Neuropathie: tien vragen en antwoorden

Bepaalde kankermedicijnen kunnen de zenuwen aantasten en een tintelend, week, verdoofd, brandend of koud gevoel veroorzaken in handen en/of voeten. In medisch jargon heet deze zenuwschade ‘perifere neuropathie’. 

1. Wat is perifere neuropathie of zenuwpijn?

Neuropathie of zenuwpijn ontstaat door een beschadiging van de uiteinden van de perifere zenuwen. Dat zijn de zenuwen die naar de armen, handen, benen en voeten lopen. De zenuwpijn kan vroeg in de kankerbehandeling optreden of pas na enkele maanden opduiken. 

2. Wat zijn de symptomen van zenuwpijn?

Het begint meestal met tintelingen, een doof, slapend of brandend gevoel, soms pijnscheuten. Vooral in de handen en de voeten, want de zenuwuiteinden raken eerst beschadigd. Verder kan er sprake zijn van een overdreven pijnreactie op een relatief onschuldige prikkel, zoals een lichte aanraking of contact met koude zaken. In een volgende fase raakt de fijne motoriek verstoord en ondervind je problemen om bijvoorbeeld veters te binden of kleren te knopen … Uiteindelijk kan ook stappen moeilijk worden.

3. Wat is de oorzaak van zenuwpijn?

Perifere neuropathie wordt bij kankerpatiënten meestal veroorzaakt door chemotherapie, soms ook door doelgerichte therapie of immunotherapie. Algemeen gaat het om een beschadiging van de zenuwen waardoor spontane pijnprikkels ontstaan. Een soort van overgevoeligheid. De precieze oorzaak op cellulair en weefselniveau blijft onderwerp van discussie. Wellicht heeft het te maken met de gewijzigde concentratie van zouten in het weefsel rond de zenuwen. 

4. Hoe vaak komt zenuwpijn voor?

Alles samen gaat het om een vrij grote groep van kankerpatiënten. Daarom is het belangrijk om er aandacht aan te besteden. Maar het is zeker niet zo dat alle kankerpatiënten ermee te maken krijgen. Je kan stellen dat het afhangt van het type kankermedicijn, de dosis en de duur van de behandeling. Maar het varieert ook van patiënt tot patiënt. Moeilijk te voorspellen dus of iemand al dan niet last zal krijgen, en in welke mate. Er zijn wel extra risicofactoren, zoals diabetes en een verleden van overmatig alcoholgebruik, die de kans op klachten vergroten. 

5. Hoe stellen artsen de diagnose van zenuwpijn?

Neuropathie blijft een ingewikkeld probleem. Het ís onzichtbaar en niet meetbaar zonder bijvoorbeeld een elektromyogram (EMG) uit te voeren. Bij zo’n EMG worden naalden geplaatst. Aan de hand daarvan kunnen we de reactie van de zenuwen testen op prikkels. Maar dat is louter een vaststelling op dat moment in de tijd. We weten vooral dát er klachten zijn omdat de patiënt het ons vertelt. Gericht vragen stellen over welke last hij heeft en wat hij nog kan, leert ons vaak het meest.

6. Hoe evolueert zenuwpijn?

Bij chemotherapie wordt het risico groter naarmate het aantal chemobeurten toeneemt en naarmate de dosis zwaarder wordt. Meestal gaat het ook van kwaad naar erger. Vaak verdwijnen de symptomen na de behandeling, helaas niet altijd. Soms kan de toestand nog verslechteren, maanden na de chemotherapie. Dus een garantie op herstel krijg je nooit. Sommige patiënten ondervinden al bij al weinig hinder. Anderen raken fors beperkt in hun dagelijkse bezigheden. Soms zijn de klachten zo ernstig dat patiënten de behandeling voortijdig dienen te stoppen. Om een dergelijke beslissing te kunnen nemen, speelt het doel van de therapie zeker mee. Is het een curatieve kuur met het oog op definitieve genezing? Of wil je vooral de levenskwaliteit verhogen in een palliatieve situatie? Wat we trouwens soms vaststellen, is dat patiënten hun klachten verzwijgen, om zeker de maximale behandeling te krijgen. 

7. Kan ik het risico op zenuwpijn verminderen?

Niet echt. Maar als de klachten aanhouden, kunnen veranderingen optreden in de zenuwen waardoor neuropathie onomkeerbaar wordt. Neem de klachten ernstig en bespreek ze met uw arts, om samen te zoeken naar een oplossing. Misschien kan de medicatie aangepast worden. Soms is het nodig om de dosis te verminderen, eventueel over te schakelen naar een ander product of de behandeling te onderbreken. 

Bij sommige therapieën worden preventieve maatregelen aangeraden om de kans op zenuwschade te verkleinen (bijv. tijdens de behandeling ijsbadjes voor de handen en/of voeten, ijshandschoenen en/of -voetjes …). 

8. Bestaat er een behandeling voor zenuwpijn?

Echt genezen lukt niet. Meestal is het een kwestie van tijd, zodat beschadigde zenuwen de kans krijgen om te herstellen. Dat kan lang duren, want zenuwcellen groeien traag. In afwachting kunnen we proberen de pijn te verlichten en het comfort te verhogen. Met wisselend succes.’ 

‘Zenuwpijn reageert vrijwel niet op gewone pijnstillers, dus zijn andere middelen nodig. Sommige anti-epileptica en antidepressiva bijvoorbeeld werken op de zenuwbanen en kunnen de gevoeligheid afvlakken, maar niet bij iedereen. Zelfs morfinepreparaten nemen de pijn meestal niet weg. Naast medicijnen kunnen bepaalde complementaire en alternatieve behandelingswijzen baat hebben. Onder meer relaxatietherapie en mindfulness kunnen soms helpen om beter met de klachten om te gaan. 

9. Hoe ver staat het wetenschappelijk onderzoek naar zenuwpijn?

Er lopen studies met verschillende producten om perifere neuropathie te voorkomen of te behandelen. Voorlopig zonder veel resultaat voor de dagelijkse praktijk. 

10. Wat kan ik zelf doen om beter te leren omgaan met zenuwpijn?

Wie negatief reageert op koudeprikkels zoekt natuurlijk het best de warmte op. Kleed u goed aan en draag sokken of handschoenen. Ook voldoende nachtrust is belangrijk, want vermoeidheid maakt de klachten meestal erger. Veel patiënten voelen zich beter als ze uitgerust zijn en goed in hun vel zitten. Maar vooral: praat erover met uw arts en bespreek uw klachten, om erger te voorkomen. Hoe eerder de neuropathie wordt aangepakt, des te kleiner is de kans op blijvende schade. 

Neuropathie kan allerlei oorzaken hebben. Het komt bijvoorbeeld ook voor bij diabetes of bij mensen die een tekort aan vitamine B12 hebben. Bovenstaande tekst gaat alleen over neuropathie als bijwerking van een kankerbehandeling.

Lees ook