Sofie Jans en Manu Keirse

Geef kinderen eerlijke en correcte informatie op hun niveau

Hoe met kinderen praten over de dood? Sofie Jans en Manu Keirse

Uit Leven • Editie 106 • April 2025

Toen Sofie Jans (43) haar man aan kanker verloor, wist ze niet hoe ze haar jonge kinderen het best kon opvangen. Ze haalde veel uit de boeken van professor Manu Keirse, klinisch psycholoog en rouwexpert. ‘Had ik toen geweten wat ik nu weet, ik had mijn kinderen wel meegenomen naar de begrafenis’, vertelt ze. Een dubbelgesprek over hoe je kinderen ondersteunt na de dood van een ouder of grootouder.

Auteur: Annick Deckers • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

‘Mama, wat gebeurt er met iemands ogen als hij overleden is?’ Sofie kreeg de vraag onlangs van haar dochter Chloé. Praten over de dood is in het gezin de normaalste zaak van de wereld. Ze leerden het tegen wil en dank, nadat Sofies Ierse man JP in 2015 stierf aan darmkanker. Hij overleed amper twee maanden na de diagnose, op 38-jarige leeftijd. Sofie schreef intussen twee boeken voor kinderen over de dood.

Sofie Jans
Sofie Jans

Bij het overlijden waren je zoon en dochter respectievelijk drie en een jaar oud, jijzelf was 33. Hoe heb je die periode ervaren?

Sofie Jans: ‘De kinderen konden niet vatten dat hun papa dood was. Chloé was nog te jong, maar ook bij John drong het niet door. Zelf was ik totaal onvoorbereid. Deskundig advies over hoe je kinderen op zo’n moment opvangt, zou toen veel betekend hebben. Maar geen enkele arts die erover sprak. Een half jaar later vroeg Chloé: “Komt papa vanavond mee eten?” Toen besefte ik dat ik ermee aan de slag moest. Ik begon de boeken van Manu Keirse te lezen en ging ook naar een kinderpsycholoog voor advies. Tot dan had ik vooral veel over JP gepraat. Maar zo hield ik hem in feite levend en dachten zij dat hij nog ging terugkomen.’

Hoe gingen ze met het verlies om?

Sofie Jans: ‘De eerste maanden huilde John heel veel. Ik liet hem altijd voelen dat dat verdriet er mocht zijn. Chloé huilde eerst niet, later net wel. Zij had die eerste periode ook een sterke verlatingsangst, wellicht het gevolg van het bruuske afscheid van haar papa. Om de kinderen een houvast te bieden, zei ik dat hij nu in ons hart woonde. In het begin namen ze dat letterlijk. Ze dachten dat hij echt als een klein mannetje in ons hart zat (lacht). Ik ging daarin mee. Gaandeweg begrepen ze wel wat ik bedoelde.’

Hoe evolueerde dat toen ze ouder werden? 

Sofie Jans: ‘In het eerste leerjaar hadden ze allebei een moeilijke periode. Blijkbaar beginnen kinderen op die leeftijd te vergelijken. Ze beseften toen dat andere kinderen wel nog een papa hadden. Met het ouder worden had vooral Chloé veel vragen. Hoe zag de tumor eruit? Hoe verloopt een crematie? Ze wilde ook weten wie JP’s dokters waren. Eigenlijk wilde ze een schuldige aanduiden. Nu ze elf en derdertien zijn, zijn ze soms bang dat ik ook zal sterven.’

John zou het zo fijn vinden als mensen hem zouden vragen wat voor iemand zijn papa was

Wat doe je het best om kinderen na een overlijden te ondersteunen? 

Manu Keirse: ‘Geef eerlijke en correcte informatie op hun niveau. Kinderen moeten weten dat de dood onomkeerbaar is, dat je niet zomaar sterft en dat dood ook echt dood betekent. De overledene kan niet meer lopen, eten of praten. Leg ook uit dat de dood universeel is. Alles en iedereen gaat ooit dood. De gedachte dat dit niet alleen hen treft, biedt troost.’ 

Hoe geef je ruimte aan hun emoties en gevoelens? 

Sofie Jans: ‘Zorg dat het kind na het overlijden bij iemand terechtkan om te praten, bij jou of iemand uit je omgeving. Belangrijk is ook om kinderen de juiste woordenschat aan te reiken. Woorden als crematorium of urne kennen zij niet. Maar ook hun gevoelens kunnen ze vaak nog niet verwoorden. Praat daarom over gevoelens als verdriet, schuldgevoel, woede … Dat helpt om met het overlijden om te gaan.’ Manu Keirse: ‘Leg ook uit dat die gevoelens erbij horen. Verdriet komt voort uit liefde voor de overledene.’

In het eerste leerjaar hadden Chloé en John allebei een moeilijke periode. Ze beseften toen dat andere kinderen wel nog een papa hadden.

Manu Keirse
Sofie Jans en Manu Keirse

Kinderen zijn niet altijd een open boek. 

Manu Keirse: ‘Ja, net daarom is het zo belangrijk om te praten en te luisteren. Liefst na het overlijden, maar desnoods nog jaren later. Wat speelt er door hun hoofd, waar zijn ze bang voor? Het zijn vooral de niet uitgesproken zaken die kinderen traumatiseren. Tijdens een gesprek kan je misvattingen die in hun hoofd geslopen zijn, weer rechtzetten. Dat mama wel een lieve moeder was toen ze nog gezond was, dat het niet hun schuld is dat papa overleden is. Beklemtoon altijd dat de overledene hen graag gezien heeft. Ik herinner me het schrijnende verhaal van een man die zijn vader verloor toen hij twee jaar was. Hij groeide op met het idee dat hij niets waard was “want zijn vader had hem in de steek gelaten”. Dat heeft die persoon getekend. Pas toen hij er als late dertiger met zijn oudere broer over sprak, besefte hij hoeveel zijn vader van hem gehouden had. Het was een keerpunt in zijn leven.’

Beklemtoon altijd dat de overledene het kind graag gezien heeft

Wat zijn normale reacties van kinderen na een overlijden? 

Manu Keirse: ‘Intens verdriet is heel normaal, en kan zich ook uiten als boosheid of lastig gedrag. Je moet je pas zorgen maken als kinderen zich abnormaal voorbeeldig gedragen. Dat betekent vaak dat ze hun verdriet opkroppen om hun mama of papa te ontlasten. Die kinderen zijn bang om met het verdriet van hun ouders geconfronteerd te worden. Pas als de rust in het gezin is weergekeerd, voelen ze zich veilig genoeg om hun gevoelens te uiten.’

Manu Keirse

Veel mensen willen kinderen het liefst weghouden van de dood. 

Manu Keirse: ‘Ja, de dood past niet bij het beeld van onbezorgdheid dat we van kinderen hebben. Dat is jammer, want kinderen hebben van nature geen probleem met de dood. Ze zijn daar nieuwsgierig naar. Maar wij praten hen die angst aan.’

Sofie Jans: ‘Ik liep daar erg tegenaan. Zelf was ik heel open over de dood, maar ik stond daarin alleen. Dan is het moeilijk om die boodschap over te brengen. Volwassenen voelen zich erg oncomfortabel rond het thema dood, al helemaal naar kinderen toe. Als een volwassene John naar zijn vader vraagt en hij antwoordt dat die overleden is, zeggen ze verschrikt sorry en veranderen ze van onderwerp. Terwijl hij het zo fijn zou vinden als ze hem zouden vragen wat voor iemand zijn papa was. Ze zijn bang om de pijn op te rakelen. Dat is onzin, want de dood van zijn vader maakt deel uit van onze dagelijkse realiteit.’

Hoe verliep dat op school? 

Sofie Jans: ‘Ik drukte de kleuterjuf altijd op het hart dat ze mij mocht aanspreken over hoe ze iets moest aanpakken. Toch liep het niet altijd goed. Dan moesten de kinderen bijvoorbeeld een brief schrijven voor Vaderdag en wist de kleuterjuf niet hoe daarmee om te gaan. Terwijl het zo eenvoudig is: vraag het kind wat het zelf wil.’ 

Manu Keirse: ‘Vaak weet zo’n kind heel goed wat het wil. Een geplastificeerde brief bijvoorbeeld, ah ja, want hij gaat die op het graf van zijn vader leggen.’

Sofie Jans: ‘Ik bedoel het niet als verwijt. Er is gewoon geen aandacht voor in de opleiding. Als het aan mij lag, zou omgaan met de dood een verplicht thema worden op school.’

Een half jaar na het overlijden vroeg Chloé: “Komt papa vanavond mee eten?"

Zelf besloot je er een boek over te schrijven. 

Sofie Jans: ‘Ja, in 2023 verscheen Over de dood, een informatief boek voor kinderen vanaf zes jaar. Het is het boek dat ik destijds zelf had willen lezen. Met veel kleur en tekeningen, maar ook onverbloemde uitleg op kindermaat. In april verschijnt er een gelijkaardig boek voor kleuters: Dood, wat is dat?’ 

Manu Keirse: ‘Zulke boeken zijn heel nuttig. Ze helpen kinderen, maar ook hun ouders om een taal te ontwikkelen en rustig met de problematiek om te gaan.’

Sofie, zijn er dingen die je met de kennis van vandaag anders gedaan zou hebben? 

Sofie Jans: ‘Ja, ik heb vooral spijt dat ik mijn kinderen niet mee naar de begrafenis heb genomen. Ik vond ze daar te klein voor. Daar heb ik jaren later sorry voor gezegd. Zij hadden ook recht op een afscheid. En de uitvaart zou het overlijden tastbaarder gemaakt hebben. Gelukkig nam ik ze wel mee naar de herdenkingsplechtigheid in Ierland.’

Manu Keirse: ‘Zelfs een baby van een paar maanden kan je al mee naar de uitvaart nemen. Maak dan foto’s, zodat het kind later kan zien dat het erbij was.’

Kinderen hebben van nature geen probleem met de dood. Ze zijn daar nieuwsgierig naar. Maar wij praten hen angst aan.

Sofie Jans

En wat met groeten? Is het een goed idee om kinderen nog afscheid te laten nemen van de overledene? 

Manu Keirse: ‘Dwingen mag je nooit, maar je mag dat zeker aanmoedigen. Zo’n laatste afscheid is heel belangrijk. Kinderen zien dan met eigen ogen dat de persoon overleden is. Als je ze goed voorbereidt, gaan ze daar meestal goed mee om. Is de overledene nog moeilijk toonbaar, stel dan voor om bijvoorbeeld alleen de handen onbedekt te laten. Dat is nog altijd veel beter dan geen afscheid.’

Professor Keirse, u schrijft in uw boeken dat rouwen een oneindig proces is. 

Manu Keirse: ‘Inderdaad, rouwen doe je een leven lang in stukjes. Het gemis kan opnieuw sterk binnenkomen op cruciale momenten, zoals een plechtige communie. Het is belangrijk dat kinderen daarvoor ruimte krijgen. En als ouder moet je beseffen dat je je kind niet een keer, maar telkens weer moet opvangen.’

Leestips

11 boeken voor jonge kinderen:

2 boeken voor volwassenen: 

Meer info en nog meer boekentips. 

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!