Bijwerkingen chemotherapie en hoe ermee omgaan

Chemotherapie tast behalve de kankercellen ook gezonde cellen aan. Vooral snelgroeiende gezonde cellen zoals beenmerg- en bloedcellen, haarcellen en het slijmvlies van het spijsverteringskanaal en de voortplantingsorganen zijn er gevoelig voor. Er kunnen daardoor tijdelijk bijwerkingen optreden.

Close-up van een infuus Bijwerkingen zeggen niets over het effect van chemotherapie. Als u er veel last van hebt, wil dat niet per se zeggen dat de chemotherapie goed aanslaat. Of omgekeerd: als u weinig bijwerkingen hebt, betekent dat niet dat de behandeling niet goed aanslaat.

De bijwerkingen verschillen van persoon tot persoon en hangen onder andere af van de soort en de dosis medicijnen en de duur van de behandeling. Sommige mensen hebben er veel last van, anderen weinig. Na de behandeling herstellen de gezonde cellen zich meestal, en na verloop van tijd verdwijnen ook de bijwerkingen. Bepaalde bijwerkingen kunnen echter maanden of jaren blijven aanslepen, bijvoorbeeld vermoeidheid, verminderde weerstand, smaakveranderingen, doof gevoel in de vingers ...

Vraag uw arts vooraf welke bijwerkingen u van uw behandeling kunt verwachten. Hij kan u raad geven hoe u er het best mee omgaat. Aarzel niet om hem op elk ander moment vragen te stellen over eventuele bijwerkingen of onverklaarbare klachten. Het is immers vaak mogelijk om bijwerkingen – misselijkheid bijvoorbeeld – te verlichten.

De zorgverleners in het ziekenhuis zullen zeker naar nevenwerkingen en andere klachten vragen elke keer als u komt, zodat ze u zo goed mogelijk kunnen helpen. Als u thuis ernstige of aanhoudende klachten hebt, of onzeker bent over de nevenwerkingen die u voelt, neem dan zeker contact op met uw huisarts of uw zorgverleners in het ziekenhuis. Aanhoudende klachten zijn bijv. langer dan 24 uur braken, langer dan 48 uur diarree, langer dan drie dagen verstopping of plotse huiduitslag. Meld ook elk ander verschijnsel dat volgens u belangrijk kan zijn. Waarschuw meteen uw huisarts of het ziekenhuis bij koorts vanaf 38°, een branderig gevoel en/of pijn bij het plassen, keelpijn. Deze symptomen of klachten kunnen op een infectie wijzen.

U vindt het telefoonnummer (of nummers) in de informatie die u van het ziekenhuis krijgt. Hou die nummers bij de hand. Zorg dat u vooraf ook weet wie u bijv. ’s avonds of ’s nachts kunt bellen.

Misselijkheid en braken

Veel mensen associëren chemotherapie – behalve met haaruitval – vooral met misselijkheid en braken. Misselijkheid en braken zijn inderdaad mogelijke nevenwerkingen van chemotherapie. Tegenwoordig kunnen ze met medicijnen vaak sterk verminderd of zelfs voorkomen worden. Meestal wordt preventief al de gepaste medicatie opgestart, die zo nodig tijdens de behandeling kan worden aangepast. Er zijn verschillende geneesmiddelen tegen misselijkheid, en het effect verschilt van persoon tot persoon. Vaak is het zoeken naar de medicijnen die het best werken voor u.

Omgaan met misselijkheid en braken
  • Neem uw medicijnen tegen misselijkheid tijdig in.
  • Geef niet op, maar probeer in overleg met uw arts of verpleegkundige verschillende middelen uit.
  • Drink niet bij de maaltijden, maar ervoor of erna.
  • Eet en drink traag en niet te veel in een keer.
  • Zorg dat u geen lege maag hebt: eet bijvoorbeeld een droog koekje of wat ontbijtgranen voor u opstaat als u last hebt van ochtendmisselijkheid.
  • Vermijd geuren die u niet verdraagt (kookgeuren, rook, parfum … ) en sterk geurende etenswaren als koffie, kruiden, gebraden vlees, kool …
  • Rust na de maaltijd, maar ga niet platliggen.
  • Adem diep en lang in door uw mond als u misselijk wordt.
  • Zorg voor afleiding.
  • Eet een lichte maaltijd voor u een nieuwe chemosessie moet krijgen.
  • Als u gewoonlijk misselijk bent tijdens de chemotherapie, eet u beter enkele uren voor de behandeling niet.

Lees meer over misselijkheid en braken bij kanker.

Haarverlies

Chemotherapie tast de haarcellen aan, waardoor het haar broos wordt en afbreekt of uitvalt. Haarverlies kan van persoon tot persoon verschillen en hangt ook af van de medicijnen, de dosis en de duur van de behandeling. Sommige mensen worden volledig kaal, bij anderen wordt het haar dunner. Behalve hoofdhaar kunnen ook wenkbrauwen, wimpers, schaamhaar en ander lichaamshaar uitvallen.

Haarverlies treedt meestal op twee tot drie weken na het begin van de behandeling. Haarverlies door chemotherapie is altijd tijdelijk. Het haar begint na de behandeling of tegen het einde van de behandeling weer te groeien. De kleur of het uitzicht van het haar kan wel veranderd zijn.

Omgaan met haarverlies

  • Vraag uw arts of de cytostatica die u krijgt, haarverlies zullen veroorzaken. Omdat haarverlies erg zichtbaar is, is het voor veel patiënten een extra belasting.
  • Om haarverlies te beperken kunt u een zachte borstel en zachte shampoo gebruiken, die bevatten geen sulfaten of  parabenen. Bewaarmiddelen zitten er evenmin in. Het is ook het best om uw haar niet op hoge temperatuur te drogen met de haardroger en uw haar niet te kleuren of te permanenten.
  • Het is mogelijk dat u hoofdhuidkoeling (cold cap-methode) aangeboden krijgt om zo de haaruitval te verminderen. Of u in aanmerking komt voor deze behandeling, hangt onder meer af van de soort chemotherapie die u krijgt en de dosis, van de hoeveelheid haar die u al verloren hebt en van de logistieke mogelijkheden in uw ziekenhuis (niet alle ziekenhuizen bieden dit aan). Houd er ook rekening mee dat deze zogenaamde ‘ijskap’ bij sommige mensen wel werkt, bij andere niet.
  • Als u (bijna) al uw haar verliest, kunt u uw hoofd bedekken met hoedjes, sjaaltjes, mutsen, petten, een pruik of een haarstuk (een toupet, om gedeeltelijke kaalheid te bedekken)
  • Klik door voor adressen van haarverzorgers die een speciale opleiding hebben gevolgd om beter om te gaan met kankerpatiënten, of neem contact op met de Kankerlijn.
  • Onder de noemer ‘Look good, feel better’ organiseren ziekenhuizen in samenwerking met Kom op tegen Kanker gratis workshops ‘verzorging en make-up’. U krijgt er advies van een gespecialiseerde schoonheidsspecialiste en kunt er met lotgenoten ervaringen uitwisselen over o.a. pruiken, mutsen en sjaaltjes. Vraag in uw ziekenhuis wanneer zo’n workshop plaatsvindt of raadpleeg de activiteitenkalender.
  • Lees ook onze tips voor verzorging en make-up voor kankerpatiënten.

Meer informatie

Vermoeidheid

Vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker

Vermoeidheid is de meest voorkomende nevenwerking bij de behandeling van kanker. Zij kan veroorzaakt worden door het gezwel zelf, door de chemotherapie, de radiotherapie, de operatie of door nog andere factoren. De vermoeidheid van een kankerpatiënt verschilt van gewone dagelijkse vermoeidheid. Zij hangt niet samen met de activiteit, en rusten of slapen helpt niet altijd. De vermoeidheid kan lang aanhouden, of zelfs pas na lange tijd opduiken. Maar nadat de behandeling met chemotherapie gestopt is, vermindert de vermoeidheid toch geleidelijk, afhankelijk van de aanwezigheid van andere oorzakelijke factoren.

Omgaan met vermoeidheid door kanker

  • Plan uw dag zodanig dat u geen energie verspilt en voldoende tijd hebt om te rusten.
  • Eet goed en drink veel.
  • Rust veel en goed, zonder te overdrijven.
  • Beweeg ook voldoende: lichte fysieke activiteit (bijv. wandelen) verlicht vaak de vermoeidheid.
  • Zorg voor afleiding door naar muziek te luisteren, te lezen, sociale contacten te onderhouden, met lotgenoten te praten ...
  • Heel wat ziekenhuizen bieden een oncorevalidatieprogramma aan voor na (of soms tijdens) uw behandeling. Enkele maanden lang volgt u een lichaamstraining en krijgt u psychosociale begeleiding. Zo kunt u uw conditie en levenskwaliteit verbeteren. Vraag ernaar in uw ziekenhuis.

Lees meer praktische tips om energie te besparen bij dagelijkse activiteiten als wassen, aankleden, wandelen,  boodschappen doen, het eten klaarmaken ... Zowel ziekenhuizen als thuiszorgdiensten organiseren informatiesessies over vermoeidheid. Meer info in de activiteitenagenda.

Gedaald aantal bloedcellen

Het beenmerg produceert drie belangrijke bestanddelen van ons bloed:

  • rode bloedcellen, die zuurstof naar alle lichaamsdelen transporteren,
  • witte bloedcellen, die infecties bestrijden,
  • bloedplaatjes, die ervoor zorgen dat uw bloed stolt en bloedingen stoppen.

Chemotherapie kan beenmerg vernietigen, waardoor er minder bloedcellen geproduceerd worden. Het beenmerg herstelt zich wel, maar intussen kan het aantal bloedcellen flink verminderen.

Tijdens uw behandeling zal uw arts geregeld bloed afnemen om het aantal witte en rode bloedcellen en het aantal bloedplaatjes te meten en nauwlettend in de gaten te houden. Hoe laag uw bloedwaarden zullen zakken en wanneer dat gebeurt, hangt onder andere af van het type en de dosis cytostatica die u krijgt. Hoe lager de bloedwaarden zijn, hoe meer last u kunt hebben van nevenwerkingen.

Bloedarmoede

Als u te weinig rode bloedcellen hebt, krijgt uw lichaam niet genoeg zuurstof en krijgt u bloedarmoede of anemie. U kunt daardoor vermoeid, duizelig, kortademig en bleek zijn of last hebben van koude rillingen. Lees hier meer over de aanpak van vermoeidheid bij en na kanker.

Als het aantal rode bloedcellen te laag wordt, kan een bloedtransfusie nodig zijn of een inspuiting onder de huid met groeifactoren (dat zijn middelen die uw beenmerg stimuleren om bloedcellen aan te maken).

Verhoogd risico op infecties

Neem meteen contact op met uw oncoloog of huisarts zodra uw temperatuur 38,5°C bedraagt, ook ’s nachts of in het weekend

Met een tekort aan witte bloedcellen hebt u minder weerstand om infecties te bestrijden. U loopt dus een verhoogd risico op infecties. Ze kunnen overal opduiken, maar beginnen vaak in de mond, de huid, de longen, de urinebuis, het rectum of de voortplantingsorganen. Infecties worden beter voorkomen. Dat kan door:

  • de algemene regels van de hygiëne na te leven (bijv. vaak de handen wassen),
  • grote groepen mensen of kleine ruimtes met veel mensen te vermijden in de periode dat het aantal witte bloedcellen laag is.

Meld snel aan uw arts wanneer een wondje, een aambei of een puistje u meer last bezorgt dan normaal of er anders gaat uitzien.

Symptomen van een infectie kunnen zijn: koorts, slijm ophoesten, koude rillingen of warmteopwellingen, darmproblemen of buikpijn, pijn bij het plassen, keelpijn of een ernstige hoest, ongewone vaginale uitscheiding of jeuk, rode, pijnlijke of gezwollen plekjes (bijv. rond een wondje, een zweer, de ingang van een poortkatheter) …

Wees alert voor de symptomen van een infectie en meld ze meteen aan uw behandelend arts. Als het aantal witte bloedcellen te laag wordt, kan hij de chemotherapie uitstellen, de dosis verlagen of een behandeling met groeifactoren (Neulasta) voorschrijven.

Weet dat u vooral acht tot vijftien dagen na uw chemotherapie een verhoogd risico op infecties loopt. Neem in die periode regelmatig uw koorts. Ook als u op andere momenten tekenen van een infectie opmerkt, meet u best zo snel mogelijk uw temperatuur. Is die 38°C of hoger? Neem dan zeker geen koortswerend middel, maar check een uur later of uw temperatuur gestegen is.

Neem contact op met uw huisdokter zodra uw temperatuur 38°C bedraagt, ook ’s nachts of in het weekend.

Problemen voorkomen

  • Zorg voor een goede lichaamshygiëne.
  • Controleer eventuele wondjes op ontstekingsverschijnselen: roodheid, warmte, zwelling of pijn.
  • Verzorg uw mond goed. Poets regelmatig met een zachte tandenborstel. Wees voorzichtig met flosdraad of tandenstokers. Spoel uw mond zes keer per dag met zout water of met het mondspoelmiddel dat u in uw ziekenhuis krijgt.
  • Ga mensen die verkouden zijn of griep hebben zo veel mogelijk uit de weg.
  • Mijd plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn zoals het openbaar vervoer, winkels of voetbalstadions.
  • Wees voorzichtig met uw voeding. Was groenten en fruit goed. Eet geen rauw vlees, kaas van niet-gepasteuriseerde melk of rauwe eieren.
  • Meet regelmatig uw temperatuur.

Storing in de bloedstolling

Als u te weinig bloedplaatjes hebt, kunt u gemakkelijker inwendige of uitwendige bloedingen krijgen. Wondjes blijven ook langer bloeden. Als het aantal bloedplaatjes te laag wordt, kan een transfusie van bloedplaatjes nodig zijn.

Problemen voorkomen

  • Neem geen geneesmiddelen zonder uw arts te raadplegen, ook geen aspirine, pijnstillers of andere middelen. Bepaalde middelen, zoals aspirine, kunnen bloedingen verergeren.
  • Probeer snijwondjes, brandwonden of andere wonden te vermijden (bij het koken, strijken, sporten, in de tuin werken ... ).
  • Gebruik een elektrisch scheerapparaat in plaats van scheermesjes.
  • Gebruik een extra zachte tandenborstel.
  • Snuit uw neus zachtjes.

Symptomen van storingen in de bloedstolling

  • onverwachte bloeduitstortingen of blauwe plekken,
  • kleine rode plekjes onder de huid,
  • bloed in de uitwerpselen of de urine,
  • een bloedneus of bloedend tandvlees,
  • ernstige hoofdpijn of duizeligheid.

Meld aan uw behandelend arts wanneer u een van deze symptomen hebt. Ook een bloeding (bloedneus, wondje ... ) die niet binnen enkele minuten spontaan stopt, is een reden om onmiddellijk contact op te nemen met uw oncoloog. Hij zal dan uw bloedwaarden controleren en bekijken of een transfusie van bloedplaatjes nodig is.

Problemen met mond, keel en tandvlees

Bepaalde cytostatica tasten het slijmvlies in de mond en de keel aan. Eerst wordt de mond droog; daarna kunnen mond, tandvlees en keel pijnlijk aanvoelen en rood worden. De tong kan beslagen zijn en zwellen, waardoor slikken en eten moeilijk worden. De pijnlijke plekjes in en rond de mond kunnen ook ontsteken. Dat moet zo veel mogelijk vermeden worden, want ontstekingen genezen vaak moeilijk tijdens de chemotherapie. Een goede mondverzorging is daarom belangrijk tijdens de behandeling van kanker.

Mondverzorging

Goede mondverzorging is belangrijk tijdens de behandeling van kanker
  • Vraag uw behandelend arts of het nodig is dat u, vóór de chemotherapie begint, naar de tandarts gaat om gaatjes te laten vullen, ontstoken tandvlees of andere tandproblemen te laten behandelen.
  • Poets uw tanden na elke maaltijd met een zachte tandenborstel, en niet te krachtig zodat u het zachte mondweefsel niet beschadigt. Reinig eventueel ook uw tong.
  • Spoel eventueel uw mond enkele keren per dag met een zoutoplossing (twee koffielepels zout in een liter lauw water) of met het mondspoelmiddel dat u in uw ziekenhuis krijgt. Of vraag uw arts om u een zacht, niet-irriterend mondspoelmiddel voor te schrijven.
  • Gebruik lippenbalsem als u droge lippen hebt.

Omgaan met een droge mond

  • Drink veel.
  • Vraag uw arts of u op ijsblokjes mag zuigen of op snoep of kauwgum zonder suiker mag kauwen om uw mond vochtig te houden.
  • Dompel droog voedsel in vocht (thee, melk, saus, bouillon ... ).
  • Eet zacht en eventueel gepureerd voedsel.
  • Vraag uw arts eventueel om kunstmatig speeksel (de algemene tevredenheid hierover is echter niet groot).

Omgaan met wondjes in de mond

  • Zeg het aan uw arts als u wondjes hebt in de mond – mogelijk moeten ze behandeld worden.
  • Ontstoken mondslijmvlies wordt soms behandeld met lasertherapie.
  • Eet koud of lauw voedsel. Heet of warm voedsel kan de mond of keel extra irriteren.
  • Eet zacht (en eventueel gepureerd) voedsel, zoals ijs, milkshakes, babyvoedsel, zacht fruit en zachte groenten (banaan, peer, abrikoos, courgette, bonen, erwten), eieren, yoghurt ...
  • Te vermijden zijn:
    • irriterend, zuur voedsel of zure drank, zoals tomaten en citrusvruchten (sinaasappel, pompelmoes, citroen),
    • sterk gekruid of gezouten voedsel,
    • grof en hard voedsel, zoals toast, broodkorsten, rauwe groenten ...

Pijn

Het toedienen van chemotherapie doet zelden pijn – al kan de prik van de naald waarmee sommige medicijnen worden toegediend, onaangenaam zijn. Cytostatica kunnen wel bepaalde nevenwerkingen hebben die pijn veroorzaken. De geneesmiddelen kunnen de zenuwen aantasten en zo een verdoofd, tintelend gevoel of pijnscheuten veroorzaken, vaak in de vingers of de tenen. Bepaalde cytostatica veroorzaken ook pijnlijke zweertjes in de mond, hoofd-, spier- of maagpijn.

Niet elke kankerpatiënt heeft pijn van kanker of van de behandeling. Als u pijn hebt, weet dan dat kankerpijn bijna altijd verholpen kan worden. Vertel uw arts waar u pijn hebt, hoe de pijn aanvoelt, hoelang ze duurt, waardoor ze verergert ... Het uitgangspunt van de pijnbestrijding is te verhinderen dat pijn de kop opsteekt. Het is daarom van groot belang er tijdig met uw arts over te praten. Lees meer over kankerpijn en wat eraan gedaan kan worden.

Seksualiteit en vruchtbaarheid

Omdat de onvruchtbaarheid blijvend kan zijn, is het van belang dat met uw arts te bespreken vóór u met de chemotherapie start

Chemotherapie kan de voortplantingsorganen aantasten, maar dat is niet altijd het geval. De mogelijke nevenwerkingen hangen af van de cytostatica, uw leeftijd en uw algemene conditie. Door de ziekte en de behandeling kan de behoefte om te vrijen wel afnemen, of kan vrijen als minder prettig ervaren worden. Uw relatie kan hierdoor extra onder druk komen te staan. In deze periode kan de nood aan tederheid toenemen en kunnen knuffelen, elkaar aanraken, strelen en vasthouden mogelijk belangrijker worden. Lees hier meer over kanker en vruchtbaarheid.

Bij mannen

Chemotherapie kan tijdelijke of permanente onvruchtbaarheid veroorzaken bij mannen. Onvruchtbaarheid tast het vermogen om seksuele betrekkingen te hebben niet aan.

  • Omdat de onvruchtbaarheid blijvend kan zijn, is het van belang dit met uw arts te bespreken vóór u met de chemotherapie start. Eventueel kan zaad ingevroren worden of een klein stukje weefsel uit de teelbal worden gehaald voor later gebruik. Lees hier meer over vruchtbaarheidssparende behandelingen bij mannen.
  • Mannen die chemotherapie krijgen, moeten voorbehoedmiddelen gebruiken om geen zwangerschap te veroorzaken. De behandeling kan immers schade berokkenen aan de zaadcellen, wat geboorteafwijkingen kan veroorzaken.
  • Gebruik de eerste zeven dagen na toediening van cytostatica een condoom om uw partner te beschermen. Er kunnen immers resten van de geneesmiddelen terechtkomen in het sperma.
  • Er treedt vaak een verminderde zaadproductie op waardoor het sperma wateriger wordt. Ook kunnen zich tijdelijke erectieproblemen voordoen.

Bij vrouwen

Chemotherapie kan de eierstokken aantasten en de volgende nevenwerkingen veroorzaken:

  • Menopauze: chemotherapie kan menopauzeachtige symptomen veroorzaken zoals onregelmatige maandstonden, het uitblijven van de maandstonden, warmteopwellingen en een droge vagina. Hierdoor is de kans op ontsteking van de blaas of de vagina ook groter. Dat moet meteen behandeld worden met medicatie. Wees alert voor infecties bij chemotherapie.
  • Tijdelijke of blijvende onvruchtbaarheid. Of u onvruchtbaar kunt worden en hoelang het duurt, hangt onder andere af van de soort cytostatica, de dosis en uw leeftijd. Vraag hierover meer uitleg aan uw arts. Om de vruchtbaarheid van de vrouw te bewaren, zijn er verschillende technieken. Praat er voorafgaand aan de behandeling over met uw huisarts of oncoloog, en vraag eventueel om een doorverwijzing naar een fertiliteitscentrum. Lees hier meer over vruchtbaarheidssparende behandelingen voor vrouwen.

Zwangerschap

Zwanger worden tijdens een behandeling is theoretisch mogelijk, maar af te raden. Als u al zwanger bent en chemotherapie moet krijgen, bespreek dat dan meteen met uw oncoloog. Chemotherapie toedienen in het eerste trimester van de zwangerschap kan niét omdat dan de organen van het kind worden gevormd en chemotherapie de kans op afwijkingen bij de geboorte zou vergroten. Maar erna kan een vrouw soms behandeld worden zonder nadelige gevolgen voor de foetus en later voor het kind.

Na het einde van de  behandeling verdwijnen cytostatica snel uit het lichaam, zodat een zwangerschap strikt wetenschappelijk gezien al na enkele weken kan. Maar de meeste kankerspecialisten adviseren een wachttijd. Vraag advies aan uw behandelend arts.

Problemen met huid en nagels

Tijdens de chemotherapie kunt u kleine ongemakken hebben met uw huid en nagels. De huid kan rood en droog worden, afschilferen, jeuken en extra gevoelig zijn voor de zon. Wanneer bepaalde soorten cytostatica langs de aders worden toegediend, worden de aders donker van kleur. Ook dat is tijdelijk. Nagels kunnen donkerder, broos of geel worden of afbreken. De meeste van deze nevenwerkingen zijn mogelijk hinderlijk, maar niet ernstig.

Let wel op als:

  • u pijn voelt of een branderig gevoel hebt tijdens het toedienen van cytostatica. Dat is niet altijd ernstig, maar bepaalde cytostatica kunnen wel ernstige schade toebrengen als ze uit een ader lekken. Meld het daarom meteen aan uw arts;
  • uw nagelriemen rood zien of pijn doen;
  • u kloven hebt;
  • u rode handpalmen of voeten hebt;
  • u blaren of huidontvelling hebt;
  • u plotseling uitslag en hevige jeuk krijgt. Dat kan wijzen op een allergische reactie. Ook dat moet u meteen melden.

Omgaan met een droge huid en broze nagels

  • Hydrateer uw huid voldoende met een bodylotion of met het product dat het ziekenhuis u heeft bezorgd.
  • Neem geen lange, hete baden en gebruik vochtinbrengende zeep en huidcrème.
  • Gebruik geen parfum, deodorant of aftershave met alcohol.
  • Bescherm uw huid en nagels door handschoenen te dragen bij huishoudelijk werk.
  • Vermijd de zon zo veel mogelijk, en gebruik anders een zonnecrème met een hoge beschermingsfactor en lippenbalsem.
  • Drink veel.
  • Draag katoenen kleren in plaats van wol of synthetisch materiaal.

Bij sommige therapieën worden preventieve maatregelen aangeraden om uw nagels te beschermen (bijv. nagelversteviger, nagelijsbadjes, ijshandschoenen en/of -voetjes …).

​Nog meer tips voor de verzorging van nagels, handen en voeten

Invloed op spieren en zenuwen

Een echte behandeling voor het handvoetsyndroom is er niet, maar vaak kan de pijn die ermee gepaard gaat, wel verlicht worden

Bepaalde cytostatica kunnen de zenuwen aantasten en een tintelend, week of verdoofd gevoel veroorzaken in de handen en voeten. Onder invloed van chemotherapie komen ook spier- en gewrichtspijnen voor. De symptomen kunnen toenemen in de loop van uw behandeling; soms verschijnen ze pas nadat u enkele cycli van chemotherapie gehad heeft. In medisch jargon heet deze zenuwschade 'perifere neuropathie' of hand-voetsyndroom.

De klachten verdwijnen meestal volledig na het stoppen van de therapie, soms blijven er (lichte) klachten bestaan. Meld het snel aan uw behandelend kankerspecialist als u last hebt van een van deze symptomen. Hij kan misschien een verergering voorkomen door de ernst ervan te laten onderzoeken en de medicatie of de dosering van de chemotherapie aan te passen. Een echte behandeling is er niet voor deze zenuwaandoeningen, maar vaak kan de pijn die ermee gepaard gaat wel verlicht worden.

Bij sommige therapieën worden preventieve maatregelen aangeraden om de kans op zenuwschade te verkleinen (bijv. ijsbadjes voor de handen en/of voeten, ijshandschoenen en/of -voetjes …).

Lees ook:

Diarree

Veel chemotherapiepatiënten hebben last van diarree omdat de geneesmiddelen schade berokkenen aan de sneldelende cellen van het spijsverteringsstelsel. Bij diarree moet u vooral oppassen voor uitdroging, ondervoeding of gebrek aan bepaalde voedingsstoffen. Hebt u meer dan 24 uur lang diarree of hebt u buikpijn en krampen, bel dan uw behandelend arts. Neem geen geneesmiddelen tegen diarree zonder uw arts te raadplegen.

Omgaan met diarree

  • Drink veel om het vocht en de voedingsstoffen die u verloren hebt, weer op te nemen.
  • Vermijd hete of ijskoude dranken, koffie, cafeïnehoudende thee en alcohol.
  • Eet en drink vaak kleine beetjes in plaats van drie volwaardige maaltijden per dag te nemen.
  • Eet voedsel waarin weinig vezels zitten: wit brood, witte rijst of pasta, rijpe bananen, fruit zonder schil uit blik, vlees, vis ...
  • Vermijd vezelrijk voedsel of voedsel dat krampen kan veroorzaken: volkorenproducten, rauwe groenten, bonen, kool, vers fruit ...

Constipatie

Nogal wat mensen die chemotherapie krijgen, hebben last van constipatie. De belangrijkste medicijnen tegen misselijkheid en braken veroorzaken immers bijna bij iedereen constipatie. Ook mensen bij wie de kanker verder gevorderd is, zijn er gevoelig voor, onder andere omdat ze minder bewegen, anders eten of pijnstillers krijgen die constipatie in de hand werken.

U kunt medicatie tegen constipatie meekrijgen uit het ziekenhuis of die zelf afhalen bij uw apotheek, gebruik deze middelen tijdig.

Als u meer dan twee dagen niet naar het toilet geweest bent, vraagt u het best uw behandelend arts om raad. Neem geen geneesmiddelen zonder uw arts te raadplegen.

Omgaan met constipatie

  • Drink veel, ook warme dranken (warm water helpt soms).
  • Probeer veel te bewegen.
  • Vraag uw arts of u vezelrijk voedsel (volkorenproducten, rauwe groenten, vers fruit ... ) mag eten (voor bepaalde kankers is een vezelrijk dieet immers af te raden).
  • Vraag uw arts tijdig een medicijn als andere middelen niet helpen.

Psychologische impact

Vaak bieden familieleden en vrienden de nodige steun, maar de gevoelens kunnen zo overweldigend zijn dat het moeilijk wordt om er met naasten over te praten

Het ondergaan van een kankerbehandeling kan zeer stresserend zijn en gepaard gaan met een brede waaier aan gevoelens. Iedereen verwerkt de diagnose en het effect van de behandeling op zijn eigen manier. De behandeling brengt veel onzekerheid met zich mee: Zal ze aanslaan? Wat met de neveneffecten? ...

Tijdens de behandeling kunt u zich bij momenten depressief, angstig, boos, gefrustreerd, hulpeloos of alleen voelen. Vermoeidheid kan deze donkere gevoelens nog versterken. Stemmingen kunnen snel omslaan, van heel positief tot uitzichtloos. Vaak bieden familieleden en vrienden de nodige steun, maar de gevoelens kunnen zo overweldigend zijn dat het moeilijk wordt om er met naasten over te praten. Mogelijk lukt dit beter met lotgenoten (via het forum van Kom op tegen Kanker, lotgenotengroepen, activiteiten ...), of in een anoniem gesprek via de Kankerlijn. U kunt ook een beroep doen op de psychologen of sociaal werkers van het ziekenhuis om uw gevoelens bespreekbaar te maken. Aanvullende behandelingen zoals meditatie, yoga, mindfulness en relaxatietherapie kunnen eveneens helpen. Uw huisarts kan u verwijzen naar psychosociale zorgverleners die ervaring hebben met de begeleiding van mensen met kanker.

Lees meer over psychologische begeleiding en de terugbetaling ervan

Geheugen- en concentratieproblemen

Chemotherapie (maar ook bestraling en hormonale therapie) kan het geheugen en/of de concentratie aantasten. Moeilijk namen en afspraken onthouden, moeilijk dingen kunnen combineren, moeite hebben om geconcentreerd te blijven bij het lezen ... het zijn allemaal zaken die u kunt ervaren. Bij de meesten gaat dit snel voorbij, maar anderen kunnen er jaren last van hebben. Het onderzoek naar de oorzaken van dit fenomeen is nog niet vergevorderd. Er is dan ook nog geen enkele preventie of behandeling voorhanden.

Naast de behandeling spelen ook andere factoren, zoals stress, vermoeidheid, angst en somberheid, een rol. Wie bijvoorbeeld onder negatieve stress staat of terneergeslagen is, benadrukt sneller het eigen falen.

Men heeft meer aandacht voor wat niet lukt, wat tot meer stress leidt. Daardoor werken de hersenen minder goed en maakt men gemakkelijker fouten. Voldoende slaap en een geordend leven kunnen helpen, net als afstand nemen, het hoofd leegmaken en rust vinden. Mindfulness en andere relaxerende activiteiten kunnen een goede ondersteuning bieden. Veel ziekenhuizen organiseren ook een oncologisch revalidatieprogramma, waarbij aandacht geschonken wordt aan lichaamstraining en psychosociale begeleiding om u te helpen herstellen en re-integreren.

Er zijn ook gewoontes die u kunt aanhouden om de gevolgen van het probleem zo veel mogelijk onder controle te houden:

  • Plannen en organiseren is heel belangrijk. Hou een gedetailleerde dagelijkse agenda bij, maak lijstjes ...
  • Train uw geheugen, door bijvoorbeeld kruiswoordraadsels op te lossen of een cursus te volgen van iets dat u interesseert. Werken is overigens de beste geheugentraining, dus ga zo snel mogelijk weer aan het werk als het kan.
  • Probeer dingen altijd op dezelfde plaats te leggen.
  • Pas zo nodig uw omgeving aan, door bijvoorbeeld labels te kleven op de kasten, of door te vragen aan de mensen om één voor één te praten als u moeite hebt om u te concentreren als ze door elkaar praten.