Frieda Joris

Ik vind het niet erg om aan mijn kanker herinnerd te worden, hij is een deel van wie ik ben

Frieda Joris, 25 jaar na borstkanker

Uit Leven • Editie 107 • Juli 2025

Al meer dan twintig jaar schrijft Frieda Joris (74) voor Leven columns over borstkanker. In november 2025 is het precies 25 jaar geleden dat ze de diagnose kreeg – een breuklijn in een verder prachtig leven, zoals ze het zelf noemt. De ziekte maakte haar warmer en attenter, maar haar gevoel van onoverwinnelijkheid bleef onaangetast. ‘Ik word honderd, daar ben ik van overtuigd.’ 

Auteur: Liesbet de Vuyst • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

‘De slechte herinneringen vervagen, de mooie blijven hangen’, daar is Frieda Joris zich van bewust. Ze durft te stellen dat ze tot dusver een prachtig leven heeft gehad. ‘Ik heb een fantastisch gezin en heb altijd mijn boterham kunnen verdienen met dingen die ik echt graag deed.’ Frieda was journaliste bij Het Laatste Nieuws. Ze schreef reportages en lange portretstukken. ‘Ik bracht menselijke verhalen uit binnen- en buitenland. Zachte onderwerpen, maar ook menselijk leed beschreef ik.’  

Frieda Joris

Arrogantie

‘In 2000 heb ik mijn job een half jaar moeten stopzetten. Ik had in mijn rechterborst een knobbeltje gevoeld. Ik ging ervan uit dat het een vetbolletje was, maar liet het toch controleren. Na de echo en punctie werd ik door de arts al voorzichtig voorbereid op slecht nieuws, maar dat drong niet door.’

‘Ik zag geen gevaar, want ik viel compleet buiten de risicogroep: ik rookte niet, bewoog voldoende, had borstvoeding gegeven aan mijn twee zonen. Op dat moment kreeg één op de negen vrouwen borstkanker. Toch was ik ervan overtuigd dat ik tot die acht anderen behoorde. Wat een arrogantie toen van mezelf.’

Emotionele knop

‘Ongeveer een week later ging ik naar het ziekenhuis voor het resultaat van de punctie. Alleen, want ik had nog altijd geen besef van het onheil dat me boven het hoofd hing. Ik vernam dat ik inderdaad een kwaadaardige tumor had en dat mijn borst wellicht zou worden geamputeerd. Ik bleef daar heel rustig onder, alsof het een niemendalletje was.’

‘Door mijn werk als journalist had ik wel al wat ellende gehoord en gezien. Ik was erin getraind die emotionele knop om te draaien. Pas toen ik in mijn auto stapte, overviel me de ernst. Ik heb vanop de parking nog naar mijn man en zonen gebeld, maar hoe ik vervolgens ben thuisgeraakt, weet ik niet meer. Mijn gezin stond me op te wachten en heeft me al die maanden de beste zorgen gegeven.’ 

Kankerpatiënt

‘Mijn wens was alles zo vlug mogelijk achter de rug te hebben. Ik kon snel geopereerd worden en de chemo- en radiotherapie kreeg ik direct aansluitend. Als kind kotste ik iedere auto onder, maar van de behandeling ben ik geen enkele keer misselijk geweest. Ik kreeg na een tijdje wel last van vermoeidheid, maar ook dat viel bij mij best mee.’

‘Het haarverlies vond ik wel confronterend. Ik ben een fiere madam en met een Sinéad O’Connorkapsel sta ik niet. Mijn pruik had ik zo goed als altijd op. Toen ook mijn wimpers en wenkbrauwen uitvielen en mijn teint grauwer werd, kon ik er niet meer onderuit. Ik was een kankerpatiënt. Dat vond ik erg.’ 

In die tijd kreeg één op de negen vrouwen borstkanker. Toch was ik ervan overtuigd dat ik tot die acht anderen behoorde. Wat een arrogantie toen van mezelf.

De tettenclub

‘Mijn ziekteperiode herinner ik mij niet als een trieste tijd. Ik stond ervan versteld hoeveel steun ik kreeg van de mensen. Dat was zo hartverwarmend. Ik trok me op aan een vriendin die een jaar voor me borstkanker had gehad. Wij belden vaak en lachten veel. Voor buitenstaanders moet onze humor gruwelijk geweest zijn.’

‘Toen er later in onze kennissenkring nog vrouwen borstkanker kregen, hebben we de Tettenclub opgericht. Wij zijn ondertussen een groepje van vijf vriendinnen met borstkanker als verbindende factor. Komen we samen, dan gooien we de remmen los. Wij vertellen aan elkaar dingen waarmee we onze partners niet willen lastigvallen. We gaan ook samen op reis.’

Vertrouwen

‘Na al die jaren is mijn ziekte een verre herinnering geworden, maar af en toe word ik nog wel eens terug in de tijd gekatapulteerd. Mijn schoonzus kreeg onlangs te horen dat ze borstkanker heeft. Ik merk dat er in wezen weinig veranderd is. Hoewel de behandelingen beter gedoseerd zijn en de ondersteuning sterk geëvolueerd is, zet borstkanker ook vandaag nog altijd je leven op zijn kop.’

‘Ik vind het niet erg om aan mijn ziekte herinnerd te worden. Die borstkanker is een deel van wie ik ben, net zoals mijn kinderen dat zijn. Over hen praat ik toch ook? Ik denk dat erover spreken zelfs heel belangrijk is. Mijn schoonzus wou haar diagnose eerst voor zichzelf houden. Ik heb haar dat afgeraden. Mensen gaan toch iets vermoeden en dan maken ze er hun eigen verhaal van. Als je rekent op hun steun, dan vind ik dat daar iets tegenover staat. Dan moet je ze in vertrouwen nemen en eerlijk zijn.’ 

Ik besef heel goed dat ik een geluksvogel was: ik werd goed omringd en had geen financiële problemen

Frieda Joris
Frieda Joris

Kankercolumns

‘Tijdens mijn behandeling ging ik niet meer naar de redactie, maar ik ben wel blijven schrijven. Ik zorgde wekelijks in Het Laatste Nieuws voor een column over mijn ziekte. Het is belangrijk om die dingen neer te pennen op het moment dat je ze beleeft, zodat je je niet hoeft te baseren op herinneringen. Uit de reacties die ik toen kreeg, weet ik dat veel lotgenoten troost vonden in mijn teksten.’

‘Vandaag schrijf ik nog altijd over mijn borstkanker. Al twintig jaar ondertussen voor Leven. Blijf ik daardoor in die ziekte steken? Absoluut niet. Gedaan is gedaan. Maar de ziekte heeft mij veranderd als persoon. Daar kan ik niet omheen.’

Nieuwe kans

‘Na een breuklijn heb je het gevoel dat je een nieuwe kans krijgt. Ik wou vooral een betere vriendin zijn in mijn tweede leven. Ik heb nu veel meer begrip voor mensen die het moeilijk hebben of ziek zijn. Ik weet hoe belangrijk het is om hen te steunen. En nee, dat doe je niet door een groot en duur boeket bloemen op te sturen. Breng eens een potje soep of maak het bed op van een kankerpatiënt.’

‘Dat zijn kleine dingen, maar ze betekenen veel. Ik heb na mijn kanker betere vriendschapsbanden opgebouwd. Ik had de ziekte liever niet gekregen, maar zonder zou ik wellicht een andere vrouw zijn. Ik ben nu warmer, zachter, attenter.’

Feestjaar

‘Toch is de oude Frieda niet helemaal weg. Ik ga fluitend naar iedere controle en ben ervan overtuigd honderd te zullen worden. De arrogantie onaantastbaar te zijn heb ik nog altijd. In november 2025 zal het exact 25 jaar geleden zijn dat ik de diagnose van borstkanker kreeg. Ik ga die breuklijn vieren met een goede fles champagne en een diner. Mijn man en ik zijn dan ook 50 jaar samen en mijn oudste zoon heeft net een huis gekocht. Het wordt een feestjaar.’ 

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!