Uit het dal
‘Langzaam klom ik weer uit het dal. Dat was een geleidelijk proces. Er waren de goede controles, de tijd die zijn werk deed. En ook psychotherapie hielp. Hiervoor kon ik in Nederland terecht in een centrum dat gespecialiseerd is in psychologische zorg voor mensen met kanker. In het ziekenhuis hadden ze me fysiek beter gemaakt, in het centrum voor psychologische zorg hielpen ze mij er psychisch bovenop.’
‘Na een aantal sessies groepstherapie schakelde ik over naar individuele gesprekken met een psycholoog. Samen met hem analyseerde ik mijn allergrootste angsten. In mijn hoofd was kanker een voorbode van de dood en daar was ik ontzettend bang voor. Het hielp om dat samen te onderzoeken en alles heel openlijk te benoemen.’
Boek in je-vorm
‘Snel na mijn behandeling ging ik opnieuw aan de slag als docent. Het schrijven lag veel langer stil. Tot ik het verhaal van mijn kanker begon neer te schrijven, ongeveer een jaar na de behandeling. Ik hoopte dat lotgenoten zich in mijn verhaal zouden herkennen. Maar eerlijk: mijn motivatie was vooral egoïstisch. Schrijven was mijn manier om de zwarte gedachten uit mijn hoofd te krijgen.’
‘Confronterend was het ook, want ik beleefde alles opnieuw. Soms zat ik te huilen achter mijn computerscherm. In het boek heb ik bewust de je-vorm gehanteerd. Ik voelde dat ik afstand moest inbouwen. Tegelijk riep dat vertelstandpunt een zekere vervreemding op, alsof de ziekte tegen mij praatte.’