Frieda Joris

Die avond koos ik bewust voor een plaats onder de spiegel. Mijn vrienden mochten naar zichzelf kijken. Ik liever even niet.

Column Frieda Joris: Drink - geen - rode wijn

Uit Leven • Editie 109 • Januari 2026

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris • Fotograaf: Joost Joossen

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)

De derde week na een nieuwe chemodosis voelde ik me telkens weer bijna de oude. Bescheiden haarstoppeltjes, geen last van maag of darmen en minder moe dan de veertien dagen voordien. Het was mijn afspraak-week en als ik op restaurant niet voor de spiegel zat, kon ik voor mezelf de schone schijn hoog houden. Want waarom hangen er zoveel spiegels in zo’n etablissement? Om het groter en ruimer te doen lijken maar zeker ook omdat de gasten, meestal netjes opgemaakt en uitgedost, er zichzelf in kunnen bewonderen. Kankerpatiënten vormen op die regel een uitzondering. Na een reeks infusen blijven de huid grauw en de ogen flets en een prachtige pruik en knalrode lippenstift helpen maar gedeeltelijk. Ziek is ziek, ook al voel je de levenslust op zulke momenten weer even zachtjes borrelen.

Ik vermeed dan ook liever een confrontatie met mijn deplorabele toestand want ik voelde me goed, enfin, laten we zeggen: beter dan de twee weken voordien. Ik had zelfs honger en goesting terwijl ik wel besefte dat het vlees weer naar karton zou smaken en de soep gelijkenissen zou vertonen met afwaswater. Want ook dat is wat chemo met een mens doet. Het onsmakelijke kwaad bestrijden, maar ook het smakelijke goede vernielen. Een tijdelijk probleem in mijn geval, maar leuk is anders.

Ook dat is wat chemo met een mens doet. Het onsmakelijke kwaad bestrijden, maar ook het smakelijke goede vernielen.

Die avond had ik dus bewust voor een plaats onder de spiegel gekozen, met zicht op mijn vrienden en de zaal. Zij mochten naar zichzelf kijken. Ik liever even niet. Ik bestelde een ‘graangevoerde gegrilde Australische ribeye’ met salade en frieten en het water kwam me al in de mond met de menukaart nog in de hand. Ik herinnerde me hoe me dat vroeger smaakte en al had ik ditmaal bescheidener verwachtingen, het genot op voorhand was al de helft van het plezier. En dan was er de wijn …

Vriend J. is een kenner. Hij zette zijn bril recht en stelde de leek die ik ben de simpele vraag: ‘Wit of rood?’ ‘Rood’ zei ik. Het werd een Chianti Classico Riserva gemaakt van de sangiovesedruif. Het jaar ben ik vergeten, ik zei het al: ik ben een leek. Maar ik besefte dat het lekker ging zijn en een hele verademing na al de cola die ik dagelijks op doktersadvies dronk om niet misselijk te worden.

Ik wou dat het nog eens smaakte alsof een engeltje op mijn tong pieste. Ik walste de donkerrode wijn in het glas, zoals J. me ooit geleerd had. Ik probeerde, met weinig succes, de vrijgekomen geur op te snuiven. Liet de eerste slok ronddraaien in mijn mond terwijl ik lucht inzoog om de aroma’s op te vangen. Helemaal volgens de regels dus en het engeltje bleek ondanks alles toch op het appel.

De wijn smaakte heerlijk, al kan het ook deels aan het contrast met de limonade te wijten zijn. Halverwege de maaltijd merkte ik wel dat ik soms raar werd bekeken, maar dat gebeurde nog dezer dagen. Pas later, in de autospiegel, ontdekte ik waarom. Mijn lippen zagen paarsblauw, mijn hele mond was verkleurd, tanden en tong inbegrepen. Bepaalde stoffen in de rode wijn en een te droge mond na de chemo bleken bij mij geen goede combinatie. Maar het had gesmaakt, en dat was het belangrijkste.

Jouw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Lees meer verhalen in het magazine Leven

Veel van onze verhalen zijn ook verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. Abonneer je om geen enkel verhaal te missen!