Vena porta embolisatie voor leveroperatie

Als je een leveroperatie krijgt waarbij de arts ongeveer de helft van je lever wegneemt, is het heel belangrijk dat het overgebleven deel van je lever groot genoeg is en goed werkt. Soms is dat niet meteen het geval. Om ervoor te zorgen dat het resterende deel van je lever na de operatie sterk genoeg is, kan je arts een speciale behandeling voorstellen: vena porta embolisatie (VPE). Dit wordt naast leverkanker ook toegepast bij galwegkanker.

Bij een VPE sluit de arts het bloedvat af dat naar het deel van de lever loopt dat later wordt verwijderd. Dat gebeurt meestal via een heel klein sneetje in de huid. Met behulp van beeldvorming brengt de arts een dun slangetje (katheter) via de bloedvaten naar de poortader (vena porta). Daar wordt het bloedvat afgesloten met specifieke materialen.

Doordat het bloed niet meer naar het te verwijderen deel van de lever stroomt, gaat het alleen nog naar het gezonde deel. Dat deel begint harder te groeien en wordt sterker, zodat het straks de functies van de hele lever beter kan overnemen. In sommige gevallen sluit de arts ook de afvoerende levervenen af om de groei van het gezonde deel nog sneller te stimuleren.

Na de embolisatie wacht je een tijdje zodat het gezonde deel van de lever kan groeien. Vlak voor de operatie maakt de arts een scan om te controleren of de lever groot en sterk genoeg is om de operatie veilig uit te voeren. 

Bijwerkingen

Na de embolisatie kan je last krijgen van misselijkheid, buikpijn of koorts. Dat verdwijnt meestal vanzelf. Het kan ook zijn dat je je moe voelt, omdat het groeien van de lever veel energie kost. Daarnaast is er een kleine kans op een infectie of bloeding. 

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan dr. Laurens Hermie
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op