Dirk: ‘De ziekte heeft me wel veranderd. Ik sportte vroeger graag en was een fervent voetballer, dat lukt nu niet meer. Fysiek heb ik niet meer dezelfde kracht als vroeger, daar moet ik mee leren leven. Maar ook mentaal ben ik veranderd. Sinds mijn ziekte kan ik enorm goed relativeren, in de ogen van mijn vrouw zelfs te goed.’ (lacht)
Anita: ‘Dirk heeft heel diep gezeten en dat heeft zijn hele kijk op de wereld veranderd. Dat begrijp ik. Maar soms relativeert hij te veel; dan mis ik weleens een luisterend oor. En hoewel ik weet dat de dingen waar ik me soms zorgen over maak niet zo ernstig zijn, blijft het zoeken naar een evenwicht tussen wat we hebben meegemaakt en hoe je samen verder leeft.’
Dirk: ‘Mensen zien me nu weer als de Dirk van vroeger, maar schrikken soms als ze merken dat ik niet meer alles kan. Dan durft Anita hen wel te wijzen op wat ik allemaal heb meegemaakt.’
Anita: ‘Anderen zien Dirk alleen op zijn goede momenten. Ze zien enkel wat hij kan, niet wat hij niet meer kan. Ergens is dat positief, maar Dirk is niet meer dezelfde.’
Dirk: ‘Het eerste jaar na mijn stamceltransplantatie kon ik niks meer en had ik nergens zin in. Ik gaf mezelf een jaar de tijd, maar had naast tijd ook wilskracht nodig om uit die put te geraken. Ik kan nu gelukkig weer sporten, al is het wel op een zeer bescheiden niveau. (lacht) Ik speel wandelvoetbal bij Club Brugge, een sportief gebeuren waar ook een sterk gevoel van camaraderie heerst. Wij fietsen graag samen en houden van reizen. Daarnaast probeer ik elke dag tienduizend stappen te zetten. “Rust roest”, zei de hematoloog. En ik heb dat letterlijk genomen. Hoe diep je ook zit, er schijnt licht aan het einde van de tunnel. Als ik zie waar ik nu sta, kan ik oprecht zeggen dat ik gelukkig ben.’