Katrijn Vannerum over leven met verlies

Blij dat ik heel bewust afscheid heb genomen
Katrijn Vannerum
Uit Leven, editie 92, september 2021

Katrijn Vannerum (39) verloor haar beide ouders aan kanker. Twee keer een groot verlies, maar met een totaal verschillende manier van afscheid nemen en rouwen. Tegelijk voegde de ziekte ook een diepere laag toe: dat je niets als vanzelfsprekend mag beschouwen en al zeker de liefde niet. ‘Dat ik mijn liefde voor mijn ouders nog expliciet heb uitgedrukt, betekent veel voor mij.’

Auteur: Grete Flies - Fotograaf: Lieven Van Assche
kve92-2

‘Ik kom uit een kleine familie’, vertelt Katrijn. ‘Zelf ben ik enig kind, net als mijn papa. Zijn moeder verongelukte toen ik vier was. De ouders van mijn mama heb ik nooit gekend: die waren beiden al overleden aan kanker nog voor ik geboren werd. Maar met mijn ouders had ik een opperbeste band: we waren een heel hecht gezin, waarin ik een prinsessenjeugd beleefde. Papa was een heel belezen man én meesterverteller. Mama en ik konden eindeloos naar hem luisteren. Met hem was ik ook twee handen op een buik: gek doen, toneel spelen, grapjes uithalen … Maar zelfs geheime verliefdheden vertelde ik als eerste aan papa en dan pas aan mijn beste vriendin.’

Hoe kwam het nieuws over je mama’s borstkanker bij je binnen?

Katrijn Vannerum: ‘Misschien lag het toen aan de naïviteit van een zestienjarige, maar ik kon me niet voorstellen dat het verkeerd zou aflopen. Ouders die overlijden, dat gebeurde niet in ons gezin. Mama doorliep verschillende behandelingen: variaties van medicatie, chemotherapieën, bestraling … Op die leeftijd volgde ik haar traject niet op de voet. Ik was er gewoon rotsvast van overtuigd dat de dokters haar wel zouden genezen. En de eerste jaren was mama best nog oké. Ze is eerst nog even blijven werken, daarna probeerde ze thuis zoveel mogelijk te doen. Ze verdiepte zich zelfs nog meer in haar hobby kalligrafie en – zodra ze gerecupereerd was van de chemobeurten – trok ze er al eens mee op uit met de schaats- en skeelerclub. De kanker domineerde ons leven niet.’

Nog niet ...

kve92-3

‘Mijn illusie werd in de zomer van 2000 keihard aan diggelen geslagen. Tijdens onze jaarlijkse reis naar Italië vond mama op een ochtend erg veel haar op haar kussen. Papa moest de rest er dan ook afscheren. Het beeld van hij die haar kaal scheert, staat op mijn netvlies gebrand. Vanaf dan kon ik de ernst niet meer ontkennen: het was te zichtbaar geworden. En toch … allicht vanuit een soort beschermingsmechanisme bleef ik hoopvol over elke nieuwe behandeling: dát was de ware! Toen ik tijdens de week op kot zat, leek ik de situatie thuis ook altijd weer even te “vergeten”. Elke vrijdagavond was het een pijnlijke confrontatie, wanneer mama met een kaal hoofd de deur voor me opende. Dat was immers niet hoe ik me haar een hele week voor de geest had gehaald. De harde realiteit sijpelde zo langzaamaan binnen. Vijf jaar na de diagnose werd mama beschouwd als uitbehandeld. De kanker was helemaal uitgezaaid, ze kon niet meer genezen.’

Hoe heb je die terminale fase beleefd?

Ik heb lang geworsteld met het schuldgevoel dat ik mama stervend had achtergelaten.

‘Ik zat in mijn derde jaar aan de universiteit en kwam in de kerstvakantie naar huis. Wat normaal het toppunt van huiselijke gezelligheid was, was nu een heel verwarrende periode. Ik moest studeren voor de examens, terwijl ik probeerde iets in het huishouden te doen, familie en ander ziekenbezoek ontving en intussen niet kon aanvaarden hoe mama steil bergaf ging. Ze lag in een ziekenhuisbed in de woonkamer en had veel pijn, kon nauwelijks eten of praten, was erg verzwakt, hield veel vocht op. Er gebeurde te veel op te korte tijd en het maakte me letterlijk ziek van de stress. Op een ochtend moest ik braken door de geur van ziekte en ontbinding in huis. Ik hield het daar niet meer uit. Om mijn examens te gaan afleggen, ging ik weer naar mijn kot. Een vlucht, besefte ik, maar ik kon het niet aan thuis. Ik heb toen heel bewust afscheid genomen van mama, want ik wist dat ik haar niet meer ging terugzien. Zij wist dat ook en het brak haar hart. Ze kon niet meer praten, maar in haar ogen las ik pijn, onmacht en verdriet, omdat ze ons moest achterlaten. Mijn laatste zoen aan haar zal me altijd bijblijven. Dat moment koester ik, want ik heb lang geworsteld met het schuldgevoel dat ik haar stervend had achtergelaten. Ik nam het mezelf kwalijk dat ik er niet bij was toen ze overleed, op 8 januari 2003. Papa drukte me echter op het hart dat ik het juiste gedaan had. Mama’s grootste bezorgdheid was namelijk dat mijn studies onder haar ziekte zouden lijden. Ze heeft me altijd zo aangemoedigd en gesteund, dus dat ik me vol op mijn examens stortte, stelde haar gerust. Dat ik uiteindelijk met grootste onderscheiding afstudeerde als master in de biologie, heb ik dan ook aan haar opgedragen. Toen ze overleed, voelde ik een soort opluchting. Vooral voor haar: dat haar pijnlijke aftakeling voorbij was. Het was weerzinwekkend hoe een lichaam bijna kan ontbinden bij leven …’

Wanneer zijn de klachten bij je vader begonnen?

kve92-4

‘Die waren eigenlijk al een hele tijd bezig: steken in zijn zij, pijn in de buik. Papa had een internist, een maag-darmspecialist en zelfs een kankerspecialist bezocht, maar niemand die iets vond. Midden 2005 kreeg hij na een onderzoek wegens aanhoudende pijn zelfs te horen dat men niet wist wat het was, maar zeker geen kanker. Niet veel later werd hij met spoed opgenomen in het ziekenhuis, omdat een tumor in zijn maag was opengebarsten. Dat is het moment waarop ik al mijn vertrouwen in dokters verloor. En waarop ik meteen dacht: ik ga hem ook verliezen. Van het naïeve optimisme dat ik destijds bij mijn mama had, bleef niets over. Allicht uit zelfbescherming vermeed ik onbewust die lijdensweg van strijdlustig te blijven hopen en dan toch teleurgesteld te worden.’

Hoe keek hij er zelf tegenaan?

Mijn beide ouders waren 53 jaar toen ze overleden. Die leeftijd wordt een belangrijke kaap voor mij.

‘Als levenslustige man was papa bereid om elke behandeling uit te proberen, hoe experimenteel ook. Zonder proefkonijnen maakt de wetenschap immers geen progressie. Hoewel met een klein hartje, besloot hij nog een zeer zware en risicovolle maagoperatie te ondergaan, die bovendien geen garanties op genezing bood. Maar door die ingreep verzwakte hij juist, en de kanker zaaide lustig verder uit. Papa’s toestand ging steeds achteruit: hij had veel pijn en door de morfine ook geregeld hallucinaties. Het was hard om die intelligente man wartaal te horen uitslaan. Ook voor hem; hij vond het verschrikkelijk dat hij bij momenten zijn geest niet meer onder controle had. Hoewel papa erg gelovig was, vond hij het zijn recht om te beslissen waar de aftakeling stopte. En na onze ervaring met mama kon ik hem daarin enkel bijtreden. Op 10 november 2005 onderging hij euthanasie. Mijn beide ouders waren 53 jaar toen ze overleden. Die leeftijd wordt een belangrijke kaap voor mij.’

Je voelt je ouders bij je?

kve92-1

‘De dood van mijn mama is een traumatische ervaring geweest: vooral door de onzekerheid van dat onmenselijke aftakelingsproces en het feit dat ik niet bij haar was toen ze stierf. Het overlijden van papa was serener. Maar ik ben erg blij dat ik van hen allebei heel bewust afscheid heb genomen: ik heb hen gekust, gezegd dat ik hen graag zag en bedankt om zo’n goeie ouder voor mij te zijn. Voor mij was dat de essentie; het enige wat ertoe doet in relaties. Dat besef neem ik vandaag nog altijd mee. “Ik ben blij dat ik jou heb”, “Jij bent waardevol voor mij”, “Ik apprecieer onze goeie band” of “Ik heb veel aan jou” zijn zinnen die ik geregeld uitspreek tegen mensen. Het is immers helemaal niet zo vanzelfsprekend om dierbaren rond je te hebben. Laat dus zien dat je liefhebt. Dat ik mijn liefde voor mijn ouders nog expliciet heb uitgedrukt, betekent veel voor mij. Ik ben ervan overtuigd dat die energie nog altijd doorleeft. Ik voel ze.’

Je voelt je ouders bij je?

‘Sowieso denk ik nog elke dag aan hen en het verdriet en gemis blijven. Zeker belangrijke dagen zoals mijn doctoraatsverdediging, mijn huwelijk en de geboorte of verjaardagen van mijn dochter zijn erg moeilijk. Om mijn ouders levend te houden, praat ik dus vaak over hen. Ik ben blij dat er nog enkele mensen zijn met wie ik herinneringen kan ophalen, want mijn man bijvoorbeeld heeft hen niet echt gekend. Maar ik geloof vooral dat ze heel nabij zijn. Dat voel ik door gebeurtenissen die anderen misschien toeval zouden noemen, maar waaraan ik betekenis geef. Heel mooie, symbolische dromen bijvoorbeeld. Of de zaadjes die mama had meegebracht vanop reis, die vlak na haar dood begonnen te kiemen. Een briefje dat van tussen papa’s dagboek glijdt. En de rode wollen draadjes die ik nu al acht jaar op mijn pad vind en die de inspiratie zijn geweest om een kinderboek (zie onderaan, red.) te schrijven. Al bij het eerste draadje kreeg ik een ingeving dat het een symbool van mama was: de navelstreng die me met haar verbindt. Intussen heb ik er een hele hoop en ik bewaar ze als talismannetjes in mijn portefeuille. Ik vind ze gewoon op straat, in het natuurreservaat waar ik vaak ga wandelen, in de klas van mijn dochter, op reis in Frankrijk … Ondanks alles ben ik de draad alvast niet kwijt. Dat geeft me troost.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.