7 dingen die Liesbeth Van Impe leerde in kankerland

Zoek zelf uit wat goed voor je is.
Liesbeth Van Impe, cohoofdredacteur van Het Nieuwsblad
Uit Leven, editie 90, april 2021

In haar boek Chemodag is de beste dag van de week vertelt Liesbeth Van Impe (43) welke ravijnen, bruggetjes en zijwegen ze tegenkwam tijdens haar behandeling voor borstkanker. Uit haar ‘reisverslag’ nemen we het hoofdstuk over waarin ze beschrijft wat haar hielp om overeind te blijven.

Auteur: Liesbeth Van Impe - Fotograaf: ID / Stefaan Temmerman
LVI-copyright Stefaan Temmerman

Wat zou het handig zijn: een lijstje met tips en raadgevingen waarmee iedereen moeiteloos zijn weg door kankerland kan banen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Iedereen is anders, iedereen beleeft de ziekte anders. Wat werkt voor de ene, is compleet nutteloos voor de ander. Ik kan dus niet anders dan enkel de raad opnoemen die mij zelf geholpen heeft.

1. Maak je eigen regels

Ken jezelf. En neem dat als vertrekpunt. Wat helpt jou en wat duwt je dieper weg? Wees niet bang dat ook duidelijk te maken aan de mensen rond je. Zij kunnen niet ruiken wat op je zenuwen werkt, wat je ongelukkig maakt, wat je echt helpt. Je zal het moeten zeggen. Tijdens mijn ziekte hanteerde ik zelf onder andere deze twee vuistregels:

Ik beloof dat ik hulp zal vragen.

Bied me niet de hele tijd hulp aan die ik niet gevraagd heb. Het compromis tussen mijn hulpeloze toestand en mijn natuurlijke weerstand tegen het vragen van hulp.

Ik kan jou even niet helpen, zoek steun bij elkaar.

Kanker is niet alleen een verschrikking voor de patiënt, maar ook voor ouders, broers en zussen, dichte vrienden. Als je zelf ziek bent, zie je dat verdriet, die angst bij mensen die je graag ziet. Maar ik kon hen niet helpen, daar had ik de energie niet voor. Als je je de kankerpatiënt en zijn omgeving voorstelt als concentrische cirkels, dan moet steun naar binnen gaan en moeten problemen naar buiten geduwd worden. Soms kan je een kankerpatiënt het best helpen door steun te bieden aan iemand die dicht bij die patiënt staat en ook ergens naartoe moet met zijn of haar verdriet.

2. Verwacht het onverwachte

Als de grond onder je voeten verdwijnt, heb je de neiging om gelijk waar een nieuw houvast te zoeken. Het behandelplan biedt die illusie van zekerheid. Je weet bij wijze van spreken exact wat je over een paar maanden aan het doen zal zijn. Maar dat is schijn. In bijna elk kankertraject duiken complicaties, vertragingen, onverwachte wendingen op. Daar kan je maar beter op voorbereid zijn.

Mijn broer Bram had een nog net iets extremere tactiek die me een paar keer gered heeft: ga uit van het slechtste scenario, dan kan het vervolgens alleen maar meevallen. Het werkt natuurlijk niet als je het extreem doordenkt: als je er de hele behandeling van uitgaat dat het finaal niets zal uithalen, dan hou je het niet vol. Maar voor de complicaties en ongemakken onderweg werkte het wel voor mij. Ga ervan uit dat dingen mislopen. En wees vervolgens blij als het meevalt.

3. Aanvaard dat je emmer soms overloopt

Een kankertraject vraagt alles van je. Je loopt permanent rond met een volle emmer en je hebt al je energie nodig om die niet te laten vallen.

Je hoort dat je kanker hebt en je blijft overeind. Je krijgt een behandelplan onder ogen dat je hele leven overhoophaalt en je gaat door. Je krijgt chemo, moet je haar afscheren, voelt je rot en je geeft niet op. En dan blokkeert je autogordel en zit je een half uur te huilen in de auto alsof je net op het meest onoplosbare probleem ter wereld gestoten bent.

Het zijn de momenten dat je naar jezelf kijkt en moet toegeven dat je er niets meer van snapt.

Een kankertraject vraagt alles van je. Je loopt permanent rond met een volle emmer en je hebt al je energie nodig om die niet te laten vallen. Het water klotst tegen de randen, maar je houdt het vol omdat het niet anders kan. En dan komt er de druppel te veel, vaak iets bijzonder triviaals dat je even je evenwicht doet verliezen. Soms moet de emmer even overlopen zodat je weer verder kan. En dat is helemaal oké.

4. Verzet je niet nodeloos

De neiging om kanker als een gevecht te zien, roept steeds meer weerstand op. Terecht trouwens. En niet alleen omdat de strijdmetaforen lijken te suggereren dat wie ‘verliest’ gewoon niet hard genoeg gevochten heeft.

De werkelijke, reële ervaring van een kankerbehandeling ligt ook bijzonder ver van wat je je van een gevecht zou voorstellen. Vechten is actie, controle, initiatief. Kanker is vaak afwachten, ondergaan, laten gebeuren. En dat vraagt een totaal ander soort inspanning. Elke vezel in je lijf wil gaan lopen. En toch ga je weer zitten, laat je naalden in je steken, laat je chemo en straling toe. Allemaal dingen die je zieker maken, in de hoop dat het daarna beter zal gaan.

Elke vezel in je lijf wil gaan lopen. En toch ga je weer zitten, laat je naalden in je steken, laat je chemo en straling toe.

Je moet dus een plek in je hoofd vinden waar je het allemaal kan ondergaan, waar je je niet nodeloos verzet. Van de komedieserie Unbreakable Kimmy Schmidt leerde ik dat je de meeste dingen in het leven wel een minuut kan volhouden. En dus doe je dat. En dan nog eens. En dan nog eens. Als de aanblik van de berg die je op moet je de moed in de schoenen doet zinken, dan kijk je naar de volgende tien meter. En is ook dat te veel, dan concentreer je alles wat je hebt op de volgende meter. Of de volgende centimeter. Je klampt je vast aan het feit dat de tijd een eenrichtingsstraat is. Het kan alleen vooruitgaan.

Gebruik elk trucje dat helpt, hoe belachelijk ook. Als het echt niet meer ging, keek ik naar de muur of het plafond en herhaalde eindeloos een monotoon ritme. Het gaat niet. Toe-doem. Toe-doem. Het moet gaan. Toe-doem. Toe-doem. Weer een seconde voorbij, weer een stapje verder. Toe-doem. Toe-doem. Tot het weer gaat. Toe-doem. Toe-doem. Toe-doem. Toe-doem.

5. Let op met cijfers

Kanker is onzekerheid en daar bestaan geen lapmiddeltjes voor. Ook de cijfers niet die zogezegd een antwoord moeten geven op de enige vraag die ertoe doet: overleef ik dit?

Wie geen kanker heeft en hoort dat 94 procent het haalt, rondt dat mentaal af tot “bijna iedereen”. Dat doe je niet als je zelf de rekenfout kan zijn.

Iedereen kent ze, de overlevingscijfers bij kanker. Bij de ‘onschuldigste’ borstkankers is 94 procent van de patiënten na vijf jaar nog in leven. Voor mijn eigen soort borstkanker zie ik cijfers passeren tussen 75 en 85 procent. Het is dan dat ik stop met googelen. Ik weet niet wat ik met die cijfers aan moet.

Cijfers zijn sowieso relatief. Wie geen kanker heeft en hoort dat 94 procent het haalt, rondt dat mentaal af tot ‘bijna iedereen’. Dat doe je niet als je zelf de rekenfout kan zijn. Context is alles. Je boekt een reis naar de zon. Het reisbureau geeft je 90 procent zongarantie voor een bestemming. Je stapt fluitend op het vliegtuig. Hetzelfde reisbureau geeft je dezelfde 90 procent garantie dat het vliegtuig niet neerstort. Geen haar op je hoofd denkt eraan om op te stappen. Tien procent kan gigantisch veel zijn als je leven op het spel staat.

Mijn dokters hebben het eigenlijk bijna nooit over de percentages die bij mijn prognose horen. Uit hun uitleg distilleer ik een ander beeld. Mijn behandeling is een brede hoofdweg en die leidt naar genezing. Onderweg komen we wel een paar zijwegen tegen. Sommige daarvan leiden recht naar de afgrond, andere maken de reis een pak zwaarder. Uitzaaiingen. Een tumor die niet reageert op chemo. Een tumor die niet voldoende reageert op chemo. Herval. Dat zijn de zijwegen. Elke keer ik er een passeer zonder af te slaan, stijgen mijn kansen dat ik het einddoel haal. Het enige wat ik kan doen, is blijven doorstappen.

6. Zoek een kankervrije plek

LVI-copyright Stefaan Temmerman

Openbaring één week na de diagnose: kanker is overal. Je kan de televisie niet aanzetten, geen film bekijken, geen krant openslaan of er passeert ergens wel iemand met kanker. Zelfs op plekken waar je het niet verwacht en waar je het een week eerder nooit opgemerkt zou hebben.

Soms heb je echt een kankervrije plek nodig. En die moet je dus weten te vinden. Een paar tips. Historische documentaires over nazi’s: kankervrij. Natuurdocumentaires: wel als ze in de vrije natuur gefilmd zijn, niet als ze over dierentuinen gaan. Ook kangoeroes en koala’s kunnen in de zoo kanker krijgen. Tv-programma’s over seriemoordenaars, terroristen en andere schurken: meestal kankervrij. Kookprogramma’s: meestal veilig. Pas op voor ‘gezonde’ kookprogramma’s, die je de indruk kunnen geven dat je kanker had kunnen vermijden als je maar wat meer blauwe bessen en andere antioxidantjes gegeten had. Ik had meer wortelen moeten eten is een gedachte waarmee je letterlijk niets aankunt.

7. Doe wat je echt wilt

cover Chemodag is de beste dag van de week

Er bestaat in de populaire verbeelding een ideale borstkankerpatiënt. Ze draagt haar lijden met waardigheid. Ze combineert vrolijk pruiken en mutsjes, wordt een expert in make-up die de sporen van haar ziekte op miraculeuze wijze doet verdwijnen. Ze huilt soms, discreet, zonder snottebellen. Maar meestal kijkt ze hoopvol de toekomst tegemoet. Op de meest lachwekkende foto’s doet kanker haar stralen, en niet van alle radioactieve brol die met een zekere regelmaat wordt ingespoten.

Fuck it. Maak je mooi als dat je helpt, doe waar je je goed bij voelt, maar laat ook de wanhoop, de lelijkheid, de tranen toe. Je loopt al op de toppen van je tenen. Voel je niet genoodzaakt dat met de glimlach van de prima ballerina te doen.

Er is een tweede dominant beeld van de kankerpatiënt. De zieke die zich volledig terugplooit op zichzelf, het alledaagse achter zich laat en alleen nog bezig is met ‘wat echt belangrijk is’. Eindelijk mag het, alleen maar aan jezelf denken.

Fuck it. Soms is doen wat je echt wil net met iets of iemand anders bezig zijn. Soms is wat je echt nodig hebt eens niet aan jezelf en je kanker denken. Laat je niet dicteren wat goed voor je is. Zoek het zelf uit. En doe dat, zonder je daarvoor te excuseren.

Nog eens ten overvloede. Maak je eigen regels. Maak je eigen regels. Maak je eigen regels. Dat blijft het meest essentiële advies dat ik kan geven.

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.