Chronische leukemie

Als een eekhoorn na een bosbrand
Koen Van Hoeylandt
Lees het verhaal
Ik maak er het beste van, al moet ik daar stevige schoenen voor aantrekken
Lindsey De Grande, atlete
Lees het verhaal
Ik wil de mensen helpen, pas dan ben ik gelukkig
Zelfmedelijden helpt niet, zelfcompassie wel
Bart van Eldert, journalist
Lees het verhaal
Chronische leukemie is een vorm van bloedkanker waarbij door een ongecontroleerde deling van witte bloedcellen het beenmerg wordt aangetast. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is leukemie?

1230 diagnoses chronische leukemie
op 68.702 kankerdiagnoses in 2017
(België)

Leukemie is een complexe ziekte met verschillende types en subtypes. Er zijn grote verschillen in de behandeling en de vooruitzichten voor mensen met leukemie, afhankelijk van het type leukemie en andere factoren.

Beenmerg en bloedcellen

Beenmerg is het zachte binnenste van beenderen. In het beenmerg zitten stamcellen, die uitgroeien tot drie belangrijke bestanddelen van ons bloed:

  • rode bloedcellen, die zuurstof naar alle lichaamsdelen transporteren,
  • witte bloedcellen, die infecties bestrijden,
  • bloedplaatjes, die ervoor zorgen dat het bloed stolt en bloedingen stoppen.

Na een rijpingsproces komen deze bloedcellen in de bloedsomloop terecht.

Leukemie

Bij leukemie vindt er een storing plaats in de vorming van bepaalde witte bloedcellen en meer bepaald in het rijpingstraject. Afwijkende cellen die nog niet voldoende zijn uitgerijpt, hopen zich op in het beenmerg en brengen de productie van normale bloedcellen in het beenmerg in het gedrang. Eerst zijn er alleen in het beenmerg grote hoeveelheden onrijpe (vooral bij acute leukemie) en rijpe (vooral bij chronische leukemie) witte bloedcellen aanwezig, maar na verloop van tijd komen die in de bloedbaan, in andere organen (bijvoorbeeld milt en lever) en in de lymfeklieren terecht.

We maken een onderscheid tussen acute en chronische leukemie. Bij acute leukemie rijpen de witte bloedcellen niet uit. Er ontstaat in korte tijd een ophoping van onrijpe bloedcellen en een tekort aan rijpe witte bloedcellen. Bij chronische leukemie rijpen de cellen nog redelijk goed uit en verloopt het ziekteproces trager dan bij acute leukemie.

Afhankelijk van het soort witte bloedcel dat de ziekte veroorzaakt, spreken we van lymfatische of myeloïde leukemie. Er bestaan dus vier types leukemie:

  • acute lymfatische leukemie (ALL)
  • acute myeloïde leukemie (AML)
  • chronische lymfatische leukemie (CLL)
  • chronische myeloïde leukemie (CML)

De Stichting Kankerregister registreerde in 2017 in België 1951 nieuwe gevallen van leukemie, waarvan 720 acute leukemie en 1230 chronische of mature leukemie. In totaal werden in België 68.702 nieuwe kankerdiagnoses gesteld in 2017, bij 2,8 % ervan ging het om acute of chronische leukemie.

Leukemie komt meer voor bij mannen (1138 nieuwe diagnoses in 2017) dan bij vrouwen (813 nieuwe diagnoses in 2017). De leeftijd waarop leukemie het meest voorkomt, verschilt per vorm. Acute lymfatische leukemie (ALL) komt vooral bij kinderen en jonge volwassenen voor. Het is de meest voorkomende kanker bij kinderen onder de 14 jaar. Acute myeloïde leukemie (AML) komt vooral bij (oudere) volwassenen voor. Chronische leukemie wordt meestal vastgesteld bij mensen op middelbare leeftijd of bij oudere mensen. CLL komt bijna dubbel zoveel voor als CML en is de meest voorkomende vorm van leukemie.

Deze tekst gaat uitsluitend over chronische leukemie bij volwassenen. Lees meer over acute leukemie bij volwassenen.

Kunt u chronische leukemie voorkomen?

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: niet roken, verstandig omgaan met de zon, uw consumptie van alcohol matigen en gezond eten en bewegen. Lees hier meer over kanker voorkomen. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ...

Onderzoeken en diagnose van chronische leukemie

Veel mensen met chronische leukemie vertonen bij de diagnose geen symptomen. Vaak wordt de ziekte ontdekt bij een bloedtest die om een andere reden werd afgenomen. En als er symptomen zijn, zijn ze veeleer vaag (vermoeidheid, slapheid, gewichtsverlies, kortademigheid …). Deze symptomen kunnen echter ook een andere oorzaak hebben dan kanker.

Wanneer er een vermoeden van leukemie bestaat, laat de arts een gericht bloedonderzoek uitvoeren. Als dat verdachte afwijkingen aan het licht brengt, volgt een beenmergonderzoek. Voor beenmergonderzoek is een punctie en eventueel een biopsie nodig.

Bij een punctie wordt met een naald beenmerg weggenomen uit het borstbeen of uit de rand van het bekken en onderzocht. Bij een biopsie wordt een stukje bot uit de bekkenrand verwijderd en onderzocht. Een gespecialiseerd arts stelt op basis hiervan de diagnose. Het beenmergonderzoek en bijkomend bloedonderzoek helpen ook te bepalen welk type leukemie iemand heeft.

Daarnaast kunnen de volgende onderzoeken plaatsvinden:

  • röntgenonderzoek van het hart en de longen,
  • röntgenonderzoek en echografie van de buik,
  • hartfunctieonderzoek om de werking van de hartspier te testen,
  • extra bloedonderzoek om meer informatie te verkrijgen over het functioneren van bepaalde organen (bijv. de lever en de nieren).
  • genetisch onderzoek: bepaalde veranderingen in het DNA of de chromosomen (die onze genen verpakken) wijzen op bepaalde vormen van leukemie. Met de gegevens uit het genetisch onderzoek kan de arts beter bepalen hoe de ziekte waarschijnlijk zal verlopen en hoe iemand zal reageren op chemotherapie. Dat is belangrijke informatie bij de keuze van een behandeling. De veranderingen in het DNA of de chromosomen ontstaan in de loop van iemands leven. De afwijkingen zitten alleen in de leukemiecellen en niet in andere cellen in het lichaam, zoals de eicellen of zaadcellen. U kunt de mogelijke chromosoomafwijking dus niet doorgeven aan uw kinderen.

Behandelingen

De behandeling van chronische leukemie bij volwassenen wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dat team van artsen houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de soort chronische leukemie, de uitgebreidheid van de ziekte en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

Behandeling chronische lymfatische leukemie (CLL)

Er zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk voor chronische lymfatische leukemie (CLL). De behandelend arts-specialist houdt bij de keuze van de behandeling vooral rekening met de klachten die u ondervindt, uw leeftijd, uw algemene gezondheidstoestand en het stadium van de ziekte. Op basis van het stadium worden patiënten ingedeeld in drie risicogroepen: laag, middelhoog of hoog.

Bij CLL met een laag risico kiest de arts in veel gevallen in eerste instantie voor afwachten: hij adviseert een zorgvuldige en regelmatige controle zonder een specifieke behandeling te starten. Als de klachten toenemen, wordt er meestal chemotherapie aangeraden of een meer doelgerichte therapie of een combinatie van chemotherapie en doelgerichte therapie.

De meest toegepaste behandelingen van CLL met een gemiddeld en hoog risico zijn chemotherapie in combinatie met doelgerichte therapie en (zelden) stamceltransplantatie (SCT). Soms wordt radiotherapie toegepast.

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Behandeling chronische myeloïde leukemie (CML)

Chronische myeloïde leukemie (CML) heeft drie ‘fases’: een chronische fase, een versnellingsfase en een acute fase. In de chronische fase zitten er minder dan 10% afwijkende cellen in het bloed of beenmerg. Patiënten hebben weinig symptomen en reageren goed op een standaardbehandeling. In de versnellingsfase of acceleratiefase worden er meer afwijkende cellen gevonden en hebben patiënten vaak koorts, weinig eetlust en gewichtsverlies. Ze reageren minder goed op de behandeling. In de acute fase of blastencrisis is de chronische leukemie veranderd in een snel groeiende acute leukemie die in verschillende organen doorgroeit. In deze fase vertonen patiënten nog sterkere symptomen.

De keuze van de behandeling hangt onder meer af van de leeftijd van de patiënt en van de fase van de ziekte. In de chronische fase wordt er meestal geopteerd voor een doelgerichte behandeling met een signaalremmer. In de versnellingsfase wordt die behandeling ook toegepast. Sommige patiënten kunnen in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie voorafgegaan door intensieve chemotherapie en/of radiotherapie. In de acute fase lijkt CML qua karakteristieken en symptomen sterk op AML, in sommige gevallen op ALL. De ziekte wordt dan verder behandeld als acute leukemie

Soms zijn er verschillende behandelingen of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

Hoe kunnen wij u helpen?

Voor uw vraag of probleem over kanker, neem contact op met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: