Chirurgie bij baarmoederkanker

Patiënten met baarmoederkanker worden meestal geopereerd. De bedoeling is het aangetaste weefsel weg te nemen door de baarmoeder te verwijderen. In medische termen wordt dat een hysterectomie genoemd. Vaak worden ook de omringende lymfeklieren en de eierstokken verwijderd.

Als de tumor is doorgegroeid naar de baarmoederhals (stadium II), is de operatie meestal uitgebreider. Naast de baarmoeder, klieren en eierstokken kan het dan ook nodig zijn om het steunweefsel rond de baarmoeder en het bovenste gedeelte van de vagina weg te nemen.

Bij baarmoederkanker in stadium III of IV hangt het van de uitgebreidheid van de tumor af of hij wordt weggenomen én welke operatieve behandeling(en) iemand krijgt. In beide gevallen wordt een operatie gecombineerd met radio- en/of chemotherapie, waarbij de arts naast de baarmoeder zoveel mogelijk zichtbaar tumorweefsel zal verwijderen (bijv. lymfeklieren en buikvlies). Een dergelijke operatie heet een debulking

Gevolgen voor de vruchtbaarheid

Als de baarmoeder verwijderd moet worden, kunt u niet meer zwanger worden. Praat vóór uw behandeling over uw vruchtbaarheid en uw eventuele kinderwens met uw gynaecoloog. Vraag om u eventueel door te verwijzen naar een fertiliteitscentrum. 

Lees meer info hierover 

Andere gevolgen en bijwerkingen

Vrouwen die nog niet in de overgang (menopauze) waren, menstrueren niet meer nadat de baarmoeder en de eierstokken zijn weggenomen. Ze komen vervroegd in de overgang. Dat kan klachten geven zoals opvliegers, overmatig transpireren en een droge vagina. Bespreek met uw gynaecoloog hoe u die klachten het best opvangt. 

Sommige vrouwen hebben na de operatie moeite met het ophouden van de urine. Dat kan komen doordat bij de operatie kleine zenuwen van de blaas beschadigd zijn. Dat is niet altijd te voorkomen. Als deze zenuwen niet goed meer werken, kan de blaas te vol raken. U kunt dan plots een spanningsgevoel ter hoogte van de blaas krijgen of u verliest dan plotseling urine. De eerste maanden na de operatie is het daarom verstandig op geregelde tijden te gaan plassen. Meestal keert het signaal dat u moet plassen, na enige tijd geleidelijk weer terug. 

Ook de seksuele beleving kan na een operatie veranderd zijn. Dat kan zowel veroorzaakt worden door de verkorte vagina als door een drogere vagina na verwijderen van de eierstokken. Vraag aan uw huisarts of gynaecoloog hoe u dat probleem kunt opvangen of voorkomen. 

Als bij de operatie de lymfeklieren in het bekken werden weggehaald, kunnen uw benen opzwellen door opstapeling van lymfevocht, ook lymfoedeem genoemd. Als uw been opzwelt, strak of zwaar aanvoelt of pijnlijk wordt, meldt u dat het best meteen aan uw arts om te laten behandelen. Anders verandert na een tijd het weefsel onder de huid en wordt het moeilijk om er iets aan te doen. Sommige patiënten krijgen pas jaren na de behandeling last van lymfoedeem. Het is zeer belangrijk te vermijden dat er infecties ontstaan in de benen. Infecties kunnen uitgelokt worden door kleine wondjes aan de voeten of benen en kunnen lymfoedeem uitlokken. Afhankelijk van de ernst van het lymfoedeem bekijkt de arts op welke wijze de overlast kan worden verminderd. 

Lees meer over lymfoedeem 

Meer informatie