Heeft de ziekte van haar een andere dokter gemaakt? ‘Niet echt’, zegt Ann. ‘Maar op sommige specifieke vragen kan ik wel gerichter antwoorden. Met name de gevoelloosheid van een stuk van je lichaam als gevolg van de operatie heeft een grote impact, maar daar wordt normaal niet over gepraat tijdens de behandeling omdat dat als een minder belangrijk nevenaspect beschouwd wordt. Ik doe dat wel, omdat ik uit eigen ervaring weet hoe het voelt.’ Meteen aan de patiënten vertellen dat ze zelf een borstamputatie onderging, doet Ann niet. ‘De mensen komen niet voor mijn probleem, maar voor dat van hen. Maar als ze weten dat dat ik het ook heb gehad – door mijn deelname aan het tv-programma Topdokters of uit andere interviews waarin ik erover vertelde – en ze stellen er vragen over, dan ga ik er wel op in.’
Meteen naar de kern
Open communiceren, dat deed Ann ook met haar kinderen. ‘Kinderen verstaan de kunst om meteen naar de kern te gaan. Ze vroegen me op de vrouw af of ik ging genezen of zou doodgaan. Ik heb meteen gezegd dat ik ziek was, maar dat we er iets aan gingen doen. Het heeft geen zin om rond de pot te draaien, kinderen voelen toch dat er iets aan de hand is. Je zegt beter rechtuit waar het op staat. Ze kunnen dan ook beter loslaten, en hun gewone leventje weer oppikken en verder spelen. Ze vonden het overigens ook wel een voordeel dat ik drie maanden thuis zou zijn. (lacht)’
Nog iets waarvan ze nu uit eigen ervaring weet hoe belangrijk het is: je borsten laten checken. ‘Ik word kwaad als ik ergens lees dat borstkankerscreenings overbodig zijn. In België neemt 60 tot 65 procent van de vrouwen tussen de 50 en 69 jaar deel aan de tweejaarlijkse mammografieën, wat niet slecht is. Maar het is me te doen om de groep die twijfelt, die zulke artikels gebruikt als reden om er niet naartoe te gaan. Ik ben daar als borstchirurge gevoelig voor, ik zie elke dag waarom screening nuttig is.’
‘Ik ben heel blij dat ik mijn loopbaan heb kunnen hervatten. Met het borstcentrum zijn we volop nieuwe trajecten aan het uitwerken om patiënten nog beter te helpen. We voeren onderzoek naar immunotherapie bij borstkanker, we willen een traject uittekenen om patiënten met erfelijke tumoren beter op te volgen … Ik doe mijn job nu nog liever dan vroeger. Ik ben nog geen enkele dag tegen mijn zin gaan werken.’