Ik doe soms alsof mijn ziekte niet bestaat

Bart Moens over leven met multipel myeloom

Uit Leven • Editie • Datum

Bart Moens (59) heeft multipel myeloom, ook bekend als de ziekte van Kahler. Ondanks de stevige impact ervan op zijn dagelijkse leven maakt Bart er met humor en doorzettingsvermogen het beste van. ‘Ik blijf boodschappen doen en met de motor rijden, al denk ik dagelijks aan de ziekte.’

Auteur: Marc Peirs • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

‘Het gaat behoorlijk goed met mij’, verzekert Bart wanneer we hem ontmoeten in het Inloophuis voor mensen met kanker in Leuven. In september 2025 kreeg hij CAR-T-celtherapie, een nieuwe, veelbelovende behandeling. Die is goed geslaagd.

In juli 2024 kreeg je, zonder te vallen, een dubbele sleutelbeenbreuk. Hoe kwamen de artsen tot de diagnose van multipel myeloom?

Bart Moens: ‘De artsen dachten eerst: osteoporose. Maar mijn bloedwaarden bleven niet goed. Verder onderzoek wees uit dat ik multipel myeloom heb. Voor die ziekte zijn verschillende behandelingen mogelijk. Een ervan is een stamceltransplantatie. Er werden stamcellen bij me afgenomen die ik na intensieve chemotherapie zou “terugkrijgen”. Maar na de tweede afname bleek dat mijn ziekte sneller aan het evolueren was dan eerst gedacht. Dus kwam er een plan B op tafel. De artsen legden me uit dat ik in aanmerking kwam om mee te doen aan een klinische studie over CAR-T-celtherapie. Ik stemde daarmee in.’

CAR-T-celtherapie

CAR-T-celtherapie of CAR-T-therapie past je eigen witte bloedcellen genetisch aan om kankercellen gericht aan te vallen.

Toen Bart die behandeling kreeg, was dat nog in studieverband. Intussen is CAR-T-celtherapie een goedgekeurde en terugbetaalde behandeling voor multipel myeloom als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Omdat er zeer specifieke kennis en expertise voor nodig is, moet de behandeling in een gespecialiseerd centrum gebeuren.

Wat hield die CAR-T-celtherapie precies in?

‘In plaats van stamcellen werden er deze keer T-cellen uit mijn bloed gehaald, dat zijn witte bloedcellen die beschadigde cellen kunnen aanvallen en opruimen. In het labo werden mijn T-cellen gemanipuleerd om ze vijf maanden later aan mij terug te geven. Ze zaten in een héél klein zakje en de professor zei: “Kijk Bart, dat zakje heeft de waarde van een mooi huis.” (lacht)’

Sinds je CAR-T-celtherapie zijn je bloedwaarden volgens alle controles prima. Dat moet een opluchting geweest zijn na die zware behandeling.

‘Drie weken in het ziekenhuis is lang maar nodig, want CAR-T-celtherapie kan een stevig effect op je lichaam hebben. De week na de toediening van de gemanipuleerde T-cellen was ik echt wel ziek. Ik had een fikse koortsopstoot. Maar eigenlijk is dat goed nieuws want het toonde aan dat mijn lichaam positief reageerde. Mocht die koorts zich niet gemanifesteerd hebben, was dat misschien een signaal dat de CAR-T-cellen minder actief waren. Mijn lichaam heette die cellen als het ware welkom. Na drie weken mocht ik naar huis, al voelde ik me op dat moment wel zwak en had ik spierpijn. De artsen kunnen niet garanderen dat ik kan genezen maar als de CAR-T-celtherapie niet meer werkt, bestaan er nog andere behandelingen om de ziekte te bedwingen.’

Je houdt je, vind ik, goed staande in het dagelijkse leven.

‘Ik ben een alleenstaande man en ik vertik het eigenlijk om hulp te vragen. Ik doe mijn eigen boodschappen, ik rij met mijn motor. Ik blijf mijn huishouden in mijn eentje beredderen. Ik heb wel een stevig netwerk rond mij. Dat bestaat uit mijn broer, mijn twee kinderen van 30 en 34 jaar en een vriendin die in de buurt woont.’

Naast je ziekte heb je ook een echtscheiding te verwerken. Hoe geef je die een plaats?

‘Ik was het jaar voor ik ziek werd gescheiden. Dat leek echt een B-film, dat kwam heel hard binnen. Die scheiding en dan die ziekte er bovenop, dat kan toch niet waar zijn? Ik ga er heel eerlijk over zijn: ik begon mezelf te verliezen in de drank. Thuis of een enkele keer op café, maar vooral thuis. Een fles wijn per dag en dan nog enkele Duvels of trappisten extra. Ik wou me afsluiten van alles en iedereen, zette mijn telefoon af, rolluiken naar omlaag, ik wou niemand zien.’

Ik kan me voorstellen dat in het ziekenhuis de alarmbellen afgingen toen de artsen je alcoholmisbruik opmerkten?

‘Ja, ik kreeg de niet mis te verstane boodschap dat ik moest stoppen met alcoholmisbruik of ik zou niet langer mogen deelnemen aan de studie. De combinatie van CAR-T-celtherapie en de toxische stof alcohol was voor mijn lichaam extra zwaar. De arts zei “Als je nu stopt met drinken, dan zul je snel een positief verschil beginnen merken.” En dat bleek te kloppen. Ik had veel minder spierpijn, ik kon opnieuw met de motor rijden.’

Bart is fotograaf. Hij maakte een reeks zwart-witbeelden die toont hoe het is om te leven met multipel myeloom.

Multipel myeloom is onomkeerbaar. Is er desondanks ruimte voor romantische liefde in je leven?

‘Begin vorig jaar was er een vrouw in mijn leven. Ik had haar leren kennen in een café. Het klikte goed maar finaal bleken de verwachtingspatronen te dwingend. Recenter leerde ik een nieuwe vrouw kennen via mijn buurvrouw. We hebben dezelfde leeftijd, we hebben gedeelde interesses zoals citytrips, we doen fijne dingen samen, we hebben een hechte vertrouwensband. Maar op dit moment zitten we niet in een romantische relatie. Veeleer zijn we buddy’s van elkaar.’

Je houdt ook van rock ’n roll. Ga je naar live concerten?

‘O ja! Ik kan goed alleen zijn maar sociaal contact met het grotere netwerk is heel belangrijk. Als je een afspraak hebt voor een concert met vrienden, dan moét je wel je aankleden en de deur uitgaan. Je kan niet toegeven aan de ziekte en de vermoeidheid want je wil samen met de vrienden naar het concert. Dat is toch beter dan helemaal in je eentje piekeren en niksen.’

Heb je al uitzicht op mogelijke hervatting van je professionele leven?

‘Ik ben opvoeder in een instelling voor mensen met een mentale beperking. Ik ga daar vaak naartoe om het contact te behouden. Ik ben nu ruim anderhalf jaar in ziekteverlof. Ik hoop in 2026 nu en dan te kunnen inspringen als opvoeder. Daarnaast ben ik fotograaf. Ik heb een zwart-witreeks gemaakt met mezelf als onderwerp. Weet je wat me opvalt? Dat ik, nu ik zelf ziek ben, heel urgent ervaar dat ik aan de kant sta van die mensen die ik fotografeer. Zij en ik, we zijn één.’

Ongetwijfeld zijn er momenten van pijn, wanhoop en tristesse. Hoe ga je daarmee om?

‘Ik gedraag me alsof de ziekte er niet is (lacht). Ik blijf boodschappen doen en met de motor rijden, al denk ik dagelijks aan de ziekte. Soms verzet ik me, soms ben ik kwaad op mijn eigen lichaam dat de ziekte heeft toegelaten. Er zijn ook dagen waarop ik niks anders doe dan thuis in kamerjas rondlummelen. Maar verder? Blijven gààn. Vermoeidheid? Niks vermoeidheid!’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!