Mogelijke bijwerkingen van de BTK-remmers acalabrutinib, ibrutinib en zanubrutinib zijn diarree, misselijkheid, bloedingen, hoofdpijn, hartritmestoornissen, spier- en gewrichtspijn, huiduitslag en bloedafwijkingen. De arts kiest de signaalremmer die het best bij jou lijkt te passen.
Een mogelijke nevenwerking van de signaalremmer venetoclax bij de start van de behandeling is ophoping van afvalstoffen in het bloed door de snelle dood van vele CLL-cellen. Daarom krijg je in het begin een lage dosis. De dosis wordt daarna geleidelijk aan verhoogd. Een tekort aan witte bloedcellen kan een andere mogelijke bijwerking zijn, net zoals diarree.
Elk medicijn heeft specifieke mogelijke bijwerkingen. Je arts of een verpleegkundige geeft je daarover op voorhand meer uitleg. Bespreek zelf ook op tijd problemen of symptomen met je arts. Die kan je raad kan geven hoe je er het best mee kunt omgaan.