Doelgerichte therapie bij eierstokkanker

Gerichte of doelgerichte therapie (targeted therapy) is een behandeling met medicijnen die doelgericht de groei van kankercellen kan afremmen of stoppen. Dat kan dikwijls ook in de vorm van pillen.

Voor vrouwen met epitheliale eierstokkanker zijn er PARP-remmers. Die medicijnen zorgen dat kankercellen de schade aan hun DNA niet meer kunnen herstellen, waardoor ze afsterven. Voorbeelden van PARP-remmers zijn olaparib (merknaam Lynparza), niraparib (Zejula) en rucaparib (Rubraca). PARP-remmers worden ook PARP-inhibitoren of polymerase-inhibitoren genoemd.

Andere doelgerichte medicijnen zijn de angiogeneseremmers. Die gaan de vorming van nieuwe bloedvaten tegen, waardoor de toevoer van zuurstof en voedingsstoffen naar de kankercellen onderbroken wordt. De kankercellen worden als het ware ‘uitgehongerd’ en hun groei valt stil. Bij eierstokkanker wordt bevacizumab (merknaam Avastin) gegeven.

Het onderzoek naar het DNA en andere eigenschappen van kankercellen en de ontwikkeling van doelgerichte medicijnen zijn volop in evolutie. Daardoor komen er regelmatig nieuwe medicijnen bij. Je arts zal uitleggen of je in aanmerking komt voor een van die medicijnen. 

Bijwerkingen

Bij doelgerichte therapie verschillen de bijwerkingen per medicijn. Ook je conditie en je leeftijd spelen een rol. Doelgerichte medicijnen hebben andere nevenwerkingen dan de klassieke bijwerkingen van chemotherapie. Ze werken doelgerichter in op de kwaadaardige cellen en tasten minder gezond weefsel aan.

Elk medicijn heeft specifieke mogelijke bijwerkingen. PARP-remmers en angioneseremmers veroorzaken bij de meeste patiënten vrij weinig bijwerkingen. Je arts of een verpleegkundige geeft je daarover op voorhand meer uitleg. Bespreek zelf ook op tijd problemen of symptomen met je arts. Die kan jou raad geven hoe je er het best mee omgaat.

Stel je vraag over kanker

Contacteer de Kankerlijn

Bel 0800 35 445
Ma-vr 9-12u en 13-17u
Chat met de Kankerlijn
Ma-vr 9-12u en 13-17u
(vermijd Edge als browser)
Met dank aan prof. dr. Sileny Han en prof. dr Toon Van Gorp 
Laatst aangepast op
Laatst medisch gereviseerd op