Anoniem 1

Af en toe stel ik me al voor hoe het zou zijn om kinderloos te blijven

Charlotte over kinderwens en vruchtbaarheid na kanker

Uit Leven • Editie 104 • Oktober 2024

Charlotte werd onvruchtbaar na twee kankerbehandelingen. Een kindje verwekken met haar ingevroren eicellen mislukte. Haar man en zij proberen nu via eiceldonatie zwanger te worden. Maar het hele traject maakt haar nerveus en zelfs een beetje verdrietig. ‘Mensen denken dat mijn kanker verleden tijd is, maar door onze kinderwens word ik er dagelijks mee geconfronteerd.’

Auteur: Liesbet de Vuyst • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Twee keer kreeg Charlotte lymfeklierkanker. De eerste keer was in 2018. Als behandeling zou ze chemotherapie krijgen, maar die kon de vruchtbaarheid aantasten. Daarom raadde de arts Charlotte aan om eicellen te laten invriezen. Anderhalf jaar later herviel ze en onderging ze een autologe stamceltransplantatie (met eigen stamcellen). ‘Na mijn eerste behandeling in 2018 kreeg ik nog opnieuw mijn maandstonden, maar na de transplantatie belandde ik definitief in de menopauze. Dat bevestigde ook bloedonderzoek.’

Kinderwens

Tussen de twee diagnoses ontmoette Charlotte haar man Manu. ‘We waren beide eind de twintig, smoorverliefd en gingen voor een duurzame relatie. Toch was een mogelijke kinderwens nooit het onderwerp van onze gesprekken. We waren als pril koppel vooral bezig met genezen en overleven. Pas in 2022 begonnen we te denken aan kinderen en Manu misschien nog iets meer dan ik. Ik was tot tweemaal toe zwaar ziek geweest en was al lang blij dat ik mijn 30ste verjaardag had kunnen vieren. Ik had wel een kinderwens, maar ik kon ook gelukkig zijn met wat er nu was. Of was ik misschien bang? Kon ik een zwangerschap lichamelijk wel aan? En wat als ik weer zou hervallen? Die vragen gingen door mijn hoofd.’

Ik had wel een kinderwens, maar ik kon ook gelukkig zijn met wat er nu was. Of was ik misschien bang? Kon ik een zwangerschap lichamelijk wel aan? En wat als ik weer zou hervallen? Die vragen gingen door mijn hoofd.

‘Ik besprak mijn twijfels met de hematoloog. Die adviseerde ons om bij een eventuele kinderwens niet te lang te wachten om stappen te zetten. Even later startten we in de fertiliteitskliniek ons traject op. Eerst werd mijn baarmoeder via hormoontherapie klaargestoomd voor een zwangerschap. Vervolgens zouden mijn ingevroren eicellen ontdooid en in het laboratorium bevrucht worden met Manu’s zaadcellen. Nadien zou een bevruchte eicel in mijn baarmoeder teruggeplaatst worden.'

Anoniem 2

'Acht eicellen had de pick-up destijds opgeleverd, acht kansen dus. Dat leek ons een mooi aantal. Maar in de praktijk verliep het minder vlot. Net de helft van de eicellen overleefde het dooiproces. Daarvan werden er drie bevrucht, maar slechts bij één verliep de celdeling goed. De dag van de terugplaatsing kregen we telefoon dat ook die laatste bevruchte eicel niet was doorgegroeid. Dat was het. Einde verhaal.’ 

Moeilijk gaat ook

‘Manu en ik hadden nooit een kans gekregen op een kindje van ons beiden. Dat kwam hard binnen. We treurden elk op onze manier. Maar er waren ook frustraties over de werkwijze van de gynaecoloog en het fertiliteitscentrum. Niemand had ons voorbereid op een eventuele mislukking, terwijl achteraf bleek dat de slaagkans klein was. Volgens de gynaecoloog wilde ze ons niet op voorhand ontmoedigen. In de fertiliteitskliniek moest ik ook telkens opnieuw uitleggen dat ik door een kankerbehandeling in mijn menopauze zat en een nieuwe pick-up van de eicellen niet meer mogelijk was. Het is lastig om altijd weer met je eigen verhaal geconfronteerd te worden.’

Acht eicellen had de pick-up destijds opgeleverd, acht kansen dus. Dat leek ons een mooi aantal. Niemand had ons voorbereid op een eventuele mislukking, terwijl achteraf bleek dat de slaagkans klein was.

‘Hoe moest het nu verder? Ik wist het niet zo goed. Hoewel ik natuurlijk verdrietig was, kon ik me ook wel stellen in de situatie. Bovendien had ik geen zin om alternatieve keuzes te moeten maken, veel te moeten wachten om vervolgens misschien weer ontgoocheld te worden. De hele situatie zou me stress bezorgen en bij mislukking ongelukkig maken. Manu is anders van karakter. Hij is in alles veel ambitieuzer. Moeilijk gaat ook is zijn lijfspreuk. Door veel te praten met elkaar zijn we tot het besluit gekomen dat het nog te vroeg was om er ons al bij neer te leggen kinderloos te blijven. We wilden ons later ook niet beklagen dat we te snel hadden opgegeven. Manu en ik hadden al heel wat watertjes doorzwommen. Het vruchtbaarheidstraject nog even voortzetten zou ons samen zeker lukken.’

Anoniem 3

Eiceldonatie

‘In het fertiliteitscentrum stelde de arts eiceldonatie voor als volgende stap. Dat kon met een anonieme of met een bekende donor. Manu en ik kozen voor anoniem donorschap, maar belandden daardoor helemaal achteraan de wachtlijst. Er was ook een tussenoplossing mogelijk: anonieme kruisdonatie. Dat betekent dat je zelf op zoek gaat naar een donor, maar haar eicellen worden voor iemand anders gebruikt. In ruil kom jij bovenaan de wachtlijst te staan en krijg jij eicellen van een anonieme donor (die wachtlijsten zijn er niet in elk fertiliteitscentrum, red.).’

‘Zodra we de beslissing hadden genomen om een kindje te krijgen via eiceldonatie, hebben we het aan familie, vrienden en collega’s verteld. Iedereen reageerde positief. Het luchtte op dat we daar niet geheimzinnig over moesten doen. We legden ook uit dat we op zoek waren naar een donor en vroegen aan al wie zich geroepen voelde om erover na te denken. Door mensen te ronselen had ik het gevoel zelf iets te kunnen betekenen. Tegen alle verwachtingen in overwogen heel wat mensen onze vraag. Ze wilden ons graag helpen. Uiteindelijk hebben negen vrouwen zich laten screenen. Donor word je niet zomaar. Er gaat een strenge selectie aan vooraf. Je leeftijd en genetisch paspoort spelen bijvoorbeeld een rol. Van de negen personen is er zeker al één iemand die mag doneren. Zodra dat gebeurd is, schuiven wij naar boven op de wachtlijst.’

We zijn nu opnieuw hoopvol en blij met de kansen die de wetenschap ons biedt.

Ontgoocheling 

‘We zijn nu opnieuw hoopvol en blij met de kansen die de wetenschap ons biedt. Maar wat als het nu weer niet lukt? Daar denk je wel eens aan en je probeert je daarop voor te bereiden. Af en toe stel ik me voor hoe het zou zijn om kinderloos te blijven. Ik denk wel dat ik mijn leven zin zou kunnen geven. Manu is nog niet zover. Wij volgen niet hetzelfde aanvaardingsproces, maar stilaan gaat het wel dezelfde richting uit. Onlangs zei hij ook “Dat doen we geen vijf keer”. We hebben geen grens vastgelegd. De enige afspraak die we hebben, is dat we altijd eerlijk zullen communiceren. En zodra een van ons beiden vindt dat het niet meer gaat, stoppen we.’

‘Maar voorlopig gaat het zeker en vast nog. Al heb ik het gevoel niet voluit gelukkig te kunnen zijn. Het is vooral frustrerend dat je alles uit handen moet geven. Ik voel me nu vaker verdrietig dan na mijn stamceltransplantatie. Toen was er maar één weg en die was vooruit. Nu trappelen we ter plaatse.’

Om de privacy van de getuigen te beschermen, gebruiken we fictieve namen.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!