Op dit moment gelden in België o.a. de volgende adviezen voor genetisch testen op FAP, AFAP en MAP:
- Ben je jonger dan 60 jaar en heb je meer dan 10 poliepen? Dan verwijst je arts je door naar een centrum voor menselijke erfelijkheid.
- Ben je jonger dan 60 jaar en heb je minder dan 10 poliepen? Uitzonderlijk verwijst je arts je door naar een centrum voor menselijke erfelijkheid.
- Is bij jou FAP of AFAP vastgesteld? Dan moeten al je eerstegraadsverwanten een voorspellende genetische test aangeboden krijgen: bij FAP kan dat vanaf 10-12 jaar, bij AFAP vanaf 18 jaar.
- Is bij jou MAP vastgesteld? Dan is het aangewezen dat al je broers en zussen (vanaf 18 jaar) voor genetisch advies worden doorverwezen naar een centrum voor menselijke erfelijkheid.
- Heb je het afwijkende MUTYH-gen? Om het risico op MAP voor je eventuele kinderen te bepalen, kan het nuttig zijn om ook bij je partner een MUTYH-mutatie-analyse te laten uitvoeren.
Preventieve onderzoeken voor mensen met FAP, AFAP of MAP
- Voor mensen met FAP is een coloscopie aanbevolen om het jaar of om de twee jaar, vanaf de leeftijd van 10-12 jaar. Vanaf die leeftijd is ook een jaarlijks nazicht van de schildklier aanbevolen. Vanaf 20-25 jaar wordt daarnaast om de 1-2 jaar een gastroscopie (maagonderzoek) aanbevolen. Vaak is het op een bepaald moment nodig om preventief de dikke darm weg te nemen, als er te veel poliepen ontstaan om weg te nemen.
- Voor mensen met AFAP is een coloscopie aanbevolen om het jaar of om de twee jaar, vanaf de leeftijd van 18-20 jaar. Vanaf die leeftijd is ook een jaarlijks nazicht van de schildklier aanbevolen. Vanaf 25-30 jaar wordt daarnaast om het jaar of om de twee jaar een gastroscopie (maagonderzoek) aanbevolen.
- Voor mensen met MAP is een coloscopie aanbevolen om het jaar of om de twee jaar, vanaf de leeftijd van 18-20 jaar.
FAP-register
Is bij jou FAP, AFAP of MAP vastgesteld? Dan zal je arts waarschijnlijk vragen of je gegevens anoniem mogen opgenomen worden in het nationale FAP-register. Dat wordt beheerd door Sciensano. Dankzij de databank kunnen zorgverleners en onderzoekers mensen met FAP, AFAP en MAP beter opvolgen, begeleiden en behandelen en hen uitnodigen om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek.