Matthias en Laurens Van Camp

Optimisme was onze gezamenlijke kracht

Schouder aan schouder: Broers Laurens en Matthias Van Camp

Uit Leven • Editie 95 • Juli 2022

Twaalf jaar geleden genas Laurens Van Camp (27) van leukemie, over enkele jaren zal hij afstuderen als kinderkankerarts. Met zijn broer Matthias (29) deelt hij een vurige passie voor wetenschappen, voetbal en muziek.

Auteur: Frederika Hostens • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Nu niet beschikbaar
Ma-vrij 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Nu offline Beschikbaar op 30/01/2023 om 09:00
Ma 9-12u
Woe 14-17u en 19:30-22:30u

Laurens: ‘Op het einde van het vierde middelbaar had ik veel minder energie dan anders. Tijdens de examens lag ik uren in de zetel, wat helemaal tegen mijn gewone doen in was. Omdat de vermoeidheid maar bleef toenemen, ging ik vlak na mijn laatste examen naar de huisarts. Hij nam bloed en kwam nog diezelfde avond vertellen dat de uitslag niet goed was: in het bloedstaal waren kwaadaardige cellen gevonden. ’s Anderendaags volgde in het ziekenhuis onder meer een beenmergonderzoek. Ik had acute myeloïde leukemie, een soort bloedkanker’.

Matthias: ‘Net als Laurens, onze ouders en onze oudere broer Frederik schrok ik hard. We hielden er rekening mee dat Laurens misschien klierkoorts had, maar kanker? Dat ging er moeilijk bij ons in. Ik voelde me schuldig omdat ik tijdens de examens een paar keer had gezegd dat hij niet zo flauw moest doen. Waarom had ik niet gemerkt dat er iets ernstigs met hem aan de hand was? Als Laurens door het huis loopt, is hij bijna altijd aan het zingen. Pas na de diagnose besefte ik dat het in die bewuste junimaand veel stiller in huis was geweest dan gewoonlijk. Laurens die niet meer zong, dat had een alarmbel moeten doen afgaan.’

Muis van huis

Laurens: ‘Gelukkig waren we er al bij al nog vrij snel bij: mijn bloed bevatte “nog maar” 40 tot 50 procent slechte cellen. Na de eerste chemokuur waren die allemaal verdwenen. Met telkens vier tot vijf weken tussen volgden nog vier andere kuren. Die waren bedoeld om te voorkomen dat de kanker zou terugkeren.’

 

Matthias: ‘Laurens was bijna heel de julimaand in het ziekenhuis. Voor de chemokuren die daarna volgden, moest hij er telkens een tiental dagen verblijven. Onze ouders sliepen beurtelings bij hem. Af en toe namen Frederik en ik een beurt over, zodat onze ouders eens samen thuis konden zijn. Veel herinner ik me niet van die periode, maar wat ik wel nog haarscherp weet, is dat we samen gezellig naar de animatiefilm Flushed Away met de toepasselijke Nederlandse titel Muis van huis hebben gekeken (lacht).’

Praktische hulp

Matthias: ‘Het mijn zieke broer zo gemakkelijk mogelijk maken en praktische dingen voor hem doen, daar concentreerde ik me op. Eind juni ging ik Laurens’ rapport en boeken halen, in juli en augustus hield ik hem af en toe gezelschap in het ziekenhuis en van september tot november nam ik de rol op van tussenpersoon met zijn school, vrienden en voetbalkameraden.’

Matthias en Laurens Van Camp

Dat vrienden de vraag “Hoe gaat het met jou, Matthias?” oversloegen en meteen vroegen hoe het met Laurens ging, vond ik niet meer dan normaal. Het was ook de eerste vraag waarmee ik zelf ’s morgens wakker werd.

Laurens: ‘Toen pas bleek hoe handig het was dat we in dezelfde school dezelfde richting volgden, met slechts één schooljaar verschil. Matthias kende mijn vakken en leerkrachten. Als ik iets niet begreep, kon ik uitleg aan hem vragen of zijn notities van het jaar ervoor gebruiken. De school bracht met de hulp van Bednet in één leslokaal ook een verbinding voor afstandsonderwijs in orde. Zo kon ik een groot deel van de lessen van thuis uit volgen.’

 

Quarantaine

Matthias: ‘Dat vrienden de vraag “Hoe gaat het met jou, Matthias?” oversloegen en meteen vroegen hoe het met Laurens ging, vond ik niet meer dan normaal. Het was ook de eerste vraag waarmee ik zelf ’s morgens wakker werd. Tijdens Laurens’ ziekte was dat voor mij de belangrijkste vraag en de basis van elke dag. De eerste weken na de diagnose vond ik de moeilijkste. Ik was hard geschrokken van de bruuske overgang van een “gezonde broer” naar een “heel zieke broer”. Ik wist op dat moment niet of het zou goedkomen. Hoe moest ik dat aan andere mensen uitleggen? Ik probeerde iedereen die me aansprak hetzelfde antwoord te geven: dat we niet goed wisten hoe het verder ging lopen. Na de eerste chemokuur stelden onze ouders ons gerust dat alles in orde zou komen. Vanaf dan kon ik dus een duidelijkere en vooral positievere boodschap brengen.’

Laurens: ‘Zelf was ik ook optimistisch, soms zelfs wat te. Ik was er in het begin van de zomervakantie rotsvast van overtuigd dat ik in september weer naar school zou kunnen gaan. Ik besefte toen nog niet dat er tijdens de nabehandeling een groot infectiegevaar was. Na elke chemokuur daalden mijn witte bloedcellen tot bijna nul. Zelfs een verkoudheid kon al gevaarlijk zijn omdat ik op dat moment geen antistoffen kon aanmaken. Ons gezin leefde daarom in een zo klein mogelijke bubbel, met thuis heel beperkt bezoek en alleen van volwassenen. Aan tafel zaten Frederik en Matthias altijd zo ver mogelijk van mij, met onze ouders tussen ons in. Soms droegen mijn broers zelfs een mondmasker. Eigenlijk kwam het toen al neer op een soort quarantaine.’

Matthias en Laurens Van Camp

Tweelingbroers

Laurens: ‘Op 25 november 2010 werd ik genezen verklaard. Ik stond erop om mee te doen aan de kerstexamens, dat kon op school maar wel zonder op de speelplaats te komen. Vanaf januari mocht ik weer voltijds naar school, dat was een hele opluchting. Nog blijer was ik toen ik opnieuw mocht gaan voetballen. Mijn verplichte voetbalstop duurde tien maanden. Of ik jaloers was op mijn broers die wel bleven spelen? Jaloers is niet het juiste woord, want ik gunde ze dat. Maar het knaagde wel telkens ik ze met hun vuile schoenen zag terugkomen van een training of match. Het benadrukte mijn verlangen om zelf ook weer te mogen sjotten.’

Matthias: ‘Het is goed gekomen met die voetbal (lacht). We voetballen nog altijd samen in dezelfde ploeg. Door onze hechte band en het kleine leeftijdsverschil noemden veel vrienden ons al voor Laurens ziek werd “de tweelingbroers”. Wat er in 2010 gebeurde, heeft die band nog versterkt.’

Laurens: ‘Heel ons gezin is dichter naar elkaar toe gegroeid. We probeerden er allemaal samen een zo positief mogelijk verhaal van te maken. Onze ouders, Frederik, Matthias en ik zijn blijven geloven dat het goed zou komen. Optimisme was onze gezamenlijke kracht.’

Matthias Van Camp

Sinds mijn ziekte wil ik alles meepikken wat ik kan meepikken. Ik wil niet kiezen tussen het ene of het andere.

Duracellkonijn

Laurens: ‘Mijn ziekte heeft me geleerd dat ik me gelukkig mag prijzen met wat ik allemaal kan doen: studeren, voetballen, met vrienden afspreken, lopen, zingen … Sindsdien wil ik alles meepikken wat ik kan meepikken. Ik wil niet kiezen tussen het ene of het andere, ik wil alles doen waar ik zin in heb en waar ik van geniet.’

Matthias: ‘Niet voor niets heeft Laurens nu als bijnaam Duracellkonijn. Hij leeft meer dan 200 procent en weet soms precies niet dat een dag maar 24 uur telt (lacht). Hij blijft maar gaan en lijkt onvermoeibaar. Na wat hij heeft meegemaakt, begrijp ik dat wel. En ja, hij loopt nog altijd zingend rond als we thuis bij onze ouders zijn. Soms heb ik zin om te roepen “Zet die radio eens af”, maar dat doe ik niet, want ik ben veel te blij dat Laurens’ gezang door het huis galmt. We weten nu dat dat een goed teken is. Dat de plaat soms lang blijft hangen, nemen we er met alle plezier bij (lacht).”

Genieten

Laurens: ‘Zingen hoort voor mij bij het leven. Dat is altijd zo geweest. Ik wilde al lang eens optreden, maar durfde niet. Wat zouden de mensen ervan denken? Na mijn ziekte schoof ik al mijn reserves aan de kant. Op het einde van het vijfde middelbaar schreef ik me in voor een vrij podium van onze school. Ik vroeg aan Matthias om mee te doen. Hij aarzelde tot vlak voor het optreden, maar ging uiteindelijk mee met mij het podium op.’

Matthias: ‘Sindsdien treden we regelmatig samen op. De opbrengst van onze optredens gaat vooral naar goede doelen zoals Kom op tegen Kanker, Bednet of het Kinderkankerfonds. Het zijn organisaties die veel betekend hebben voor Laurens en ons gezin.’

Laurens: ‘Samen muziek maken is ook een manier om onze gevoelens te uiten en stil te staan bij moeilijke gebeurtenissen. We nodigen de mensen in de zaal uit om even een relativiteitsbril op te zetten: laat ons blij zijn dat we gezond zijn en dat we zoveel kunnen doen. En laat ons vooral ook genieten van elk moment.’

Wie is jouw grote steun en toeverlaat, wie geeft er jou moed, samen met wie kom je je ziekte door? Mail ons kort je verhaal, misschien kunnen we jullie samen interviewen. E-mail: leven@komoptegenkanker.be.

Laurens Van Camp

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!