‘Voor mijn diagnose werkte ik als keukenmedewerker in een woonzorgcentrum van een private zorgorganisatie, een job die ik altijd met inzet en plezier heb gedaan. Tot een agressieve vorm van borstkanker roet in het eten gooide. Wat volgde, was een zware cocktail aan behandelingen en medicatie.’
‘Ik ben ontzettend ziek geweest. Tijdens mijn chemobehandeling lag ik drie maanden onafgebroken in het ziekenhuis door ernstige bijwerkingen. In één week tijd verloor ik tien kilo, raakten mijn darmen volledig ontstoken en kreeg ik meningitis (hersenvliesontsteking, red.). Ook voor mijn gezin was de impact enorm.’
Geen superwoman
‘Mijn werkgever reageerde aanvankelijk begripvol op mijn diagnose. Maar toen ik anderhalf jaar later toestemming kreeg van de adviserend arts van het ziekenfonds om gedeeltelijk te herstarten, twee dagen per week, langzaam opbouwend, kreeg ik het deksel op mijn neus. Ze vonden het aantal uren te weinig en niet combineerbaar met de uren van een collega. De keukentaken zouden bovendien te zwaar zijn.’
‘In datzelfde gesprek hoorde ik dat ik geen superwoman was en nooit een goede werkneemster was geweest. Ze gingen ervan uit dat mensen na kanker niet meer de oude worden. Ze spraken alsof ze in mijn lichaam zaten. Maar hoe ik me voel, weet alleen ik. Na een bijzonder zware periode was dat een nieuwe klap in het gezicht. Ik heb kanker gehad, maar heb daar niet zelf om gevraagd. Hun boodschap kwam hard binnen en blijft tot op vandaag hangen. Zoiets verdient niemand.’