'Ik ben zo blij dat ik sinds kort naar een oncopsychologe kan en al enkele maanden naar een eerstelijnspsychologe ben geweest’, bekent Sander. ‘Als je met iets zit, mag je daar echt niet mee blijven rondlopen, besef ik nu. Opkroppen is niet gezond. De macho in mij heeft veel te lang gedacht dat ik geen hulp nodig had, dat ik me er alleen moest doorslaan. Toen ik m'n diagnose kreeg, heeft het meer dan een maand geduurd voor ik m'n ouders inlichtte. Pas op de tweede dag van m'n chemobehandeling heb ik hen opgebeld en verteld wat er aan de hand was. Ik wou er liever niemand mee lastig vallen. Ik wist ook niet veel over teelbalkanker en wat er juist allemaal stond te gebeuren, plus ik moest er tegen vechten.'
'Hoe sterk ik vroeger was, ik ben dat vandaag niet meer. Die chemo heeft me godzijdank genezen, maar zeker ook gekraakt. Tijdens de vijfde week van de behandeling wou ik stoppen. Een kameraad heeft me er toen doorgesleurd. Dat spul heeft mijn brein aangetast (het befaamde chemobrein nvdr) waardoor ik niet meer helder kan denken en niet meer alles verwerkt krijg. Ik ben emotioneler, verwarder en angstiger dan twee jaar geleden. Vroeger had ik nooit schrik, ik kon de wereld aan. Vandaag denk ik eerst tien keer na voor ik iets zeg. Ik heb de afgelopen jaren ook wel wat vrienden verloren. De schrik om afgewezen te worden zit er diep in, net zoals verlatingsangst. Niet ideaal nu ik het al enkele weken zwaar te pakken heb voor een meisje. Ze weet wel dat ik kanker heb gehad, maar ik kijk er niet naar uit om haar te vertellen over de impact die dat op m'n leven heeft.'