Voor de keuze van de behandeling houden artsen onder andere rekening met de grootte van de tumor, het stadium van de ziekte en met je conditie en je leeftijd. In overleg met jou legt de arts dan de behandeling vast.
- Als er geen uitzaaiingen zijn en de tumor niet in andere organen is gegroeid, kom je mogelijk in aanmerking voor een operatie. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. De meest toegepaste techniek is de whipple-operatie. Daarbij verwijdert de chirurg de galblaas, een deel van de galwegen, de twaalfvingerige darm (inclusief de papil van Vater) en het kopgedeelte van de alvleesklier. Die operaties gebeuren in erkende referentiecentra (zie kader lager op deze pagina). Ziekenhuizen werken binnen een consortium nauw samen met een van die referentiecentra waarnaar ze verwijzen voor de heelkundige ingreep.
Mogelijk krijg je voor en/of na de operatie chemotherapie. - Als het ampullair carcinoom is uitgezaaid naar andere organen, kun je meestal niet geopereerd worden. Chemotherapie kan de tumorgroei mogelijk afremmen en/of klachten verminderen.
- Als de tumor op de galwegen duwt en zo de afvoer van gal belemmert, kun je geelzucht ontwikkelen. Tijdens een ERCP kan de arts een prothese of stent plaatsen in de galwegen. Dat zijn plastieken of metalen buisjes die toelaten dat de gal opnieuw goed kan aflopen.
- Je arts kan voorstellen om mee te doen aan een klinische studie. Zo heb je de kans om een nieuwe behandeling te krijgen en om mee te werken aan wetenschappelijk onderzoek.
Stel je arts gerust vragen over de voorgestelde behandelmogelijkheden en over mogelijke bijwerkingen van de behandeling. Als je twijfelt, kan een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.