‘Net voor ik onder het mes ga, smeek ik de artsen er alles aan te doen om de zenuw te sparen. Als ik uit narcose ontwaak, ben ik meteen klaarwakker. Ik span onmiddellijk mijn linkerbeen op. Dat lukt. De zenuw bleef dus intact en ik juich inwendig. In de weken na de operatie onderga ik radiotherapie en moet ik revalideren. Al snel voel ik mij fysiek weer sterk. Maar emotioneel heb ik het lastig, want de kans op herval is groot. Vooral de plekjes op de longen baren zorgen.’
‘Door haar slechtziendheid, mijn revalidatie en covid zijn de fysieke contacten met mijn moeder in die periode schaars. Ik hoor haar wel regelmatig aan de telefoon en alles lijkt oké. Maar dat is schijn, want in werkelijkheid is ze aan het crashen. Als ik haar op een dag thuis opzoek, vind ik haar onder aan de trap. Ze is gevallen en heeft haar heup gebroken. “Ook dat nog”, zeg ik en ik denk aan de lastige revalidatie die haar te wachten staat. Maar in het ziekenhuis blijkt dat ze compleet verzwakt is door alle emoties. Op 26 augustus overlijdt ze.’
Heftige dromen
‘Het leven toont zich in 2021 van zijn vuilste kant. De dood van mijn moeder is de zoveelste mokerslag. Ik hou me overeind, omdat ik al van jongs af een sterk overlevingsinstinct heb. Maar de slag heeft een krater nagelaten. Aan de heftige dromen die ik nu ’s nachts nog altijd heb, merk ik dat ik het verlies nog niet te boven ben.’
‘Mijn slechtziendheid is een zware beperking die me soms triest maakt. Maar ik heb het hoofd nooit laten hangen en heb met veel wilskracht een mooie carrière uitgebouwd en een gezin gesticht. Hoe moeilijk ook, maar ik heb iets gemaakt van mijn leven en ik ben daar trots op. Na mijn kankerdiagnose had ik het gevoel dat alles wat ik had opgebouwd, instortte. Wie had ik in godsnaam iets misdaan om dat allemaal te verdienen? Ik geloof eigenlijk niet, maar stel dat ik God ooit tegenkom, dan geef ik hem een flinke rechtse. Daarna wil ik eventueel met hem praten.’