Radiotherapie bij een hersentumor

Radiotherapie is een belangrijk onderdeel van de behandeling van diverse hersentumoren. De vraag of bestraling aangewezen is, wordt besproken op het multidisciplinair oncologisch consult. Er spelen verschillende factoren mee, zoals de soort hersentumor, de specifieke moleculaire en genetische eigenschappen van de tumor en of de tumor al dan niet volledig te verwijderen is, of verwijderd werd.

Radiotherapie is een behandeling met ioniserende stralen om kankercellen te vernietigen. De radiotherapeut-oncoloog bestraalt de tumor of de plaats waar de tumor zat en het omringende weefsel. Dat kan met stralenbundels uit een machine buiten je lichaam, of met materiaal dat rechtstreeks in je lichaam zelf bestraalt. Bij hersentumoren gebeurt het meestal uitwendig.

Bij hersentumoren worden vaak volgende bestralingstechnieken toegepast: 

  • Intensiteitsgemoduleerde fotonenbestraling (IMRT): de tumor wordt vanuit verschillende richtingen bestraald met individueel aangepaste bestralingsbundels.
  • Stereotactische bestraling: vanuit verschillende richtingen worden kleine stralingsbundels naar de tumor gestuurd. Op de plaats waar al die bundels samenkomen, ontstaat een hoge bestralingsdosis.
  • Protontherapie: de tumor wordt bestraald met protonen (positief geladen kerndeeltjes). In geselecteerde gevallen kan die techniek zorgen voor een kleinere dosis stralen op het gezonde weefsel terwijl de bestraling even efficiĆ«nt is als klassieke radiotherapie met fotonen. Protontherapie is wel veel duurder dan klassieke radiotherapie omdat er heel specifieke infrastructuur voor nodig is. In BelgiĆ« is terugbetaling alleen mogelijk in bepaalde situaties. Je arts kan je daarover meer uitleg geven. 

De duur van de bestraling, de dosis en het aantal bestralingen hangen vooral af van het type tumor en de graad van kwaadaardigheid. De bestralingen op zich zijn pijnloos en meestal is geen ziekenhuisopname nodig.

Bijwerkingen

De radiotherapeut-oncoloog stelt de dosis en het bestralingsveld zo in dat gezonde weefsels en organen zoveel mogelijk gespaard blijven. Toch moet je rekening houden met mogelijke neveneffecten. Je arts of een verpleegkundige geeft je daarover op voorhand meer uitleg. Zo kan je huid rood en gevoelig worden op de bestraalde plek en kan je haar tijdelijk of permanent uitvallen. Vaak voelen mensen zich moe tijdens en na radiotherapie. Op langere termijn kunnen door de bestraling geheugen- en concentratiestoornissen ontstaan.

Deze nevenwerkingen hangen sterk af van de uitgebreidheid en de intensiteit van de bestraling. Bespreek ze met je arts die je raad kan geven hoe je er het best mee kan omgaan en welke medicatie mogelijk is. 

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Johnny Duerinck, prof. dr. Maarten Lambrecht en prof. dr. Bart Neyns
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op