Neuropathie door chemotherapie

Last van de zenuwen
Sylvie Rottey, medisch oncoloog

Sommige soorten chemotherapie kunnen neuropathie of zenuwpijn veroorzaken. Meestal gaat die pijn over na het stoppen van de kuur. Jammer genoeg niet altijd. Neuropathie lijkt bovendien moeilijk te behandelen. Doorgaans is een multidisciplinaire aanpak aangewezen. Zonder garantie op succes.

Auteur: An Van de Velde
Foto KotK/Eric de Mildt, 2005

1. Wat is perifere neuropathie of zenuwpijn?
Prof. dr. Sylvie Rottey, medisch oncoloog van het UZ Gent: ‘Neuropathie of zenuwpijn ontstaat door een beschadiging van de gevoelszenuwen, bijvoorbeeld door chemotherapie. Klachten kunnen vroeg in de behandeling optreden of pas na enkele maanden opduiken. Niet alle patiënten krijgen er overigens mee te maken. Je kan stellen dat het afhangt van het type chemotherapie, de dosis en de duur van de behandeling. Maar het varieert ook van patiënt tot patiënt. Moeilijk te voorspellen dus of iemand al dan niet last zal krijgen, en in welke mate.’ 

2. Wat zijn de symptomen? 
‘Het begint meestal met tintelingen, een doof of slapend gevoel, soms pijnscheuten. Vooral in de handen en de voeten, want de zenuwuiteinden raken eerst beschadigd. Verder kan er sprake zijn van een overdreven pijnreactie op een relatief onschuldige prikkel, zoals een lichte aanraking of contact met koude zaken. In een volgende fase raakt de fijne motoriek verstoord en krijg je problemen met het binden van veters of knopen van kleding… Uiteindelijk kan ook stappen bijvoorbeeld moeilijk worden.’ 

3. Wat kan zenuwpijn veroorzaken? 
‘Perifere neuropathie wordt bij kankerpatiënten meestal veroorzaakt door chemotherapie. Er zijn wel extra risicofactoren, zoals diabetes en een verleden van overmatig alcoholgebruik, die de kans op klachten vergroten.'

Het begint meestal met tintelingen, een doof of slapend gevoel, soms pijnscheuten. Vooral in de handen en de voeten, want de zenuwuiteinden raken eerst beschadigd.

'Algemeen gaat het om een beschadiging van de zenuwen waardoor spontane pijnprikkels ontstaan. Een soort van overgevoeligheid. De precieze oorzaak op cellulair en weefselniveau blijft onderwerp van discussie. Wellicht heeft het te maken met de gewijzigde concentratie van zouten in het weefsel rond de zenuwen.’ 

4. Welke soorten geneesmiddelen of chemotherapie kunnen zenuwpijn veroorzaken? 
‘Bij sommige kankers is het risico op neuropathie groter, door het gebruik van bepaalde cytostatica (zie hieronder 'Soorten chemotherapie', red.). Ze worden onder meer gebruikt voor de behandeling van longkanker, blaaskanker, hoofd/halskanker, darmkanker, borstkanker en prostaatkanker. Alles samen gaat het om een grote groep van kankerpatiënten die behandeld worden met chemotherapie. Daarom is het belangrijk om er aandacht aan te besteden.’ 

5. Hoe ver staat het wetenschappelijk onderzoek?
‘Er lopen studies met verschillende producten om neuropathie te voorkomen of te behandelen. Voorlopig zonder veel resultaat voor de dagelijkse praktijk.' 

Onder meer calcium en magnesium kunnen de zenuwen beschermen tegen beschadiging door chemotherapie. Studies tonen ook een gunstig effect van vitamine B en vitamine E.

'Maar enkele denksporen lijkt alvast veelbelovend. Sommige vitamines, mineralen en vetzuren zouden een rol spelen in de preventie. Onder meer calcium en magnesium kunnen de zenuwen beschermen tegen beschadiging door chemotherapie. Studies tonen ook een gunstig effect van vitamine B en vitamine E.’ 

6. Hoe evolueert zenuwpijn? 
‘Hoe meer sessies en hoe zwaarder de dosis, des te groter is het risico. Meestal gaat het ook van kwaad naar erger. Vaak verdwijnen de symptomen na de behandeling, helaas niet altijd. Soms kan de toestand nog verslechteren, maanden na de chemotherapie. Dus een garantie krijg je nooit. Sommige patiënten ondervinden al bij al weinig hinder. Anderen raken fors beperkt in hun dagelijkse bezigheden. Soms zijn de klachten zo ernstig dat patiënten de behandeling voortijdig dienen te stoppen. Voor het nemen van een dergelijke beslissing speelt het doel van de therapie zeker mee. Is het een curatieve kuur met het oog op definitieve genezing? Of wil je vooral de levenskwaliteit verhogen in een palliatieve situatie? Wat we trouwens soms vaststellen, is dat patiënten hun klachten verzwijgen, om zeker de maximale behandeling te krijgen.’

Foto KotK/Eric de Mildt, 2005

7. Hoe stel je de diagnose?
‘Neuropathie blijft een ingewikkeld probleem. Het ís onzichtbaar en niet meetbaar zonder bijvoorbeeld een elektromyogram (EMG) uit te voeren. Bij zo’n EMG worden naalden geplaatst. Aan de hand daarvan kunnen we de reactie van de zenuwen testen op prikkels. Maar dat is louter een vaststelling op dat moment in de tijd. We weten vooral dát er klachten zijn omdat de patiënt het ons vertelt. Gericht vragen stellen over welke last hij heeft en wat hij nog kan, leert ons vaak het meest.’ 

8. Kan je het risico op zenuwpijn verminderen? 
‘Niet echt. Maar als de klachten aanhouden, kunnen veranderingen optreden in de zenuwen waardoor neuropathie onomkeerbaar wordt. Neem de klachten ernstig en bespreek ze met je arts, om samen te zoeken naar een oplossing. Misschien kan de medicatie aangepast worden. Soms is het nodig om de dosis te verminderen, eventueel te switchen naar een ander product of de behandeling te onderbreken.’ 

9. Kan je zenuwpijn behandelen?
‘Echt genezen lukt niet. Meestal is het een kwestie van tijd, zodat beschadigde zenuwen de kans krijgen om te herstellen. Dat kan lang duren, want zenuwcellen groeien traag. In afwachting kan je proberen de pijn te verlichten en het comfort te verhogen. Met wisselend succes.'

Echt genezen lukt niet. Meestal is het een kwestie van tijd, zodat beschadigde zenuwen de kans krijgen om te herstellen. Dat kan lang duren, want zenuwcellen groeien traag. In afwachting kan je proberen de pijn te verlichten en het comfort te verhogen.

'Zenuwpijn reageert vrijwel niet op gewone pijnstillers, dus moet je andere middelen inzetten. Sommige anti-epileptica en antidepressiva bijvoorbeeld werken op de zenuwbanen en kunnen de gevoeligheid afvlakken, maar niet bij iedereen. Zelfs morfinepreparaten nemen de pijn meestal niet weg. 
Naast medicijnen kunnen alternatieve of complementaire behandelingswijzen baat hebben, zoals kinesitherapie en accupunctuur. Ook relaxatietherapie kan helpen om beter met de klachten om te gaan.’ 

10. Wat kan je zelf doen om beter te leren omgaan met zenuwpijn? 
‘Wie negatief reageert op koudeprikkels zoekt natuurlijk het best de warmte op. Kleed je goed aan en draag sokken of handschoenen. Ook voldoende nachtrust is belangrijk, want vermoeidheid maakt de klachten meestal erger. Veel patiënten voelen zich beter als ze uitgerust zijn en goed in hun vel zitten. Maar vooral: praat erover met je arts en bespreek je klachten, om erger te voorkomen. Hoe eerder de neuropathie wordt aangepakt, des te kleiner is de kans op blijvende schade.’

Soorten chemotherapie 

Chemotherapie is een behandeling van kanker met medicijnen, de zogenaamde cytostatica. Er bestaan ruim 50 verschillende soorten, die meestal in specifieke combinaties worden toegediend. Sommige cytostatica kunnen het zenuwstelsel aantasten, zoals Platinumderivaten (cisplatin, oxaliplatin, carboplatin), Taxanen (docetaxel, paclitaxel), Vincristine, Epothilonen (ixabepilone), Bortezomib, Thalidomide en Lenalidomide.

Jos Pansaerts: ‘Krampen halen mij soms uit mijn slaap’

Foto Kotk/Ivo Hendrikx, Leven 47, juli 2010

Ruim elf jaar geleden kreeg Jos Pansaerts (58) de diagnose multipel myeloom of de ziekte van Kahler, een vorm van bloedkanker. De voorbije jaren onderging hij verschillende behandelingen, waaronder een aantal keer chemotherapie en een stamceltransplantatie. 

Jos Pansaerts: ‘Omdat de ziekte bleef terugkomen, besloten ze mij verder te behandelen met Thalidomide (zie hierboven ‘Soorten chemotherapie’, red.), een zogenaamde onderhoudstherapie. Toen is het begonnen, met tintelingen in de vingers en de voeten. Sindsdien zijn de klachten alleen maar toegenomen. Ik heb vooral last aan mijn onderste ledematen: mijn voeten en mijn benen, tot net onder de knie. En hevige krampen. Soms word ik ’s nachts wakker van de pijn.’

‘Zes maanden geleden ben ik overgeschakeld op Revlimid (Lenalidomine). Familie van Thalidomide maar veel sterker. Dat heeft de ziekte teruggedrongen, maar mijn klachten zijn toegenomen. Door de neuropathie voel ik minder waar mijn voeten staan. Dus moet ik voortdurend uitkijken, zeker op ongelijke ondergrond. Een natuurwandeling - stappen én rondkijken tegelijkertijd - lukt mij niet. Ik moet echt focussen op mijn voeten. Voorzichtig zijn.’

‘Ook de fijne motoriek hapert soms. Ik heb voortdurend een slapend gevoel in mijn voeten en vingers. Het hangt ook af van dag tot dag. Vandaag kan ik bijvoorbeeld goed schrijven, morgen lukt dat misschien minder.’

‘Eén keer per week ga ik naar de kinesitherapeut voor diepe massages om alles los te werken. Soms wel pijnlijk, maar het helpt. Als ik een week oversla dan voel ik dat meteen. Tegen de krampen neem ik hoge dosissen magnesium. En pijnstillers als dat nodig is. Zo houd ik het voorlopig onder controle.’
 
‘Ondanks de medicaties lijkt de ziekte steeds terug te komen. Binnenkort moet ik opnieuw een stamceltransplantatie ondergaan, maar ik blijf hopen. Momenteel gaat het vrij goed. Van de kanker zelf voel ik mij niet echt ziek. Ik heb meer last van de bijwerkingen van medicijnen dan van de ziekte zelf.’

Op zoek naar anderen met myeloom? De lotgenotengroep CMP Vlaanderen is er voor u!

Guy Stuyck: ‘Als ik iets uit de diepvriezer neem, draag ik handschoenen’

Foto Kotk/Ivo Hendrikx, Leven 47, juli 2010

Guy Stuyck (72) werd 32 jaar geleden behandeld voor darmkanker. Een deel van de darm werd weggenomen en Guy kreeg een stoma. Lange tijd bleef hij kankervrij, maar vorig jaar was de ziekte terug. Eerst ging hij opnieuw onder het mes, daarna volgde chemotherapie.

‘De operatie was geslaagd’, vertelt Guy Stuyck. ‘Alles was weg, volgens de dokters. Toch stelden ze nog chemotherapie voor, louter preventief. Zelf was ik niet meteen overtuigd. Hoezo, chemotherapie? Alles was toch in orde… Maar het kon mijn kansen verhogen. Dus, ja! Uiteindelijk is het meegevallen. Om de veertien dagen kreeg ik chemotherapie, ongeveer zes maanden lang: een cocktail van verschillende medicijnen, waaronder Xeloda. Eén keer hebben ze de behandeling moeten aanpassen, omdat ik last had van zenuwpijn: vooral tintelingen in mijn vingers en mijn voeten. Alsof er stroomstootjes door je lichaam gaan. Ik had ook hinder bij contact met koude zaken, zoals metalen deurklinken en dingen uit de koelkast nemen. Zeker op het einde van elke sessie was het lastig. Daarna ging het weer even beter, maar de klachten bleven de kop opsteken.’ 

‘Chemotherapie heeft mijn zenuwen beschadigd en die moeten zich herstellen. Dat kan een tijdje duren, heb ik begrepen. Dokters willen er geen termijn opplakken. Tja. We zijn nu bijna een jaar verder en ik merk toch dat het begint te beteren. Stilaan verminderen de klachten. Als ik bijvoorbeeld mijn hemd dichtknoop, voel ik mijn vingertoppen nog altijd tintelen. Niet echt pijnlijk, wel een vervelend gevoel. Alsof je nagels te kort geknipt zijn. Na enkele minuten gaat het meestal over.’ 

‘Koude maakt mijn zenuwen extra gevoelig. Dus probeer ik daar rekening mee te houden. Als ik iets uit de diepvriezer neem, trek ik handschoenen aan. Of ik spoel mijn handen nadien met warm water. Het blijft allemaal wat gevoelig. Alsof mijn vingertoppen verbrand zijn.’

Wie een stoma heeft en contact wil met lotgenoten, kan dat via een van de lotgenotengroepen voor stomadragers.

Soorten neuropathie

‘Neuropathie bij kanker kan verschillende oorzaken hebben’, aldus prof. Sylvie Rottey, medisch oncoloog van het UZ Gent, ‘waaronder chemotherapie. Bij chemotherapie wordt de sensibele of gevoelsneuropathie veroorzaakt door diffuse beschadiging van de zenuwbanen. Sommige cytostatica kunnen bijvoorbeeld ook het gehoor beschadigen, een andere vorm van neuropathie. Maar ook de kanker zelf kan rechtstreeks de zenuwen bedreigen, door lokale druk van de tumor of botuitzaaiingen bijvoorbeeld op de zenuwen. 
Sensibele neuropathie door chemotherapie is op zich geen medische urgentie. Maar gevoelsstoornissen of motorische stoornissen in één lichaamsdeel, al dan niet met pijn, zijn wel alarmsignalen. Ze vereisen een acute aanpak van een lokaal probleem om te voorkomen dat er definitieve zenuwbeschadiging optreedt op korte termijn.’

 

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.