Vrije vààààààl!
Eén week lang is ziek zijn de normaalste zaak van de wereld en kan kanker de pret niet bederven. Veel kinderen op het vakantiekamp van Kom op tegen Kanker hebben wel een bleke huidskleur en kale kopjes maar ze maken wel plezier. Hun glunderende gezichtjes, hun gelach en gezang zijn me altijd bijgebleven van de reportage die ik zo’n 20 jaar geleden in De Ceder in Deinze maakte. 4 artsen, 11 verpleegkundigen en 15 monitoren zorgden er toen voor dat 57 kinderen voor het eerst sinds soms heel lang, 7 dagen onbezorgd kind konden zijn.
‘Alles is hier tof. Letterlijk àlles’ straalde tiener Brunelle, hoewel ze werd behandeld voor een kwaadaardig gezwel in de hersenen. ‘Over onze kanker spreken we nooit, we zijn hier om plezier te maken. Er is een springkasteel, een sjoelbak, een schattenjacht, een race met gocarts en we spelen djembé. En de laatste avond gaan we total loss op de afscheidsfuif.’
Bij het kraam waar de kinderen eendjes visten, viel het me op hoe lief ze voor mekaar waren. Een klein meisje met gezichtsproblemen kon de vislijn niet goed richten en werd prompt door twee vriendinnetjes geholpen. Ze namen haar arm beet en zorgden dat er uiteindelijk een geschenkje aan de lijn hing. Doodgelukkig was het kind, temeer dat de andere meisjes haar prestatie luidop bewonderden. Ik slikte een krop in de keel weg bij zoveel solidariteit.