • Januari 2026

In december 2023 kreeg Sofie De Pril te horen dat ze borstkanker had. Ze was toen 34, haar dochters 6 en 8. Om haar omgeving op de hoogte te houden, startte ze een WhatsAppgroep. Die was bedoeld voor droge updates, maar al snel schreef Sofie niet alleen om te informeren. ‘Schrijven is een vorm van traag denken en hielp me stilstaan bij mijn kanker en het leven.’ Ze deelt hier negen zinnen uit haar boek Leven is de enige wet die ik erken, negen lessen die ze van kanker leerde.

Auteur: Liesbet De Vuyst • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

1. Angst voor de dood maakt mijn leven levendiger.

‘Ik heb nooit gerookt, dronk zelden alcohol en gaf 4,5 jaar borstvoeding. Borstkanker? Dat zou me nooit overkomen. En toch kreeg ik die diagnose. Heel even was er wat verontwaardiging. Waarom ik? Maar op zo’n vraag is er geen antwoord. Ze leidt alleen maar tot eindeloze piekergedachten en daar ben ik niets mee. Dus stel ik me die vraag niet meer. Veel verdriet had ik wel. En doodsangst. Want ook al was de kanker niet uitgezaaid en kreeg ik te horen dat ik kon genezen, ik was bang om vroegtijdig te sterven. Ik heb er vrede mee dat het leven ooit stopt. Alleen nu nog niet. Als alleenstaande moeder weet ik dat mijn kinderen me nodig hebben. Mijn wil om te leven is sterker dan ooit. Ik voel het in kleine dingen. Als mijn dochters en ik in een tweedehandswinkel juichen bij een onverwachte vondst, denk ik: dit wil ik vaker meemaken. Van bij het begin heb ik mezelf beloofd om van mijn kankerverhaal iets interessants te maken.’

2. Door iets mee te maken, word je wijzer. Zo kon mijn eerste chemo niet snel genoeg komen.

‘Ik noem mezelf niet wijs, maar een hang naar wijsheid heb ik wel. Niet de wijsheid die je uit boeken haalt, wel die die het leven je aanreikt. Het klinkt misschien vreemd, maar ik heb uitgekeken naar mijn chemokuur. Vooral omdat ik zo de eerste mokerslagen aan mijn tumor kon uitdelen. Maar ook een stuk uit nieuwsgierigheid: hoe zou mijn lichaam op die behandeling reageren? Later zie ik mezelf al zitten als oude vrouw met enkele kleinkinderen op mijn schoot. Ze stellen vragen. Vanuit mijn eigen ervaring hoop ik ze bruikbare antwoorden te kunnen geven. Mijn kanker heeft me in dat opzicht zeker een stukje levenswijsheid bijgebracht.’

3. Mijn vrouwelijkheid zit in mijn hoofd, niet in mijn borsten of lang haar.

‘Ik was altijd trots op mijn haar en kaal worden vond ik moeilijk. Toen ik een pruik kocht, kreeg ik er meteen een knipafspraak bij. Standaardprocedure. “Beter te vroeg dan te laat”, zei de verkoopster. Maar ik wilde geen te vroeg of te laat, ik wilde knippen wanneer ik er klaar voor was. Dus annuleerde ik de afspraak en stelde mijn kinderen voor om kappertje te spelen. Ze lieten al hun creativiteit op mijn haardos los en knipten de gekste kapsels. Pas ’s avonds toen ze in bed lagen, haalde ik de tondeuse boven. Ik heb nog dagen op dat fijne moment met ons drieën geteerd waardoor het verdriet met vertraging binnenkwam. Vreemd genoeg vond ik de dubbele borstamputatie minder moeilijk. Misschien omdat borsten minder zichtbaar zijn en ze al hun nut bewezen hadden door mijn twee dochters helpen groot te brengen? Hoe dan ook, ik heb me nooit minder vrouw gevoeld. Niet met een kaal hoofd, niet zonder borsten. En dat is een opluchting. Vrouwelijkheid zit in je hoofd. Vrouw, dat ben je gewoon.’

4. Veel van wat me ooit gelukkig maakte, is er nu nog altijd. Intenser zelfs en van meer nabij.

‘Ik ben geen gelukzoeker. Voor mij is geluk iets dat ontstaat uit wat je doet. Vooral wanneer je iets doet samen met anderen en met liefde. En precies dat was er volop tijdens mijn ziekte: liefde, verbinding, zorgzaamheid. Ik kon absoluut nog gelukkig zijn. Misschien zelfs meer dan ooit, want ik besefte hoe goed omringd ik was. Buitenstaanders denken vaak dat ziek zijn alleen kommer en kwel is, maar er was ook veel ruimte voor humor en lichtheid. Vroeger waren kanker en de dood zwaar beladen woorden. Nu neem ik ze zonder nadenken in de mond. Het zijn bespreekbare onderwerpen geworden. Niet alleen voor mij, ook voor de mensen dicht bij mij.’

5. Kabouters bestaan echt

‘Veel mensen voelen zich onwennig bij een kankerdiagnose, maar willen graag iets betekenen. Zo richtten mijn neef en enkele vrienden spontaan de groep Sofies tuinkabouters op om mijn grote tuin te helpen onderhouden. In navolging daarvan ontstonden ook Sofies keukenkabouters. En een vriendin van mij kwam iedere vrijdag poetsen. Hulp aanvaarden vond ik nooit vanzelfsprekend. Nog meer dan me te helpen met klussen, hebben al die mensen mij geleerd om hulp te ontvangen. En dat is een gigantisch cadeau. We denken vaak dat we iets moeten terugdoen. Maar zo werkt het niet. Soms krijg je hulp, dan weer geef je ze. En dat hoeft niet per se aan dezelfde persoon of op hetzelfde moment te zijn.’

6. Wat me eerst sluipend afgenomen werd, komt daverend terug.

‘De impact van mijn behandeling voel ik nog elke dag. Maar elke stap vooruit maakt me blij. Toch verwacht ik niet dat ik nog ooit de oude word. Dat hoeft ook niet. We leven in een samenleving waarin alles snel moet gaan. Maar achteraan lopen heeft ook zijn waarde. Je ziet meer als het wat langzamer gaat. Zo ben ik begrijpender, empathischer geworden. Ik herinner me kort na mijn operatie dat ik een potje pudding uit de koelkast wilde nemen, maar door mijn beperkte mobiliteit liet ik het vallen. Het spatte open op de vloer. Ik dacht: hoe redden oudere mensen zich als ze er alleen voor staan? Toen begreep ik plots waarom mijn oma haar boodschappen aan mijn oom overlaat. Empathie is belangrijk. En traagheid helpt om die te ontwikkelen. Ik wil niet meer terug naar het tempo van vroeger.’

7. Ganzen houden het gras ook kort.

‘Mijn ziekte heeft mij leren omgaan met mijn beperkingen en mij uitgenodigd om dingen te herdenken. Ik kan bijvoorbeeld zelf mijn haag niet meer scheren. Zo’n snoeischaar is te zwaar en ik kan mijn armen niet hoog genoeg opheffen. Dat is lastig. Ook het gras maaien vraagt te veel energie. Maar ik heb me op een wachtlijst gezet voor tuinhulp. Weldra ben ik aan de beurt. Die slordige haag, dat hoge gras, het is maar een fase. Positief zijn zit in mijn natuur. Ik kan vrede vinden in het moeilijke.’

Boek en theatervoorstelling

Sofies WhatsAppberichten zijn gebundeld in het boek Leven is de enige wet die ik erken en vormen ook de basis voor de gelijknamige theatervoorstelling.

8. Een kankervrij lichaam geeft geen kankervrij leven.

‘Mijn diagnose heeft me doen beseffen dat het leven heel broos is, dat alles plots kan veranderen. In mijn onderbewustzijn leeft dat blijkbaar, want ik heb vaak nachtmerries. Ik zie kanker als een levenspartner. En hoewel hij geen gemakkelijke partner is en hij me erg gekwetst heeft, zal ik nooit van hem kunnen scheiden. Ik heb me daarbij neergelegd. Om een gezonde relatie te kunnen hebben, is het belangrijk dat hij niet alle ruimte inneemt. Wellicht zal relatietherapie af en toe nodig zijn.’

9. Er is een breuklijn in mijn leven ontstaan. Er zal altijd een voor en een na zijn.

‘In mijn kankerjaar heb ik nooit het gevoel gehad dat mijn leven on hold stond. Ik was er mij van bewust dat elke minuut die ik in het ziekenhuis was, zich in toekomst zou omzetten. Dat er een voor en na is, erken ik wel. Ik zit nu in de na-periode en dat is een mooie tijd. Er gebeurt veel goeds. Weer naar een concert, weer op vakantie naar zee, weer het haar uit mijn ogen kunnen wrijven. Ik ben blij als een klein kind met al die eerste keren.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!