Robbert Welagen

Pas na drie controles voelde ik voor het eerst opluchting

Robbert Welagen over je leven hervatten na kanker

Uit Leven • Editie 107 • Juli 2025

Een kleine drie jaar geleden werd schrijver Robbert Welagen (44) kankervrij verklaard, na een lange behandeling voor lymfeklierkanker. Zijn familie wilde liefst een groot feest geven, zelf voelde hij zich vooral ontredderd. ‘Ik besefte dat ik geluk had gehad. Maar de grote nieuwe inzichten, het pluk-de-daggevoel? Bij mij zijn ze er nooit gekomen.’ 

Auteur: Annick Deckers • Fotograaf: Arie Kievit

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Vier jaar geleden kreeg hij kanker, twee jaar later schreef hij er een boek over: Averij. We ontmoeten Robbert de dag voor een literair festival in Oostende waarop hij zal worden geïnterviewd over zijn boek. Twee dagen, twee gesprekken over zijn ziekte, het is best intens. Want ook vandaag waart de kanker nog rond in zijn hoofd. 

De diagnose werd in 2021 laat gesteld, pas een half jaar nadat hij voor het eerst een vreemde knobbel in zijn hals voelde. ‘De artsen konden niet uitsluiten of het een ontsteking dan wel kanker was. Die onzekerheid woog. Je leidt gewoon je leven, maar al die tijd is er iets mis dat nog geen naam of bestemming heeft. Ik wist niet wat ik ermee aan moest’, blikt Robbert terug. Pas toen hij een tweede gezwel voelde, ging het opeens snel. Na een week werd de diagnose lymfeklierkanker gesteld. 

Nieuwe routine vinden

Robbert: ‘Ik onderging een zevental maanden een behandeling met chemo- en immunotherapie. De dokters gaven me zestig procent kans op genezing. Het was een zware periode. Je weet niet hoe het kwartje zal vallen. En ik moest ook erg oppassen voor infecties, waardoor ik me sterk isoleerde.’

‘Toen ik na afloop kankervrij werd verklaard, bleef de verwachte opluchting uit. In plaats daarvan voelde ik niets. Ik had een wezenloos gevoel, onzeker over hoe het nu verder moest. Al die tijd waren de ziekenhuisbezoeken en de controles mijn houvast geweest. Nu moest ik weer een nieuwe routine vinden.’

‘Zowel geestelijk als lichamelijk was ik erg moe. Somber ook. Ik had het gevoel dat ik mij in een schemerzone bevond. Genezen ja, maar toch maar voor nu. Er was immers zo’n veertig procent kans op herval. De jaren die voor me lagen, voelden daarom als een tussentijd. Wat wilde ik met die tijd doen? Gewoon weer gaan werken, of net gaan reizen en de dag plukken?’ 

Leven met de rem op

‘Het gevaar voor infecties was ook nog niet voorbij. De arts zei “Ga leuke dingen doen”, maar ook “Pas nog op.” Ook dat droeg bij aan het gevoel van die schemerzone. In mijn hoofd was ik nog altijd die zieke persoon. Maandenlang had ik mensen gemeden. Dat kon ik niet zomaar loslaten.’

‘Mijn vriendin ervaarde het helemaal anders: zij wilde weer volop van het leven genieten. Terwijl zij het gaspedaal indrukte, stond ik op de rem. Dat zorgde voor spanningen. Tijdens mijn behandeling was ze altijd heel begripvol geweest, maar nu belandden we op twee sporen.’

‘Eigenlijk voelde ik me best schuldig omdat ik me niet meer in het leven smeet. Schuldig tegenover mijn vriendin, die graag het leven weer wilde oppakken, tegenover mijn familie, die zo bezorgd was geweest. Maar ook tegenover mensen die minder geluk hadden en nu nog altijd ziek waren. Ik wilde de dankbare patiënt zijn die blij was om zijn genezing. Alsof dat de enige goede manier was. Maar aan dat ideaalbeeld kon ik niet beantwoorden.’

Toen ik na mijn behandeling kankervrij werd verklaard, bleef de verwachte opluchting uit. In plaats daarvan voelde ik niets. Ik had een wezenloos gevoel.

Uiterlijk weer de oude

Met zijn vrienden deelde hij zijn angsten niet gemakkelijk. Deels omdat hij zich, ook hierin, een beetje schuldig voelde. Beschaamd ook. ‘Niemand wil een vriend met kanker. Dus wilde ik ze niet nog meer belasten. Mensen realiseerden zich ook niet dat ik er nog zo mee worstelde. Mijn haar was teruggegroeid, ik had weer normale kleren aan. Uiterlijk was ik weer de oude.’

‘Nochtans had ik veel behoefte om mijn verhaal te doen. Een verpleegkundige die vroeg hoe het met me was, en hup, ik was vertrokken. The comfort of strangers, weet je wel. Ik maakte mijn eigen verhaal over de kanker, met vaste ijkpunten. Het slechtnieuwsgesprek. De eerste chemo die meteen de zwaarste was. Telkens weer deed ik hetzelfde relaas. Het was een deel van mijn verwerkingsproces.’

‘Dat eerste jaar had ik driemaandelijks een controle. Al een week van tevoren voelde ik dan iets in mijn lijf verkrampen. Het voelde ook telkens als terugkeren naar de plaats van de misdaad. Die geur, de warmte, het aanmelden. Pas na een aantal keer ging dat zware eraf. Elke geruststellende controle was een stapje dichter naar het licht. En na een drietal controles voelde ik voor het eerst opluchting.’ 

Robbert Welagen

Uit het dal

‘Langzaam klom ik weer uit het dal. Dat was een geleidelijk proces. Er waren de goede controles, de tijd die zijn werk deed. En ook psychotherapie hielp. Hiervoor kon ik in Nederland terecht in een centrum dat gespecialiseerd is in psychologische zorg voor mensen met kanker. In het ziekenhuis hadden ze me fysiek beter gemaakt, in het centrum voor psychologische zorg hielpen ze mij er psychisch bovenop.’

‘Na een aantal sessies groepstherapie schakelde ik over naar individuele gesprekken met een psycholoog. Samen met hem analyseerde ik mijn allergrootste angsten. In mijn hoofd was kanker een voorbode van de dood en daar was ik ontzettend bang voor. Het hielp om dat samen te onderzoeken en alles heel openlijk te benoemen.’ 

Boek in je-vorm

‘Snel na mijn behandeling ging ik opnieuw aan de slag als docent. Het schrijven lag veel langer stil. Tot ik het verhaal van mijn kanker begon neer te schrijven, ongeveer een jaar na de behandeling. Ik hoopte dat lotgenoten zich in mijn verhaal zouden herkennen. Maar eerlijk: mijn motivatie was vooral egoïstisch. Schrijven was mijn manier om de zwarte gedachten uit mijn hoofd te krijgen.’

‘Confronterend was het ook, want ik beleefde alles opnieuw. Soms zat ik te huilen achter mijn computerscherm. In het boek heb ik bewust de je-vorm gehanteerd. Ik voelde dat ik afstand moest inbouwen. Tegelijk riep dat vertelstandpunt een zekere vervreemding op, alsof de ziekte tegen mij praatte.’ 

Robbert Welagen

Relatietest

En hoe verging het zijn relatie? Dat vroeg meer werk dan hij in zijn boek heeft willen verwerken, geeft hij toe. ‘Ze is hier mee in Oostende, dus ja, we zijn nog bij elkaar’, glimlacht hij. ‘Maar het kwam niet vanzelf goed, verre van. Na verloop van tijd ging ze mee naar de psycholoog voor relatietherapie.’

‘Ziek zijn kan dingen versterken in een relatie die voordien al niet helemaal goed zaten. Maar we hebben het gered. Onze relatie heeft zich zelfs verdiept omdat we nu weten dat we een beproeving als deze kunnen doorstaan.’ 

Ik wilde de dankbare patiënt zijn die blij was om zijn genezing. Alsof dat de enige goede manier was. Maar aan dat ideaalbeeld kon ik niet beantwoorden.

Geen afgesloten hoofdstuk

‘Intussen hoef ik niet meer op controle. De kans dat de kanker nog terugkeert, is volgens mijn arts uiterst klein. Toch voelt het in mijn hoofd niet als een afgesloten hoofdstuk. Ik ben nog altijd bang, het is nooit helemaal weg. De wereld is een stukje onveiliger geworden en de onbevangenheid van vroeger ben ik kwijt. Ik kan jaloers zijn op mensen die die nog wel hebben. Al bij al ben ik er toch wel somberder uit gekomen.’

‘Of de kanker mij ook iets gebracht heeft? Ja, ik sta wat wijzer in het leven en kan meer relativeren. Maar ik ben niet de ex-kankerpatiënt die opeens meer van het leven geniet of grootse inzichten heeft gekregen. Wat roekelozer in het leven staan, de dag plukken: het lijkt me heerlijk. Maar daar ben ik nog niet. Misschien lukt me dat ooit nog wel (glimlacht).’ 

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!