Ik heb geleerd om los te laten en verder te gaan

Ilse Neirinckx heeft een zeldzame kanker

Uit Leven • Editie 111 • Juli 2026

Pas na een lange zoektocht naar een diagnose kwam Ilse Neirinckx (68) erachter dat ze een zeldzame kanker heeft. Ze vocht zich hoopvol een weg terug in het leven. ‘Therapie deed me inzien dat ik geen afscheid moest nemen van mijn waarden en talenten. Ik moest ze alleen in een nieuw kleedje steken.’

Auteur: Annick Deckers • Fotograaf: Filip Claessens

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

Als ik op een zonnige dag bij Ilse aankom, staat ze mij al op te wachten. ‘Ik zat al op de uitkijk. Door mijn doofheid hoor ik de bel niet’, legt ze uit. Toch lukt ons gesprek, met dank aan een speciaal hoorapparaat en een cursus liplezen. Al pratend komen er onvermijdelijk pijnlijke herinneringen naar boven. Maar het is vooral Ilses veerkracht die opvalt: ‘Ik leer graag nieuwe dingen en bouw graag bruggen via engagementen. Dat geeft mij energie.’

Zo’n zeven jaar geleden kreeg Ilse te horen dat ze een kwaadaardige vorm van PMP (pseudomyxoma peritonei) heeft, een zeldzame aandoening waarbij er slijmcystes op het buikvlies en in de buikholte ontstaan. ‘Ik had al zeker zes jaar klachten, waaronder een sterk opgezette buik met een uitgesproken drukgevoel. Op het laatst kon ik nog amper eten en moeilijk ademen. Ook was ik heel moe. Omdat er niets gevonden werd, voelde ik mij onbegrepen.’

Zonder diagnose geen behandeling

‘In 2018 bracht een PET-scan een cyste van zo’n 25 centimeter en uitgebreide aantasting van het buikvlies en de urineleiders aan het licht. Een biopsie toonde geen duidelijke kwaadaardige cellen aan. En zonder diagnose was er geen behandeling mogelijk. Met die boodschap, zonder enige verdere begeleiding, keerden mijn dochter en ik naar huis.’

‘We besloten om naar een universitair ziekenhuis te gaan, waar na een kijkoperatie de diagnose PMP werd gesteld. Het woord “kanker” viel toen nog niet. Bij de behandeling hielden de oncoloog en chirurg rekening met mijn wensen voor medische keuzes. Ook werden mijn hoorapparaatjes pas vlak voor de operatie uitgedaan, waardoor ik minder angstig was. Die menselijke houding gaf me een gevoel van erkenning, vertrouwen en hoop. Concreet onderging ik een zware HIPEC-ingreep, waarbij alle zichtbare tumorletsels werden verwijderd en mijn buikholte werd gespoeld met warme chemotherapie.’

‘Pas na laboratoriumonderzoek, zes weken later, kreeg ik te horen dat ik een kwaadaardige vorm van PMP had. Die zou in het maag-darmstelsel ontstaan zijn, maar de oorspronkelijke tumor werd niet gevonden. Dat voelde onwezenlijk. Dankzij de geslaagde operatie kreeg ik er dan wel jaren bij, de kans op herval was heel groot. Daarom kreeg ik ook chemotherapie. Daarna leefde ik van MRI naar MRI.’

Onzekerheid

‘Lange tijd had ik het heel moeilijk met de term “palliatief”. Ik heb toen als vrijwilliger meegewerkt aan een webinar van Palliatieve Zorg Vlaanderen: “Tussenland”. Die gaat over het overgangsgebied tussen leven en dood, waar je moet leren leven met je eindige perspectief. Die onzekerheid is er elke dag. Maar zolang de kanker onzichtbaar blijft, groeit mijn hoop.’

Zolang de kanker onzichtbaar blijft, groeit mijn hoop.

De jaren na haar diagnose werden extra bemoeilijkt door corona en het daarbij horende isolement. Ook liep Ilse gaandeweg meer tegen fysieke beperkingen aan. Zo verminderde haar gehoor plots opvallend waardoor ze cognitieve problemen kreeg. ‘Voordien droeg ik al een hoortoestel, maar sedertdien hoor ik niets meer zonder een speciaal hoorapparaat en bijkomende hulpmiddelen zoals microfoontjes en licht- en trilsystemen.’

‘Drie jaar na mijn diagnose ben ik ingestort. Uiteindelijk kon ik terecht bij een oncopsycholoog die vertrouwd was met rouw en zingevingsvragen bij ongeneeslijke kanker. Zij deed mij inzien dat je ook met een ongeneeslijke kanker nog veel mooie jaren te goed kan hebben. Later volgde ik Acceptance and Commitment Therapy (ACT). Daaruit leerde ik dat mijn identiteit niet samenvalt met kanker. Ik ging focussen op wat er nog wel kon en kreeg weer zin in het leven. Stilaan durfde ik weer op langere termijn plannen.’

Kleinkinderen

Door zich opnieuw open te stellen, ontdekte Ilse geleidelijk dat er nog veel kon: online vrijwilligerswerk, voor haar haalbare reizen – daarom niet minder avontuurlijk, wandelen met dames uit haar dorp. Maar het mooiste geschenk was de geboorte van haar kleinkinderen, op wie ze in die jaren geregeld paste. Ilse: ‘Dat ik hen nog kan zien opgroeien, ik die dacht dat ik mijn kleinkinderen nooit zou leren kennen, is prachtig. Het geeft me weer verbinding met het leven.’ Intussen gaan de jongens naar school en past ze minder vaak op. Maar door haar vrijwilligerswerk blijft haar agenda meer dan gevuld.

Zeldzame kankers

Moeilijk zorgtraject

Lang leven met een ongeneeslijke kanker die dan ook nog eens heel zeldzaam is, stelt mensen voor extra uitdagingen. Hoe kan de zorg daar beter op inspelen? ‘Leven’ vroeg het aan Ward Rommel, diensthoofd Studie en Beleid bij Kom op tegen Kanker.

Nood aan specifieke opvolging, met zeker ook oog voor psychosociale noden.

‘We horen wel vaker dat mensen met een zeldzame kanker een moeilijker zorgtraject doorlopen’, zegt Ward Rommel. ‘Doordat huisarts en specialisten hun klachten niet altijd meteen herkennen, duurt het vaak langer voor ze bij de juiste expert terechtkomen en is hun kanker soms al verder gevorderd op het moment van de diagnose. We pleiten daarom voor nationaal of zelfs internationaal multidisciplinair overleg door gespecialiseerde artsen. Ook trainingsprogramma’s voor huisartsen en specialisten om symptomen sneller te leren herkennen, met input van patiënten, zouden nuttig zijn.’

Daarnaast groeit – door betere behandelingen – de groep patiënten die nog jarenlang met een ongeneeslijke kanker leeft. Ward Rommel: ‘Die mensen hebben nood aan specifieke opvolging, met zeker ook oog voor hun psychosociale noden. Ze bevinden zich immers in een schemerzone tussen hoop en vrees en kunnen niet altijd op begrip van hun omgeving rekenen, “want hij of zij ziet er toch niet ziek uit”. Het is dan ook zaak om snel in te spelen op hun noden en zeker ook hun naasten niet te vergeten.’

Ward Rommel
diensthoofd Studie en Beleid bij Kom op tegen Kanker

‘Ik werk momenteel voor meerdere organisaties, waaronder de psychosociale patiëntencommissie van Kom op tegen Kanker. Zo help ik zorgprojecten vanuit patiëntenperspectief te evalueren. Daarnaast focus ik op vrijwilligerswerk rond zeldzame ziekten. Al die patiënten samen vormen een grote groep, maar los van elkaar zijn we telkens met weinig. Daardoor misloop je omkadering, in tegenstelling tot mensen met een vaker voorkomende kanker. Ik had in mijn lange zoektocht naar een diagnose, en ook de jaren daarna, heel graag begeleiding gehad.’ 

‘Een PMP-lotgenotengroep of -patiëntenvereniging vond ik niet in België. Ook goede informatie over nieuwe therapieën is moeilijk te vinden. Mocht ik hervallen, is er dan nog een behandeling? Al vertrouw ik daarvoor op de internationale expertise van mijn oncoloog. Via mijn vrijwilligerswerk hoop ik andere mensen met een zeldzame kanker te ontmoeten. Niet telkens moeten uitleggen wat PMP is of wat de noden zijn van iemand met een zeldzame ziekte, is belangrijk naar erkenning en verwerking toe.”

Loslaten

Vandaag heeft Ilse het vooral moeilijk met haar beperkingen. Zo kreeg ze last van zenuwpijn in handen en voeten. ‘Stappen gaat moeizaam. Maar vooral mijn fijne motoriek is een probleem. Koken, schrijven, een berichtje intikken, snel mijn boodschappen inpakken aan de kassa: dat lukt niet meer of nauwelijks. Ook dat is een rouwproces, net als mijn doofheid, die onzichtbaar is voor de buitenwereld.’ 

Vooral na haar diagnose leidde dat gebrek aan erkenning vaak tot een gevoel van isolement. ‘Tot vandaag trekken sommigen mijn kanker in twijfel omdat de oorspronkelijke tumor nooit is gevonden, of omdat je niets aan mij ziet. Het lijkt wel alsof ik als kankerpatiënt nergens bij hoor. Ik probeer afstand te nemen, mezelf erkenning te geven en los te laten om verder te kunnen.’

Plannen maken

Ilse blijft plannen maken en oplossingen zoeken. ‘Ik kan geen lange afstanden meer wandelen met mijn wandelclub, maar sluit in de plaats aan voor een korter traject. En de vogels en de wind mag ik dan niet meer horen, ik geniet nu dubbel van kleuren en bloemen.’ De jaren na haar diagnose zijn ontzettend verrijkend geweest, geeft ze nog mee. ‘Ik ben zo dankbaar dat de artsen destijds mijn leven gered hebben.’

Als mijn volgende scan goed is, vertrek ik naar Alaska.

In haar bureau hangt een wereldkaart waarop ze plekken aanduidt die ze nog wil zien. ‘Ik word wellicht geen tachtig, dus ik leef mijn spaarboekje op’, glimlacht ze. Een reis door de wildernis van Alaska, al twee jaar geleden geboekt, komt nu wel heel dichtbij. ‘Zelfs nu ben ik bang dat er nog iets tussenkomt. Maar als mijn volgende scan goed is, houdt niets mij nog tegen.’

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!